Rivierdijkdoorbraken zijn voorspelbaar

Wat is het grote verschil tussen de Deltawerken en de huidige rivierdijkverzwaringen? Neelie Kroes, in twee kabinetten minister van verkeer en waterstaat, ziet geen verschil als zij op de opiniepagina (NRC Handelsblad, 24 september) schrijft: “De uitvoering van de dijkverzwaringen in heel laagliggend Nederland is de vertaling in de vorm van Openbare Werken van het "dit-nooit-weer'-gevoel, dat na de ramp van 1953 alom aanwezig was.

Het eerst werden de projecten aangepakt waar de nood het hoogst was: in gebieden waar de herinnering aan de ramp vers was. Protesten tegen dijkversterkingen in Zeeland waren ondenkbaar. In het Gelderse en in Zuid-Holland lag dat anders''.

Keer op keer op keer brengen voorstanders van rivierdijkversterkingen de watersnood van 1953 ter sprake en rechtvaardigen de dijkverzwaringen met de uitroep: “Dat nooit weer!”. Nooit weer zo'n watersnoodramp als in 1953.

Is het bluf, demagogie of onwetendheid om de ramp van 1953 in verband te brengen met rivierdijkversterkingen? In 1953 braken de zeedijken door als gevolg van het samenvallen van springtij en een extreem zware noordwester storm. Met haar 1800 doden, beelden van ontredderde dorpen en koeien met opgezwollen buiken die in het koude polderwater ronddreven, is de ramp bij alle oudere Nederlanders in het geheugen gegrift.

De ramp was niet goed te voorspellen, want de februari-storm viel veel sterker uit dan verwacht. Hoge zeewaterstanden zijn nog steeds onvoorspelbaar, zolang de meteorologie op het huidige niveau blijft steken. De Deltawerken, wat voor kritiek er ook op bestaat, vallen daarom goed te verdedigen. Zo'n ramp mag nooit weer gebeuren.

Geheel anders ligt het bij rivierdijkdoorbraken. Het gevaar van een overstroming, vaak gevolgd door een doorbraak, is het grootst bij een extreem hoge rivierwaterstand. Deze is wel degelijk goed te voorspellen op een termijn van enkele dagen - als Rijkswaterstaat tenminste de moeite neemt de waterstanden in Duitsland te volgen. Er zijn wel voor minder belangrijke zaken rampenplannen opgesteld.

Dus geen sprake van 1800 doden in de Betuwe in stikdonkere nacht! In een paar dagen is er voldoende tijd om de bedreigde gebieden ordelijk te ontruimen, zelfs het vee kan gemakkelijk in veiligheid worden gebracht.

De schade in een overstroomd gebied zal aanzienlijk zijn, maar het is economische schade, er zijn geen levens mee gemoeid. Voor de landbouw en de huizen valt de schade overigens mee: rivieren bevatten zoals bekend zoet water, van langdurige verziltingsproblemen heeft men geen last.

De vraag is nu of men een dergelijke economische schade eens in de zoveel honderd jaar moet accepteren of koste wat koste moet afwenden door verzwaarde rivierdijken. Dat is een kwestie waar de Tweede kamer over moet beslissen. Maar dan niet op grond van de kreet "dat nooit weer!'.

Tenslotte nog dit. Neelie Kroes neemt haar voormalige ambtenaren van Rijkswaterstaat in bescherming tegen de steeds hardhandiger aanvallen van actiegroepen. Zij schrijft: “Hun rol is niet meer, maar ook niet minder dan het - met grote deskundigheid - presenteren van de relevante feiten. Ik heb ervaren dat dit over vele zaken heel open gebeurt, ook als dit grote consequenties voor de eigen dienst heeft”.

Ik weiger het te geloven. Een groot project als verzwaring van de rivierdijken zal geen enkele organisatie aan zijn neus voorbij laten gaan. De dienst heeft zijn minister altijd in de waan gelaten dat doorbraken van rivierdijken en de watersnood van 1953 zo'n beetje hetzelfde zijn. Opdat de minister uit onwetendheid platte demogogie zou bedrijven.