Vernieuwde New Yorker geurt naar advertentie-parfum

WASHINGTON, 30 SEPT. Een bekende geur stijgt op uit de pagina's van het nieuwe nummer van het literaire weekblad New Yorker.

Het zijn de duizend-en-een-zoete-parfum-luchtjes van de advertenties, die voorheen waren voorbehouden aan Vanity Fair en Amerikaanse damesbladen. Het is een irriterend gevolg van de komst van de nieuwe, 38-jarige Britse hoofdredacteur, Tina Brown. Het nummer van deze week is haar eerste en de adverteerders hebben er het volste vertrouwen in. De vroegere advertenties over pleziertjes voor de oude dag gaan vergezeld van sportauto's en erotische foto's van Calvin Klein, 85 pagina's in het totaal. Oprichter Harold Ross zou er trots op zijn geweest, want het aanlokken van rijke adverteerders was het doel van zijn concept.

De theaterrubriek wordt hinderlijk onderbroken door al die uitvouwfoto's, maar in zijn geheel is het nieuwe nummer al veel toegankelijker dan zijn voorgangers. De lezer hoeft niet meer lang te zoeken, want in de vroeger zo omstreden inhoudsopgave staat duidelijk wat er te lezen valt met dik gedrukte rubrieksnamen. De namen van de schrijvers, interessant als het gaat om Saul Bellow, staan niet meer weggemoffeld onderaan het stuk maar direct bij de titel.

Brown wil de generatie lezers, die de oude illustere, literaire New Yorker had overgeslagen, weer aanlokken met meer illustratie, kleur, betere inhoudsopgaven en wat modernere cartoons. Ze heeft een deel van de staf van het eerder door haar geleide maandblad Vanity Fair meegenomen. Uit Engeland trok ze de voormalige chef van de zondagbijlage van het blad The Independent aan om stukjes in de rubriek "Talk of the Town' “door de machine te halen”. De schrijver van deze rubriek duidt zich niet langer met “wij” aan en de gevleugelde uitdrukking “een lezer schrijft” is ook verdwenen. Adjunct is Hendrik Hertzberg, voormalig hoofdredacteur van het progressieve opinieblad New Republic en daarvoor speechschrijver voor president Carter.

De tekening op de omslag maakt al een toespeling op de verandering. Een punker met paarse kuif en zonnebril zit in een koets in Central Park met de schoenen op het fluweel tegenover hem. De koetsier in ouderwets livrei en hoge hoed kijkt beteuterd. Ook de voorheen zo oubollige cartoons geven wenken naar de nieuwe tijd. “Clark Gable, Gary Cooper, Cary Grant -ze zijn allemaal heengegaan. Maar Marcus is er nog steeds”, zegt een oude vrouw tegen een vriendin, terwijl ze kijken naar een man die voor de televisie zit. De grappen zitten hem nog steeds in de tekst, niet in de tekening en het is een mengeling van oude en nieuwe stijl. Er staan zelfs perfect afgedrukte portretfotootjes in. Naast de "Reporter At Large', meestal een lang relaas, is er ook de "Artist at Large', dit keer kleurige reflecties van Richard Merkin over het droomstadion voor honkbal, de typisch Amerikaanse geritualiseerde sport. Jules Feiffer heeft twee pagina's ter beschikking voor een kleurenstrip.

Een oude vertrouwde van de New Yorker, John Updike, schreef een kort verhaal, "Playing with Dynamite'. Veel onderwerpen zijn actueel maar de koppen blijven abstract, zoals "In De Storm' voor een verhaal van een aanwezige bij orkaan Andrew en "Nieuws Van De Hel', een reportage over de pantsers van de pers in Sarajevo. Van één nummer is nog weinig te zeggen maar de snobs zullen dit blad nu niet alleen stapelen in hun studeerkamers, maar ook wel eens doorbladeren.