Amnesty: Iraanse executies gaan nog steeds door

ROTTERDAM, 1 OKT. De executies in Iran, waar sinds de islamitische Revolutie in 1979 vele duizenden gevangenen na geheim snelrecht zijn terechtgesteld, gaan ook dit jaar onverminderd door.

Dat meldt de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een vandaag uitgekomen rapport dat geheel aan dit onderwerp is gewijd. Na de massa-executies van politieke gevangenen in de tweede helft van 1988, toen ten minste 2.500 maar volgens Amnesty waarschijnlijk veel meer opposanten van het bewind in Teheran werden terechtgesteld, werd na januari 1989 het aantal terechtstellingen wegens drughandel scherp opgevoerd. Alleen al volgens officiële cijfers zijn sindsdien meer dan 2.000 mensen in verband daarmee opgehangen. Deze week nog meldde de Iraanse pers 19 executies in Teheran. Amnesty, dat zelf al spreekt van 2.250 executies in 1990 en 1991, stelt dat ook in dit geval het werkelijke totaal vermoedelijk nog aanzienlijk hoger ligt. Maar nog steeds worden ook executies van politieke gevangenen voltrokken. Op 10 juni van dit jaar werden ten minste vier mensen opgehangen in de gevangenis van Mashad in verband met de wijdverspreide rellen die eind mei onder andere in die stad waren uitgebroken. De vier waren onder andere veroordeeld wegens “het creëren van terreur”. Op 11 juni werden volgens het Iraanse persbureau IRNA nog eens vier mensen terechtgesteld wegens betrokkenheid bij onlusten in Shiraz. Amnesty vreest dat het werkelijke aantal executies ook in dit geval veel hoger ligt. Amnesty wijst daarnaast op de voortdurende berichten over terechtstellingen van mensen wegens hun religieuze of etnische achtergrond. Met name aanhangers van het Baha'i-geloof, die als ketters worden beschouwd, blijven mikpunt van de Iraanse autoriteiten.