Fraudebestrijding

Het net om belastingfraudeurs wordt steeds strakker aangetrokken. Toch blijven er voor internationaal opererende ontduikers nog mogelijkheden voor lucratieve belastingfraude. Maar voor andere belastingbetalers zijn in de afgelopen tien jaar veel wegen om de fiscus een oor aan te naaien simpelweg afgesneden.

Pas in 1980 lagen harde feiten over belastingfraude op tafel. Een onderzoek van de oud-Directeur-Generaal der Belastingen, Van Bijsterveld, toonde aan dat twee van de drie mensen die de kans krijgen om te frauderen, dat ook daadwerkelijk doen. Een grootscheepse en systematische aanpak van het verschijnsel startte in 1982, toen de eerste fraudenota naar de Tweede Kamer werd gestuurd. De nota concentreerde zich trouwens geheel op belastingfraude. Het was in die tijd nog een taboe om fraudes bij subsidies en in de sociale zekerheidssfeer aan de orde te stellen. Sinds enkele jaren pakt de overheid ook op die gebieden de fraude systematisch aan, maar het is duidelijk dat de fiscus een voorsprong heeft. Die valt ook af te lezen aan de (inmiddels derde) fraudenota, die de regering op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Een hoeksteen van het fraudebeleid vormt de verwerking van massale gegevensstromen. Die werd mogelijk nadat in 1985 iedere belastingbetaler een fiscaal nummer had gekregen. Daarmee kan een stroom van miljoenen gegevens naar de juiste dossiers worden geleid; een voorwaarde voor de opzet van de zogenaamde renterenseignering. Dat is de operatie waarbij de banken verplicht werden de rentegegevens van hun particulieren klanten aan de fiscus door te geven. Inmiddels heeft de fiscus de smaak te pakken. De banken zullen voortaan ook rente-uitbetalingen aan bedrijven melden. Daarnaast is het de bedoeling dat uitbetaald dividend aan de belastingdienst zal worden opgeven. Verlekkerd kijkt de fiscus verder naar gegevens over hypotheekrente, consumptieve rente en lijfrentepremies.

Die nieuwe gegevensstromen zullen de schatkist enkele honderden miljoenen guldens opleveren. Niet zozeer wegens de vangst van grote aantallen fraudeurs, maar veeleer omdat iemand die weet dat de inspecteur over zijn gegevens beschikt, ze op zijn aangiftebiljet niet zal verzwijgen.

Met dezelfde inzet verscherpt de fiscus de controle op uitbetalingen die stichtingen, verenigingen en bedrijven doen aan particulieren. De loonbetalingen aan werknemers werden altijd al aan de fiscus doorgegeven. Maar er wordt ook betaald voor incidentele diensten. Er bestaat al de regel dat de inspecteur een lijst met zulke uitbetalingen moet krijgen als hij daarom vraagt. Maar het komt vaak voor dat zo'n lastig verzoek van de inspecteur domweg in de prullenbak verdwijnt. De fiscus kan niet genoeg tijd vrijmaken om hiertegen op te treden. Daar zal een eind aan komen door de inzet van extra mankracht. Die is ook nodig om profijt te trekken van de gegevens die nu ongebruikt op de belastingkantoren liggen. Zo krijgt de fiscus jaarlijks een miljoen notariële akten in handen. Een informatiebron die tot nu toe nauwelijks wordt benut.

Ook in de controlesfeer waait een frisse wind. Al jaren is het zo dat de meeste belastingaangiften van particulieren door gebrek aan mankracht niet meer inhoudelijk worden beoordeeld. De inspecties gaan evenwel acties houden waarbij alle aangiftebiljetten op een specifiek onderdeel nauwkeurig worden bekeken. Dat geldt dus ook voor de aangiften van mensen die nog nooit een problemen met de fiscus hebben gehad. Dergelijke acties worden overigens aangekondigd, want het kabinet verwacht meer effect van de preventieve werking dan van het opsporen van fraudeurs. De eerste onderwerpen zijn het huurwaardeforfait (bewonersheffing van huizenbezitters) en de door een werkgever betaalde reiskostenvergoedingen.

Al met al is de regering optimistisch over de fraudebestrijding. Waarschijnlijk zullen nog steeds twee van de drie mensen die makkelijk kunnen frauderen, zo'n kans voor open doel niet laten liggen. Maar door een betere organisatie van de belastingdienst en de enorme hoeveelheid actuele informatie waar de fiscus inmiddels over beschikt, hebben veel knoeiers gewoonweg geen kans meer ongemerkt te frauderen. Ook door het schrappen van veel aftrekposten zijn de fraudemogelijkheden afgenomen. Met het verhogen van drempels voor bij voorbeeld onbelaste bijverdiensten, is het niet opgeven daarvan gelegaliseerd.

Er hangt evenwel een donkere wolk boven de fraudebestrijding. Voorbij de landsgrens vallen alle mooie strategieën van de fiscus in duigen. Van massale gegevensuitwisseling met buitenlandse belastinginspecteurs is namelijk geen sprake. Laat staan dat buitenlandse banken er over piekeren om rente- en dividendgegevens van hun cliënten aan de Nederlandse fiscus te geven. Internationaal opererende particulieren en bedrijven houden fraudemogelijkheden waar de nieuwste fraudenota net zo min een remedie tegen geeft als het Verdrag van Maastricht.

    • Aertjan Grotenhuis