Cindu hervat produktie kunsthars gedeeltelijk

AMSTERDAM, 1 OKT. De chemische fabriek Cindu in Uithoorn heeft vandaag voorbereidingen getroffen om een deel van haar produktie van kunsthars te hervatten. Deskundigen van de provincie Noord-Holland waren daarbij aanwezig om te controleren of aan alle eisen op het gebied van veiligheid en milieu was voldaan.

Op 8 juli kwamen drie mensen om het leven bij een brand in de kunstharsfabriek Cindu Nevcin Polymers. Een deel van de fabriek werd door explosies verwoest. De brand ontstond door een fout bij het mengen van chemische stoffen, waardoor een van de hars-polymerisatieketels ontplofte. Het onderzoek naar de oorzaak van de ramp is nog niet afgesloten.

Volgens de directie van Cindu kan de produktie zonder risico's worden hervat. In overleg met onder andere de gemeente Uithoorn en de inspectie voor milieuhygiëne werden voorwaarden opgesteld voor het opnieuw in bedrijf nemen van de fabriek. Er moet beter geïnspecteerd worden, er moet voldoende gekwalificeerd personeel aanwezig zijn, en een aantal technische aanpassingen moest worden aangebracht.

Cindu is vandaag begonnen met het maken van vloeibare kunsthars in de ketels die niet door de ramp zijn aangetast. Vorige maand nog verzette het provinciebestuur van Noord-Holland zich tegen een snelle hervatting van de produktie, ook in dat deel van de fabriek dat bij de brand gespaard was gebleven. Deskundigen van de provincie waren nu aanwezig bij het vullen van de tanks.

De "werkgroep Cindroom', die protesteert tegen de aanwezigheid van de fabriek, is fel gekant tegen de gedeeltelijke in bedrijfname omdat het gevaar voor ontploffingen volgens de werkgroep niet is geweken. Volgens de werkgroep worden nu alleen in andere ketels dezelfde processen in gang gezet die drie maanden geleden tot een ontploffing leidden. De veiligheid wordt hierdoor niet groter.