De dames houden halt

Filmfestival Mode in Beweging. 1 t/m 14 okt, 20u30. Filmmuseum, Vondelpark 3, Amsterdam. Inl 020-5891422.

Bijna stuiterend komt ze de trap af. De Amerikaanse Hope Hampton, een van de populairste modellen uit de jaren twintig, kan haar pret nauwelijks onderdrukken. In een zalmroze hoepeljurk van Lanvin loopt ze over het podium, met haar heupen draaiend totdat de hoepels op hol slaan. Hampton wiegt, zwalkt en deint als een een cake-walk voor de camera op en neer. Dan schatert ze het uit, recht in het gezicht van de toeschouwer.

Het is onwaarschijnlijk dat Lanvin zijn kostbaar ontwerp uit 1926 graag op deze manier getoond zag. Maar de mooie, blonde Hampton heeft daar geen boodschap aan en showt alle belangrijke mode - ook die van Lanvins concurrenten Poiret en Patou, Drecoll, Cheruit en Boueu Soeurs - zoals zij dat wil. Meer dan zesentwintig keer komt ze op en gaat ze af in het mode-journaal "Parisian Modes in Colour' (1926) en meer dan zesentwintig keer zien we haar in een andere gedaante.

Hampton bewóòg haar lichaam tijdens de opnamen en schuifelde niet als een paspop voort over de bühne zoals collega's in de jaren daarvoor dat deden. Zij liet geen verstilde poses zien, maar toonde hoe je kleren moest dragen - hoe je de aandacht vestigt op een bontkraag door hem even omhoog te slaan, hoe je je sensueel uitrekt in een pyjama of zwierig een jas uittrekt.

Onder de titel "Mode in beweging' is de komende twee weken in het Filmmuseum in Amsterdam een compilatie te zien van vier zwart-witte en met de hand ingekleurde modejournaals uit de periode 1910-1930. José Teunissen - docent foto- en filmgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg en moderecensente van De Volkskrant - stelde de film samen. De journaals zijn afkomstig uit de archieven van het museum en worden aangevuld met fragmenten uit speelfilms, Amerikaanse revues en documentaires. Een speciaal samengestelde geluidsband met liedjes uit het eerste kwart van deze eeuw begeleidt de films.

De opgediepte journaals geven - in chronologische volgorde gedraaid - een goed beeld van de veranderende houding tegenover kleding en vooral het lichaam in de eerste decennia van deze eeuw. Was het in de negentiende eeuw gebruik om het vrouwenlichaam met behulp van corsetten in een strak maar voluptueus silhouet te snoeren en de benen door middel van dikke lagen rokken, queues of tournures aan het oog te onttrekken; in het begin van de twintigste eeuw komt daar verandering in. Het lange, slanke lichaam in actie wordt het uitgangspunt van vernieuwende ontwerpers als Paul Poiret, Christopher Drecoll en Madame Paquin.

In Poirets visie van het energieke lichaam passen geen verstikkende corsetten meer of nutteloze frutsels. Poiret inspireert zich net als de kleermakers uit het Directoire op de klassieke oudheid. In plaats van de taille gebruikt Poiret de schouders als steun. “Stoffen vallen vanuit dit ideale punt naar beneden als water uit een fontein, en omhullen het lichaam op een volkomen natuurlijke wijze,” zegt hij. Benen mogen door kniehoge splitten worden gezien en juist benadrukt door kousen en schoenen in contrasterende kousen te dragen. Het Parijse publiek spreekt er schande van.

De keuze van de couturier voor deze meer "natuurlijke' mode, betekende niet dat de draagsters zich ook raad wisten met hun nieuw verworven vrijheid. 'De mode moest nog leren wat bewegende elegantie was,' schrijft Teunissen in het begeleidend boekje. Dat blijkt inderdaad uit het oudste en kortste modejournaal 'Modeschau im Zoo' (1914/1915), waarin negen modellen ontwerpen van het avantgardistische modehuis Drecoll tonen. In een statische mise-en-scène - een modesalon - lopen de modellen recht op de camera af die onveranderd vanaf hetzelfde standpunt filmt. De dames houden halt, zetten de handen in de zij, draaien rond om de kleding te laten zien, struikelen soms over hun sleepje en gaan weer af. Geen gebaartje wordt verspild, geen gemoedsuitdrukking verkwist. Star en stijf kijken de meesten langs de camera.

De mannequins lopen heen en weer in deze Modeschau, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Met zijn nadruk op de kleding die frontaal in beeld komt, doet het filmpje denken aan de anonieme modetekeningen uit de negentiende eeuw. Gelegenheid om iets van esprit te tonen, krijgen de modellen niet. Maar het is nog maar de vraag of ze dat durfden. De dynamische esthetiek die Hampton later in haar shows verbeeldde en in het teken waarvan de eeuw daarna kwam te staan, was hen zo vreemd als een reis naar de maan.

    • Lucette ter Borg