Ritzen ruikt voor het eerst sinds jaren bordkrijt

NIJMEGEN, 30 SEPT. “Wat is 'ie eigenlijk - minister van onderwijs? Zo-oh... heavy!” Voor klas M4B van de Nijmeegse technische school Jonkerbosch was het gisteren geen dag als alle andere. Niet hun eigen geschiedenisleraar stond voor de klas, maar dr.ir. J.M.M. Ritzen. “Een minister voor de klas, dat zie je niet ieder dag”, merkt de zestien-jarige Michiel op. Inderdaad blijft Ritzen gewoonlijk tijdens een werkbezoek hooguit twee uur op een en dezelfde school. Gisteren had hij er een hele dag voor uitgetrokken om de praktijk te ervaren want “het onderwijsbeleid moet naar bordkrijt ruiken”.

De bewindsman, die tot nu toe alleen les gaf aan universitaire studenten, en nog nooit aan middelbare scholieren, staat ontspannen voor de klas. Van de uitgebreide lesmethode die een van zijn medewerkers uit Den Haag heeft meegenomen, maakt hij geen gebruik. “Ik wil direct inspelen op wat er speelt bij de leerlingen”, aldus Ritzen. “Wat leeft er in die koppen, daar ben je toch als docent èn als politicus mee bezig. Daarom is het zo leuk om hier les te geven.”

In een extra opgeruimd lokaal, waar nog snel een tl-buis is gerepareerd, weidt de minister uit over politiek. “Wat stellen jullie je voor bij een minister?”, vraagt hij de klas. “Een grote man die veel voorstelt in de politiek”, antwoordt Rob. Zijn buurman vult aan: “En die veel geld verdient.”

Aandachtig luisteren de leerlingen naar een uiteenzetting over wetgeving en de verhouding tussen Tweede Kamer en regering. “Kennen jullie een wet uit het onderwijs?”, vraagt Ritzen. “Ja, de leerplicht”, antwoordt Remberto prompt. “Maar daarvoor kun je ontheffing vragen”, weet Rob. “Dan krijg je een papiertje, waarop staat dat je mag werken.” Na afloop verklapt Michiel dat de klas gewoonlijk veel rumoeriger is. “Maar je steekt wel wat op van zo'n les - over politieke partijen en zo.”

Deze leerlingen zijn associatief, vindt Ritzen, “ze werken met beelden, niet met definities”. “Jammer is dat de spanning tussen Tweede Kamer en regering, die ik heb willen duidelijk maken, niet is overgekomen. Dat is wel heel essentieel, omdat de politiek zich daar vaak in toont. Maar dat politieke spel, dat leeft hier niet. En dat is voor mij een interessante lering, want je ziet dat Den Haag voorzichtig moet zijn bij het hanteren van politiek als spel.”

Ritzen kwam naar de Jonkerbosch-school voor individueel beroepsonderwijs, als “signaal dat mijn departement geen blinde vlek moet hebben voor dit soort onderwijs”. Op de school - in de jaren dertig opgezet door de Broeders van de Liefde als ambachtsschool voor moeilijk lerende kinderen - zitten 480 leerlingen die niet kunnen meekomen in het reguliere lager beroepsonderwijs. In klassen die hooguit zestien leerlingen tellen worden zij opgeleid tot bijvoorbeeld machinebankwerker. Ze krijgen geen huiswerk, want dat werkt demotiverend. Ruim twintig procent van de leerlingen is allochtoon, vier keer zoveel als in het algemeen in het voortgezet onderwijs.

Een andere reden waarom Ritzen juist deze school uitkoos, is om te zien hoe de basisvorming (een breed, verplicht vakkenpakket voor alle leerlingen in het voortgezet onderwijs) wordt ontvangen in het individueel beroepsonderwijs. Vooral vanuit deze hoek is kritiek gekomen op de basisvorming, die volgend schooljaar wordt ingevoerd. Directeur G. Lagarde van Jonkerbosch: “In de toekomst moeten we èn meer vakken gaan geven, èn de maximum-schooltijd wordt vijf jaar. Maar wij hebben nu al meer tijd nodig: leerlingen die hier komen hebben een achterstand en doen er soms zes à zeven jaar over om een diploma te halen.”

In de lunchpauze zit de minister op eigen, nadrukkelijk verzoek tussen de leerlingen in de kantine. Bij het eten van een bordje soep vraagt Ritzen de jongens die nieuwsgierig om hem heen drommen welke boeken ze lezen en naar welke televisie-programma's ze kijken. Geduldig geven ze hem antwoord en vragen de bewindsman om een handtekening op pennenetui of gipsarm. Remberto weet nu zeker dat hij geen minister wil worden: “dat is mij veel te veel praten”.