Wenen om De Morgen

Het Vlaamse dagblad De Morgen is niet meer. Gisteren namen hoofdredacteur P. Piryns en zijn plaatsvervanger ontslag uit protest tegen de vervroegde sluitingsuren voor de krant, gesteund door een meerderheid van de redactie. Aan een turbulent leven dat veertien jaar duurde, lijkt een definitief einde te zijn gekomen.

Het is december 1989 als ik het redactielokaal van het Vlaamse dagblad De Morgen betreed. De computers staan zoals de verhuizers ze hebben neergezet, de redacteuren hebben nauwelijks de moeite genomen om de dozen uit te pakken. Aan de wand hangt een foto van een bordeel met bijbehorende dames. Daaronder staat een plant. Dor en bruin, alsof hij weet dat de Dood nabij is.

Diezelfde Dood heeft De Morgen nu in zijn ijzeren greep. Dat doet pijn, omdat het socialistische Vlaamse dagblad de eerste krant is waar ik mijn artikelen in publiceerde. Het is te vergelijken met je eerste jeugdliefde; de jongen die je belazerde, maar na tien jaar kolkt je maag nog als je aan hem denkt. Als stagiaire werd ik gestrikt voor alle rotklussen tijdens Kerstmis en oudjaar. De Morgen betaalde mij daarvoor 150 gulden per maand, terwijl ieder dagblad in Nederland zijn stagiaires 600 gulden betaalde. Maar De Morgen was noodlijdend en dus moest je niet zeuren. Uit piëteit nam mijn vader de kosten van gas, water en elektra van mijn studentenkamer voor zijn rekening en schoof de School voor de Journalistiek mij 50 gulden per maand toe.

Het is september 1992 als ik opnieuw het redactielokaal binnenkom. Een nieuw onderkomen, maar in de twee minuscuul kleine kamertjes herken ik de verhuisdozen en zelfs de dorre, bijna dode plant staat er nog. De plant doet me denken aan De Morgen zelf: zijn hele leven op de rand van de afgrond maar nooit echt er vanaf gedonderd.

Nu is het dan zover. Deze keer lijken reddingspogingen niet meer te helpen. Hoofdredacteur Piet Piryns en zijn plaatsvervanger Roger Kesteloot hebben hun ontslag ingediend, gesteund door een meerderheid van de redactie. Van de 59 redacteuren hebben 23 mensen nog niet willen toegeven dat de krant niet meer bestaat. Zij willen De Morgen blijven uitbrengen, ook nu hoofdaandeelhouder De Persgroep hun dat bijna onmogelijk maakt door de sluitingstijden drastisch te vervroegen.

In de vensterbank van de centrale redactie in Brussel zit een vrouw met rode krullen. Haar benen heeft ze onder zich opgevouwen en in haar hand klemt ze een pakje sigaretten bijeen tot haar knokkels wit worden. Alsof ze het hoofd van directeur Van Thillo van De Persgroep in haar hand heeft. Krak, krak, krak.

“Op is op. De krant ligt mij zeer aan het hart, maar niet tot aan mijn dood. Als Van Thillo beslist niet meer te investeren in deze krant, dan houdt het wat mij betreft op”, zegt Eric Rinckhout, chef van de kunstrubriek. In zijn rubriek plaatste ik ooit mijn eerste grote interview. Hij belde me toen op met het verzoek "even' Jasperina de Jong te interviewen. “Jij komt immers ook uit Holland, dus dat moet geen problemen opleveren”, zei hij. Nu maken we ironische grappen over de werkgelegenheid bij NRC Handelsblad. “Misschien kun je een goed woordje voor me doen”, lacht hij.

Een kleine minderheid blijft geloven in de mogelijkheid aan de greep van de Dood te ontkomen. Ze putten hoop uit de geschiedenis van De Morgen; de krant is al vaak op het nippertje gered.

Het blad werd in 1978 opgericht op de puinhopen van de socialistische Antwerpse Volksgazet en het Gentse Vooruit. Vanaf het begin ging De Morgen gebukt onder zware financiële lasten. Als een moeder in de bijstand moest ze voortdurend op de kleintjes letten en dat leidde tot absurde taferelen. Zo mocht een redacteur wel naar een belangrijke voetbalwedstrijd in Duitsland, als hij de reis maar uit eigen zak betaalde.

De Socialistische Partij en de Belgische vakbeweging staken jarenlang miljoenen franken in de krant, die ze na de opheffing van de Volksgazet en Vooruit als hun spreekbuis zagen. In 1986 werd De Morgen, ondanks alle betalingen, failliet verklaard. Dat ging cultureel en intellectueel Vlaanderen te ver. Samen met de redacteuren startten artiesten en intellectuelen een massale inzamelingsactie, die zelfs doorklonk tot in het Amsterdamse Carré. De afgrond was in zicht, maar de vangrail hield stand. De vakbeweging en de Socialistische Partij stopten overigens hun betalingen.

Ieder jaar opnieuw hoorde de redactie geruchten dat de krant failliet was. In 1989 werkten wj - zo voelde ik dat tenminste - op volle toeren om de oplage op 33.000 exemplaren te houden. Vrijwel dagelijks trok de chef, type lange haren en tuinbroek, om zes uur de jeneverfles uit zijn la. Dan dronken we een slok en gingen vrolijk en razendsnel door tot ver na de officiële deadline. Uitgeverij Hoste, de voorloper van De Persgroep, dreigde toen de krant te sluiten als de oplage onder de 30.000 zakte. Tot deze week telde De Morgen 25.000 exemplaren en was de krant springlevend.

Of de krant nu definitief geknakt is, blijft onduidelijk. Hoofdredacteur Piryns wil terugkomen, mits de uitgever de sluitingstijden terug brengt naar het oude niveau. Dat lijkt onwaarschijnlijk, te meer omdat directeur Van Thillo aankondigde De Morgen voor één Belgische frank van de hand te willen doen.

Mijn maag draait zich een beetje om als ik bedenk dat mijn jeugdliefde bijna is overleden. De uitgever heeft de laatste nagel al aan de doodskist geklonken. Met financiële problemen wisten de redactie en aanverwanten altijd raad, deze journalistieke tegenslag lijken ze niet meer te boven te komen. Maar koop nog geen krans voor de begrafenis van dit socialistische dagblad. Ween nog geen tranen in je frisgewassen zakdoek. Want De Morgen heeft vaker bewezen dat wederopstanding niet alleen aan heiligen is voorbehouden.