Verhalen van bijstand kan soepeler

DEN HAAG, 30 SEPT. Gemeenten hoeven niet met terugwerkende kracht tot 1 augustus 1992 bijstand te verhalen op ex-partners. De verhaalsbijdrage gaat in op het moment dat betrokkenen daarvan door de gemeente schriftelijk in kennis worden gesteld. Gemeenten krijgen daarvoor tot 1 augustus volgend jaar de tijd. Dit uitstel geldt alleen voor die mensen die voor 1 augustus al bijstand genoten.

Dat is vanmorgen afgesproken in het overleg tussen staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging van directeuren van sociale diensten (Divosa). Ook heeft de staatssecretaris er mee ingestemd dat gemeenten geen alimentatie hoeven te verhalen wanneer het bedrag minder dan 250 gulden per jaar is.

De VNG is "verheugd' over de opstelling van de staatssecretaris. De VNG en Divosa hebben de afgelopen weken regelmatig gewezen op de uitvoeringsproblemen die het gevolg waren van de nieuwe "verhaalsplichtwetgeving'. De nieuwe regeling geldt sinds 1 augustus. Gemeenten zijn vanaf die datum verplicht ten onrechte of te veel betaalde bijstand terug te vorderen en waar mogelijk verleende bijstand te verhalen op derden. Anders dan de VNG en Divosa ging de staatssecretaris er van uit dat gemeenten aan een periode van drie maanden voorafgaand aan 1 augustus voldoende hadden voor het opsporen en aanschrijven van alle verhaalsplichtigen om per 1 augustus hun bijdrage te kunnen verrekenen met de bijstandsuitkering.

De afgelopen weken hebben gemeenten tienduizenden potentiële verhaalsplichtigen aangeschreven. Volgens Divosa en de VNG waren gemeenten niet in staat om daarbij de noodzakelijke zorgvuldigheid in acht te nemen. Zij werden, aldus de VNG, “gedwongen op ongenuanceerde wijze alle mogelijke verhaalsplichtigen in bijzonder kort tijdsbestek aan te schrijven”.