Nieuwe verdeling van de bevoegdheden in België

De belangrijkste punten uit het Belgische akkoord:

De raden (parlementen) van Vlaanderen en Wallonië worden voortaan rechtstreeks gekozen. De nationale overheid draagt meer bevoegdheden over aan de regeringen van Vlaanderen en Wallonië. Zo worden internationale betrekkingen (gedeeltelijk) en buitenlandse handel, milieubeleid, wetenschapsbeleid en landbouw gefederaliseerd. Ook de geldstroom van het centrale niveau naar de regio's neemt toe. De afdracht van de inkomstenbelasting zal jaarlijks worden aangepast aan de economische groei. Het luister- en kijkgeld, in feite een extra fiscale inkomstenbron, wordt overgeheveld naar de Franstalige en Nederlandstalige gemeenschappen. Vlaanderen, Wallonië en Brussel krijgen nieuwe fiscale bevoegdheden. De provincie Brabant wordt gesplitst in een Vlaams en een Waals gedeelte. De taken en bevoegdheden van het nationale parlement (Kamer en Senaat) worden opnieuw afgebakend. Het totale aantal parlementsleden in België (nationaal en regionaal) neemt af van 396 tot 393. Het nationale kabinet zal voortaan uit niet meer dan 15 ministers bestaan. Ze beperken zich tot "nationale' aangelegenheden: monetair beleid (inclusief de omvangrijke staatstschuld), buitenlandse zaken, justitie en defensie. Ook de sociale zekerheid blijft onder de hoede van de nationale regering. De Vlamingen hadden de sociale zekerheid liever gesplitst omdat ze de indruk hebben dat er relatief veel meer geld naar Wallonië gaat. Naar Duits model kan de federale regering in Brussel voortaan slechts tot ontslag worden gedwongen als de Kamer een nieuwe premier voordraagt.