Huub van der Lubbe van De Dijk over blues en Hollandse zangers; Van drie akkoorden komen we nooit af

De Nederlandstalige rockgroep De Dijk maakt na het uitbrengen van een nieuwe cd een tournee door Nederland. Het publiek kent hun teksten uit het hoofd. “In het begin vond ik het nog wel eens benauwend, als een tekst van a tot z werd meegezongen”, vertelt zanger Huub van der Lubbe.

De Dijk treedt binnenkort op in de Sporthal, Hulst (2/10), Tivoli, Utrecht (3/10), Feesttent, Handel (5/10), Luxor, Arnhem (8/10) en Noorderligt, Tilburg (9/10).

“Als zanger ben ik vrijgesteld,” zegt Huub van der Lubbe, “om datgene te verwoorden waar andere mensen niet aan toe komen. De een bakt de broden, de ander gaat met melk langs de deur en ik ben de malloot die liedjes maakt en zingt. Mijn rol bij De Dijk lijkt op de troubadour van vroeger, die langs de dorpen trok om de mensen de waarheid te zeggen. De huifkar is een vrachtwagen vol apparatuur geworden, maar een wezenlijk verschil is er niet.”

De Nederlandstalige rockgroep De Dijk trekt de komende maanden langs de dorpen, met liedjes van het nieuwe album Zeven levens. De Amsterdammers spelen voor volle zalen, want er bestaat een groeiende belangstelling voor volwassen popmuziek in de eigen taal. “Geef me zeven levens,” zingt Van der Lubbe uitdagend, “en ik leef ze allemaal.” De muzikale omlijsting van zijn hartstochtelijke teksten lijkt meer dan ooit geïnspireerd door het Amerikaanse popverleden. Vooral door de recente toevoeging van een tweekoppige blazerssectie aan de vaste podiumbezetting, herinnert het groepsgeluid aan de robuuste soulmuziek van het legendarische Stax-label. Was Van der Lubbe, in navolging van soulhelden als Otis Redding en Sam & Dave, niet liever rond 1960 in de buurt van Memphis aan zijn muzikale loopbaan begonnen? “Dat ligt eraan of ik een blanke of een zwarte zou zijn geweest. De echt goeie waren allemaal zwart, dus het valt niet mee om me dat voor te stellen. Los daarvan, leef ik liever in het heden. Je kunt eindeloos fantaseren over die tijd, toen al die mooie muziek werd bedacht door een stel vrienden in de een of andere ouwe kapperszaak. Maar het blijft nostalgie, naar omstandigheden die er nu niet meer zijn. Natuurlijk zijn er elementen die evengoed op gaan voor 1992 en Holland. De techniek heeft intussen een hoge vlucht genomen, maar uiteindelijk draait alles om het liedje. In de opnamestudio gaat het erom dat je de juiste sfeer te pakken krijgt, net zoals ze dat indertijd konden met twee microfoons en een bandrecorder. Uiteindelijk streven we naar dezelfde bevlogenheid.”

In de tien jaar sinds het eerste succes met de bluesy smartlap Bloedend hart, ontwikkelde De Dijk een eigen rock & rollgevoel. Van der Lubbe noemt de Drentse bluesgroep Cuby & The Blizzards als een goed voorbeeld van muzikanten die een eigen wending hebben gegeven aan een oorspronkelijk Amerikaans muziekgenre. Ook de volksmuziek uit de Jordaan en het Nederlandstalig chanson van Ramses Shaffy, wiens prachtige lied 5 uur op het repertoire van De Dijk staat, spreken hem aan. “In wezen is er niet zo'n groot verschil tussen de blues en een Hollandse zanger die zingt dat 'ie in een stijfselkissie is geboren. Waar het op uitdraait, is dat iedereen op zaterdagavond zijn zorgen aan de kant wil zetten. In de tekst kun je als zanger iets van je eigen situatie laten doorschemeren, maar van die drie akkoorden komen we nooit meer af.”

Als Nederlandstalig rockzanger voelt Huub van der Lubbe zich verwant met The Scene en Tröckener Kecks, groepen die op hun manier duidelijk maken dat de Nederlandse taal zich uitstekend leent voor succesvolle rock & roll. Waar Thé Lau van The Scene nog wel eens geneigd is om een kreet als "yeah yeah yeah" te bezigen, vervangt Van der Lubbe de gebruikelijke stoplap "baby' liever door een oerhollands "liefje'. “In de loop der jaren heb ik mezelf allerlei regels opgelegd, over rijmschema's en woorden die je wel of niet in een tekst kunt gebruiken. Een woord als "adekwaat' zul je bij mij niet zo snel aantreffen, want dat ligt voor mijn gevoel te ver af van de gewone spreektaal. Ik weet van de Kecks dat die hun eigen regels hebben, waar ik me weer helemaal niets van aantrek. Zo werken we ieder afzonderlijk aan een eigen stijl, die hopelijk weer andere mensen inspireert om er op voort te borduren.”

"God straft wie rocker in Holland wil zijn', zingt Jan Rot in een tragikomisch lied over de belabberde omstandigheden waarin een Nederlands popmuzikant zijn werk moet doen. Heeft De Dijk de opmars naar de huidige roem ooit zo ervaren? “Het grote verschil,” antwoordt Van der Lubbe, “schuilt in het feit dat hij dat liedje zingt in zijn soloprogramma. Wij zijn met z'n vijven en we zijn altijd een vriendenclub geweest, die zich nooit gek heeft laten maken door invloeden van buitenaf. Van begin af aan hebben we het geluk gehad dat we de kans kregen om veel op te treden, en dat er steeds meer publiek op af kwam. In het begin vond ik het nog wel eens benauwend, als een tekst van a tot z werd meegezongen. Toen we voor het eerst een plaat hadden gemaakt, realiseerde ik me pas achteraf hoe persoonlijk de teksten eigenlijk waren. Inmiddels schrik ik er niet meer voor terug, om verslag te doen van mijn persoonlijke bevindingen.”

Met veel plezier haalt hij een herinnering op aan de begintijd, toen hij wat extra aandacht wilde vestigen op die keer dat ze met Bloedend hart op televisie zouden verschijnen. “Ik wilde een hart uit mijn binnenzak tevoorschijn halen, dus ging ik naar de slager en vroeg of ik een koeiehart kon krijgen. Wist ik veel hoe groot zo'n ding was! Uiteindelijk heeft die slager er een plak vanaf gesneden, waarmee ik toen de hele dag in de televisiestudio heb rondgelopen. Wat ik ook niet had voorzien, is dat zo'n lap vlees groen wordt en vliegen aantrekt. Zodat we ons de haat van het voltallige studiopersoneel op de hals haalden. Nee, zoiets zou ik nu niet zo snel meer doen.”