De lastige klas (1)

De beruchte lastige klas. Elke school heeft er wel een. Zo'n samenraapsel van leerlingen dat per ongeluk de verkeerde samenstelling heeft. Ze tarten elk gezag en zetten de regels naar hun hand. Daarin gaan ze steeds verder, vaak aangevoerd door een paar raddraaiers die de dienst uitmaken.

Een nachtmerrie voor leraren, die toch al niet graag met anderen over hun ordeproblemen praten. Ze zijn blij als het uur voorbij is, als de vakantie er aankomt en als tenslotte het jaar ten einde loopt. Ze varen op de hoop dat deze lastpakken hun het volgend schooljaar bespaard zullen blijven.

De lastige klas blijft intussen lastig. Leerlingen staan om de haverklap voor de neus van de schoolleiding, het regent onvoldoendes en niemand verbaast zich er over dat het aantal zittenblijvers boven het gemiddelde ligt.

"Je ziet vaak dat de meest storende leerlingen de gang van zaken in de les bepalen', zegt Jos van Rooijen van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS). "Ze krijgen sneller een beurt om de rust in de klas maar te bewaren en zo wordt hun dominante gedrag ook nog gehonoreerd. De aandacht van zwakkere leerlingen zakt weg, ze gaan wat anders zitten doen.'

Jos van Rooijen kent lastige klassen in alle soorten en maten en weet ook inmiddels dat leraren de oorzaak van een moeilijke klas het liefst buiten zichzelf zoeken. De leerlingen deugen niet, het is het uur of de dag, het ligt aan de schoolleiding of zelfs aan het ministerie van onderwijs. "Zelden wordt er een goede analyse gemaakt van wat er nu feitelijk in zo'n klas gebeurt'.

Uit ervaring weet Van Rooijen inmiddels dat lastige klassen niet altijd, maar wel vaak bestaan uit "leerlingen met gebroken illusies'. Ze zijn blijven zitten of "gedegradeerd' naar een lagere schoolsoort. "Je moet bij zo'n klas altijd nagaan wat er het jaar ervoor met de afzonderlijke leerlingen is gebeurd.' Maar het komt ook voor dat de onruststokers te slim zijn voor het soort onderwijs dat ze krijgen. "Ze hebben de docent eigenlijk niet nodig en vervelen zich tijdens de les.'

Sigaretjes draaien

"Met deze klas valt niet te werken', mopperden de leraren van de Greijdanus Scholengemeenschap in Zwolle tegen elkaar als de LBO3 klas ter sprake kwam. "We merkten toen nog niet dat we bezig waren de greep over de klas kwijt te raken', zegt docent economische vakken Klaas Arkema achteraf. "Als ze zes minuten voor tijd allemaal hun boek dicht doen en alvast sigaretjes beginnen te draaien, ben je een knappe jongen als je ze nog aan het werk krijgt.' Maar er gebeurde meer: ze gingen tussen alle lessen een sigaretje roken en kwamen en bloc te laat binnen, sommigen met koffie in de hand, er werd tijdens de les brood gegeten, ze vergaten hun boeken en schriften, ze zaten met een jas of een walkman in de klas.

"Als we iets uitlegden was dat niet omdat wij het wilden, maar omdat zij het toestonden. Zij bepaalden wat er gebeurde, niet wij', zegt Klaas Arkema, "ze hadden zo hun eigen regels en ontdekten dat ze heel ver konden gaan.'

Sebo Ebbens van het APS heeft twee keer bij Arkema achter in de klas gezeten en ook de lessen van een paar collega's werden aandachtig geobserveerd. Heel precies werd in kaart gebracht hoe het toeging in de klas. De conclusie was even pijnlijk als verrassend: niet de klas vertoonde gedragsproblemen, "maar', zo zegt Arkema, "wij leraren hadden te snel geaccepteerd dat de klas haar eigen regels stelde. Wij hebben geen duidelijkheid geschapen en de teugels te veel laten vieren.'

Leidersfiguren

Dat kon gebeuren omdat de klas bestond uit verschillende vriendenkliekjes die allemaal dezelfde vakken hadden gekozen. Er zaten leidersfiguren tussen, maar zij konden hun positie niet gebruiken omdat de op zich hechte groepjes als los zand aan elkaar hingen. "De leerlingen kenden elkaar beter dan wij hen en het effect daarvan was dat ze heel snel hun eigen gewoonten ontwikkelden. Zij bepaalden dat er tussen de lessen gerookt kon worden en wat zij wilden gebeurde gewoon. Als wij er iets van zeiden vonden ze ons belachelijk en zielig.'

Er werd een lijst opgesteld van de meest storende gedragingen en afgesproken dat alle docenten hiertegen consequent zouden gaan optreden. Ook de conrector had die lijst op zijn bureau liggen.

"En het rare was', zegt Klaas Arkema, "ze deden vanaf dat moment alle 26 wat wij wilden.' De docenten kregen de leiding langzamerhand weer in handen.

"Een goede klas laat zich corrigeren', zegt Jos van Rooijen, "maar in een klas die geen groep is voelt niemand zich verantwoordelijk. Het heeft dan geen zin om ze als "jullie' aan te spreken. Je moet ze als persoon tot de orde roepen.'

Van Rooijen ziet bepaalde patronen in het gedrag van leraren. Zij die de chaos voor willen blijven, geven de dominante leerlingen alle aandacht en verwaarlozen veelal ongewild de leerlingen die niet zo makkelijk meekomen. Sommige leraren onderhandelen altijd met hun leerlingen: als ze nu even stil zijn mogen ze straks een boterham eten. Niet consequent onderhandelen - leerlingen onthouden alles en hebben een haarscherp gevoel voor rechtvaardigheid - kan de docent in grote moeilijkheden brengen.

Dan heb je nog de conflictvermijdende docent die weinig eisen aan zijn leerlingen stelt en bereid is met iedereen rekening te houden. En tenslotte is daar nog het "popi-jopitype' dat een tof sfeertje probeert te scheppen met de leidende figuren van de klas. "Veel docenten kunnen zelf niet meer zien waar de problemen zitten', zegt Jos van Rooijen, "ze zijn zo betrokken bij hun leerlingen dat ze worden meegesleept.'

Hoe wordt de lastige klas en/of leerling aangepakt? Scholen, leraren of leerlingen die hierover iets kwijt willen worden verzocht te reageren. NRC Handelsblad, bijlage W&O, postbus 824, 3000 DL Rotterdam.

    • Michaja Langelaan