Verzet Nijmeegse studenten tegen bestuurscollege

De studenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen zijn het niet eens met het College van Bestuur, dat hun inspraak tot een minimum wil reduceren. Zij weten zich in hun verzet op een aantal punten gesteund door de Universiteitsraad.

NIJMEGEN, 30 SEPT. Aan elan ontbreekt het niet. Althans niet bij de studenten die de manifestatie, gistermiddag, organiseerden tegen de plannen voor een opzet van een nieuwe bestuursorganisatie van de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Kern van hun kritiek is dat in het model dat door het Colege van Bestuur is ontworpen nauwelijks meer sprake is van de inbreng van studenten op de besluitvorming binnen de universiteit.

In de voorgestelde bestuursstructuur zullen de faculteitsraden en de Universiteitsraad niet langer het beleid op hoofdpunten bepalen, maar is deze lichamen vooral een controlerende taak toebedacht. Volgens het College wordt in de nieuwe opzet de slagvaardigheid van het bestuur groter. Het voorstel om studenten in faculteitsbesturen de rol van toehoorder met adviserende stem te geven, is gisteravond door de Universiteitsraad verworpen. De raad vindt dat de huidige situatie, waarin 1 student lid is van het faculteitsbestuur, gehandhaafd moet blijven.

“Een universiteit draagt met een bestuursmodel uit wat ze wil zijn. Als deze plannen doorgaan, zijn we terug bij de jaren vijftig. Toen hadden studenten ook niets in te brengen”, zegt vierdejaars studente Rechten Erica van Alfen. Zij is lid van de vereniging Overleg Nijmeegse Studenten (O.N.S.) die ze, met twee mede-studenten, vertegenwoordigt in de Universiteitsraad.

Het O.N.S. heeft de afgelopen maanden met handtekeningacties geprobeerd zoveel mogelijk studenten te bereiken - daarin gesteund door de Universiteitsraad die pleit voor handhaving van drie bestuursniveau's: universiteit, faculteit en vakgroep. “De wijziging die het College van Bestuur voorstelt, het wegvallen van het vakgroepsniveau en het instellen van werkeenheden zonder formele bevoegdheden, houdt in dat er eventueel maar twee bestuursniveau's worden ingesteld. Dit is voor de universiteitsraad onaanvaardbaar”, aldus de brief van de UR-commissie bestuursstructuur van 23 september.

Het resultaat van de handtekeningenacties (4000 handtekeningen) staat in geen verhouding tot het aantal studenten dat aanwezig is bij de manifestatie in de kantine van het Collegezalen-complex: dat zijn er ongeveer vijftig van wie lang niet iedereen onder de indruk lijkt van het gesprokene. Ze blijven tenminste rustig doorpraten wanneer het PvdA-Kamerlid T. Netelenbos hen oproept er vooral voor te zorgen dat ze reële invloed houden op die zaken die hen het meest raken: de kwaliteit van het onderwijs bijvoorbeeld en de organisatie van tentamens en examens.

“Kop dicht houden. Ik ben geen achtergrondgeluid voor uw gesprek. Wanneer u er doorheen blijft praten, stap ik op.” De barse uitval van prof. P. Fortuyn helpt. Het is zeker vijf minuten stil. Hij benut die stilte om een uitval te doen naar de "Hollandse ziekte' waarvan het symptoom is dat “overal eenzelfde model wordt gehanteerd”, gevolgd door een gloedvol pleidooi voor "meer samenhang'. Allengs wordt het onrustiger onder de aanwezigen: die begrijpen niet precies wat de opmerkingen van Fortuyn over het wegvallen van het vijandbeeld sinds de val van de Berlijnse Muur, de toename van de diagnostiek en de discussies over abortus en euthanasie (“daar gaan we heel onvolwassen mee om”) te maken hebben met hun kritiek op het bestuursmodel zoals het CvB dat heeft ontwikkeld.

“Ik was juist gekomen om naar Fortuyn te luisteren die alles schijnt af te weten van efficiency. Maar ik kan hem even niet volgen”, zegt vijfdejaars student bedrijfskunde Michael Slot.

Een paar tweedejaars studenten bedrijfskunde hebben voor de aanvang van de manifestatie de kantine verlaten. “Ik ben niet erg actief binnen de universiteit. Ik doe veel aan sport en ik ben lid van een studentenvereniging”, zegt Danny Rysavy. Zijn jaargenote Ingrid Scholten heeft het te druk met haar studie, haar vrienden èn ze kan zelden weerstand bieden aan de verlokkingen van de Nijmeegse binnenstad. “Vergeet ook niet dat wij maar vijf jaar studiefinanciering hebben. Het is niet meer zo als in de jaren zeventig toen je lang kon studeren. Misschien zijn we ook wel minder genteresseerd in hoe het binnen de universiteit reilt en zeilt. Ik heb tenminste het idee dat het wel goed komt”.