CNV-bond eist loonsverhoging van 4,5 procent

ROTTERDAM, 1 OKT. De Industrie- en Voedingsbond CNV gaat bij de komende onderhandelingen voor collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) uit van een loonsverhoging van 4,5 procent.

De financiële ruimte die eventueel overblijft, wil de bond bestemmen voor het verbeteren van de kwaliteit van de arbeid.

Vanmiddag presenteerde de Industrie- en Voedingsbond CNV zijn arbeidsvoorwaarden voor 1993. De bond gaat uit van CAO's met een looptijd van één jaar om zo beter te kunnen reageren op economische veranderingen. Dit in tegenstelling tot de bonden die zijn aangesloten bij de vakcentrale FNV. Zij maakten afgelopen maandag bekend te mikken op CAO's met een looptijd van twee jaar of langer op voorwaarde van duidelijke afspraken over “meer en betere banen”.

De looneis zoals deze vroeger werd geformuleerd - de optelsom van inflatie en stijging van de arbeidsproduktiviteit - heeft de CNV-bond definitief losgelaten. De bond meent dat de stijging van de arbeidsproduktiviteit vooral bereikt wordt door uitstoot van de werkgelegenheid, bij voorbeeld bij reorganisaties. De bond gaat nu uit van 3,75 procent inflatie en een reële loonsverhoging van 0,75 procent. Per sector zal worden bekeken in hoeverre de werkgevers bereid zijn mee te werken aan verbetering van de werkgelegenheid.

In tegenstelling tot de FNV-bonden kiest de Industrie- en Voedingsbond CNV er niet voor weigerachtige werkgevers eventueel te confronteren met een hogere looneis. “Dat hebben we in de jaren tachtig geprobeerd, en zonder succes”, aldus een woordvoerder. Werkgevers die niet aan verbetering van de werkgelegenheid meewerken, kunnen wèl voor acties komen te staan. De CNV roept daarbij de acties in de metaalindustrie in 1991 in herinnering. Toen staakten werknemers langdurig voor verbetering van de kwaliteit van hun werk.

Met het afsluiten van CAO's voor één jaar wil de bond de discussie over het plan van CNV-voorzitter Westerlaken afwachten. Deze stelde onlangs voor de komende vijf jaar genoegen te nemen met behoud van koopkracht in ruil voor afspraken over arbeid en milieu. Als dit plan volgend jaar doorgang vindt, wil de CNV-bond daar direct op inspelen en niet met tweejarige CAO's in zijn maag zitten.

De Industrie- en Voedingsbond CNV houdt verder vast aan het vervroegd uittreden op 60-jarige leeftijd. In sectoren waar de Vut op 59 jaar ligt, zoals bij de bakkerijen, wil de bond hetzelfde niveau handhaven.