Brekebeen

DE BUNDESBANK is een bastion van monetaire degelijkheid, maar een brekebeen op publicitair terrein.

Voor de tweede keer in korte tijd is de president van de Duitse centrale bank, prof. Helmut Schlesinger, op een uitermate ongelukkige manier in het nieuws gekomen. De Brits-Duitse betrekkingen, die toch al littekens hebben opgelopen na de gedwongen uittrede van het pond uit het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel, worden verder beproefd. Ook als er geen sprake is van kwade opzet, richt het gestuntel van de kant van de Bundesbank politieke schade aan.

Twee weken geleden wekte een niet-geautoriseerde vooraankondiging van een vraaggesprek met Schlesinger in het Duitse Handelsblatt de indruk dat de Bundesbank het pond graag gelijktijdig met de Italiaanse lire had zien devalueren op 13 september. Die suggestie luidde de slotaanval van de financiële markten op het pond in en op 16 september zag Groot-Brittannië zich gedwongen het pond uit het EMS-mechanisme terug te trekken. De politieke en financiële schade was enorm.

Vanmorgen publiceerde de Britse Financial Times een memorandum dat Schlesinger naar de Duitse ambassade in Londen had gestuurd om de visie van de Bundesbank nog eens uit te leggen. Dat memorandum werd, al dan niet met bijbedoelingen, door de ambassade ter kennis gesteld van de Financial Times. De Brits-Duitse ruzie, die bezworen leek na de toegevende opmerkingen van de Britse minister van financiën Lamont eerder deze week in Brussel, laaide weer in alle hevigheid op.

IN OVERSPANNEN financiële markten is iedere officiële uitlating een mogelijke bron van nieuwe opwinding. In de Duits-Britse controverse botst bovendien de bureaucratische degelijkheid van de Bundesbank met de politieke gevoeligheid van Londen. Schlesinger, die met het karakter van een naïeve professor van een provinciale universiteit hecht aan precisie, weet zich geen raad in de slangenkuil van de internationale monetaire politiek. Aan de andere kant lijkt de Britse regering in Schlesinger de zondebok gevonden te hebben op wie de schuld van de smadelijke afgang van het pond geschoven kan worden.

Deze conflicten leiden de aandacht af van de dieperliggende problemen in de Britse en Duitse economie.

Groot-Brittannië heeft zijn monetaire anker in het EMS losgelaten en dobbert voort op de golven van een recessie. Duitsland wordt geconfronteerd met de enorme kosten van de eenwording, met het uitblijven van het herstel in het Oosten en met stagnatie in het Westen. Dat vraagt om meer dan gestuntel.