ALTMAN PARODIEERT HOLLYWOOD IN WRANGE THRILLER; De wraak van de schrijver

The Player. Regie: Robert Altman. Met: Tim Robbins, Greta Scacchi, Whoopi Goldberg, Fred Ward, Peter Gallagher. In 8 theaters.

Al zolang hij films maakt is de Amerikaanse cineast Robert Altman woedend doende zijn vaderland te typeren met als doel het te ontmaskeren. Maar woede bestaat niet zonder liefde, dat maakte zijn films zo bijzonder en mooi. Hypocrisie, snobisme, valse heroëk, moordend moralisme en het waanzinnig belang van uiterlijkheden, hij pakte ze even boos als toegenegen aan in onder meer M A S H, Three Women, A Wedding, Health, Secret Honor en Fool for Love. De muziekwereld portretteerde hij in Nashville, het Amerikaanse stripwezen in Popeye. Ook de in de VS uitgevonden filmgenres werden door hem geroniseerd (bij voorbeeld in McCabe and Mrs Miller, The Long Goodbye). Leg zijn films naast elkaar en je ziet een lappendeken, die incompleet maar treffend, de Amerikaanse cultuur in kaart brengt.

Tot nu toe mankeerde aan Altmans oeuvre een portret van de filmindustrie. Merkwaardig, want dat is een hem uiteraard zeer na aan het hart gelegen facet van de Amerikaanse cultuur, een gebied waar juist hij alle wegen en afgronden kent, alle codes, alle venijn, alle schijnheiligheid. En hij heeft er nog een appel mee te schillen: door de jaren heen werd hij er beurtelings bejubeld en, vaker, uitgekotst.

Een satirische film maken over de filmindustrie zelf is, zeker in de VS, moeilijker dan wat ook, want om het daar goed te doen heb je die industrie nodig. Je vraagt die filmindustrie de taart te betalen die haar in het gezicht wordt gegooid. Tot nu toe kende ik maar een hedendaagse geslaagde parodie op Hollywoods karakterloosheid: S.O.B. van Blake Edwards. Met The Player voegde Altman er een aan toe, die even geestig is, maar niet kolderiek en daardoor enkele tinten bitterder. Dat Altman dat voor elkaar kreeg, is gelegen in het grenzeloze cynisme dat Hollywood beheerst: hij adapteerde voor deze film een bestseller en dat is hot property in Hollywood, wat het onderwerp ook mag zijn.

Betreurde S.O.B. de teloorgang van de filmregisseur met oprechte artistieke pretenties, The Player concentreert zich op de schrijver. Op de wraak van de schrijver, om precies te zijn en hij scherpte daartoe de thriller die Michael Tolkin schreef nog aan.

In Tolkins roman "The Player' wordt een jong, door een overmaat aan macht onverdraaglijk arrogant geworden filmstudio-hoofd (Tim Robbins) bestookt met anonieme ansichtkaarten. De afzender identificeert zich slechts als een schrijver die tevergeefs heeft zitten wachten op het beloofde retourtelefoontje. “Uit naam van alle schrijvers in Hollywood met wie gesold wordt door machthebbers die niets meer van film afweten dan hoeveel er vorige week mee verdiend is en die geen passie voor film hebben, ga ik je vermoorden,” laat hij weten. Griffin Mill, machtig in de studio, onbeholpen erbuiten, wordt bang. Hij merkt dat hij ten onrechte veronderstelde dat het leven zich altijd houdt aan de clichés van een Hollywood-filmverhaal en dat niet alle mensen hun handelingen acteren. Hij reageert in paniek, pleegt in het wilde weg een moord (in de roman met opzet, in de film werd dat verzacht tot een ongeluk!), maar moet concluderen dat hij zich van de verkeerde schrijver heeft ontdaan. Het verhaal dat zich vervolgens ontspint voldoet aan de eisen die Mill aan alle potentiële filmverhalen zou stellen: het heeft suspense, humor, geweld, hoop, seks en een "voornamelijk positief' slot. De voornaamste afwijking van de roman die Altman zich, overigens in samenwerking met Tolkin, permitteerde zit in dat slot. Het is te mooi om hier weg te geven, maar het komt erop neer dat het veel wranger weergeeft hoe vals een Hollywood-happy end is en bovendien gunt het de, nog immer anonieme, schrijver zijn wraak.

Altmans film is als thriller niet helemaal geslaagd, daarvoor is bij voorbeeld de rechercheur van Moordzaken (Whoopi Goldberg in een hilarische rol) te weinig gevaarlijk voor Griffin Mill. Wat The Player tot zo'n eminente film maakt is de heftigheid waarmee Altman de waanzin van de angstig gesloten Hollywood-gemeente afschildert. De absurde etiquettes, het vergaand dagelijks snobisme en de bespottelijke zelfverzekerdheid waarmee de grootste bek vanzelfsprekend de grootste macht uitoefent, ze worden vastgenageld en met vileine spot bespuugd.

The Player is opgezet zoals Altman zijn genrestukken graag heeft: breed en diep, met heel veel personages in kleine tot piepkleine rollen, die allemaal cruciaal zijn voor het complete beeld. Altman dreef die aanpak voor deze film superieur door. Zijn onderwerp is Hollywood en zijn film zou alleen doel treffen als hij hem navenant kon stofferen. Dus overreedde hij talloze kopstukken om vrijwel gratis te figureren als zichzelf. En dus barst het van de beroemde gezichten in de meest onverwachte hoeken en gaten van de scènes. Arriveert Griffin Mill op een feestje, dan zien we in het voorbijgaan Jack Lemmon aan de vleugel zitten. Mill passeert hem met een achteloze groet en stevent af op Harry Belafonte met wie hij even een gesprekje aanknoopt. Neemt hij plaats op een terras, dan wringt hij zich langs een tafeltje waar Burt Reynolds zit te mopperen. Gaat hij naar een gala-avond dan stelt hij zijn gezelschap voor aan Robin Williams die staat te dollen met de fotografen. Hoogtepunt is een filmfragment: een dweil van een melodrama, geregisseerd door een Europese regisseur die we zijn principes zagen verkwanselen voor een plaatsje onder de hoogtezon van Hollywood. En "echt' met Bruce Willis, Julia Roberts en Susan Sarandon.

    • Joyce Roodnat