Minister: snel uitsluitsel over opzet Betuwelijn

DEN HAAG, 30 SEPT. De Tweede Kamer krijgt binnen enkele weken antwoord op de vraag of ondergrondse aanleg van de Betuwelijn, de goederenspoorlijn van Rotterdam naar Duitsland, haalbaar is. Dat heeft minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) de CDA-fractie in de Kamer onlangs toegezegd.

Fractievoorzitter Brinkman heeft Maij-Weggen enkele weken geleden verzocht duidelijkheid te verschaffen over de vraag of ondergrondse aanleg van de goederenspoorlijn tot de mogelijkheden behoort.

Kringen rond Verkeer en Waterstaat melden dat de minister overweegt een concrete proef te nemen met ondergrondse aanleg door middel van tunnelboring ("ondertunneling'). Volgens deze bronnen zal Maij-Weggen de Kamer laten weten dat ondergrondse aanleg technisch haalbaar is, waarschijnlijk vier tot vijf keer zoveel kost als bovengrondse aanleg en ongeveer twee keer zo lang zal duren. Een woordvoerder van Verkeer en Waterstaat ontkende vanochtend dat Maij-Weggen plannen heeft voor een dergelijke proef.

In de Betuwe bestaat grote weerstand tegen de aanleg van de Betuweroute, die eind deze eeuw klaar zou moeten zijn. Een groot aantal gemeenten die de spoorlijn over zijn grondgebied krijgt, pleit voor ondergrondse aanleg om de hinder van de goederenspoorlijn te beperken.

Totnutoe heeft Maij-Weggen zich tegen dit idee verzet. Tijdens de behandeling van haar begroting in de Eerste Kamer in maart zei zij dat aanleg van ondergrondse spoorlijnen de eerstkomende tien jaar technisch nog niet haalbaar is en dat van een ondergrondse Betuweroute geen sprake kon zijn.

Binnen de CDA-fractie ontstond vervolgens echter irritatie over tegenstrijdige berichten van Verkeer en Waterstaat. “Het ene moment hoor je ambtenaren zeggen dat het wel onder de grond kan, het volgende moment verklaren anderen weer dat het niet kan”, aldus de Betuweroute-specialist van het CDA, het Kamerlid G. Leers.

Toen ook na het verzoek van Brinkman de tegenstrijdige berichten bleven aanhouden, heeft Leers Maij-Weggen opnieuw aangesproken. Zij zegde het Kamerlid toe binnen enkele weken met een tussenraportage te komen van de stuurgroep ondergronds bouwen. De stuurgroep zou oorspronkelijk op zijn vroegst pas volgend jaar verslag uitbrengen.

De stuurgroep ondergronds bouwen, die dit voorjaar van start is gegaan, bevat een breed scala vertegenwoordigers uit overheid en bedrijfsleven. De stuurgroep doet studie naar de voor- en nadelen van ondergrondse infrastructuur. Uitgangspunt is de voor Nederland vrij nieuwe techniek van tunnelboring.

De publieke discussie over de vraag of infrastructurele werken als de Betuweroute in Nederland niet beter onder de grond kunnen worden aangelegd, is eerder dit jaar in een stroomversnelling geraakt na een publicatie van een ambtenaar van Verkeer en Waterstaat. Ir.W. Leeuwenburg, van Rijkswaterstaat, liet zich enkele maanden geleden enthousiast uit over ondergronds bouwen. In "Mobiliteitschrift', het huisblad van Stichting Weg, schreef Leeuwenburg op persoonlijke titel dat de hoge-snelheidstrein en de Betuwe-spoorlijn gedeeltelijk of helemaal ondergronds zouden moeten gaan. Ook bij wegen als de Rijksweg 27 langs Utrecht viel ondergrondse bouw volgens hem nadrukkelijk te overwegen.

Voor de CDA-fractie is de Betuweroute een politiek gevoelig onderwerp. De goederenspoorlijn komt door een gebied te lopen waar traditioneel een belangrijk deel van de achterban van de christendemocraten woont. Het CDA erkent het economisch belang van de aanleg van een spoorlijn voor de Rotterdamse haven, maar wil anderzijds de bewoners van de Betuwe niet bruskeren. “We mogen niet met het strategische belang van de spoorlijn over de belangen van individuele burgers walsen”, aldus Leers.