Fernando Collor De Mello; Neergang van de playboy-president

Anders dan sommige andere staatshoofden met een geknakte carrière, zal Collor (43) nog enige tijd het internationale lezingencircuit moeten mijden. De eerste democratisch gekozen president van Brazilië in 29 jaar heeft immers teveel schijn tegen zich: hij heeft een oogje toegeknepen toen zijn vrienden hun beurs spekten, hij heeft daarvan bovendien een graantje meegepikt dat op 6,5 miljoen dollar wordt geschat, en ten slotte heeft hij alles in het werk gesteld om het onderzoek naar de malversaties te dwarsbomen. De man die vóór zijn aantreden in 1989 had beloofd aan dergelijke ingeslepen Braziliaanse gewoonten nu eens en voor altijd een einde te maken, lijkt zelf geen haar beter te zijn.

Over Collor werd bij zijn aantreden gezegd dat hij "on-Braziliaanse waarden' als rechtschapenheid en efficiency vertegenwoordigde, maar dat zeiden vooral degenen die hem nog niet kenden. Collor is zo Braziliaans als hete vis met bonen. Hij werd geboren op 12 augustus 1949 (in Rio de Janeiro) in een familie met grote belangen in het noordoostelijke deelstaatje Alagoas, dat weinig voortbrengt, behalve suikerriet en arme sloebers die naar de krottenwijken van de metropolen trekken.

Zijn grootvader was minister van arbeid, zijn vader was gouverneur en senator en kreeg enige bekendheid nadat hij in 1963 een mede-senator doodschoot en een tijdje de gevangenis in ging. Fernando bracht zijn jeugd door in Rio de Janeiro en de federale hoofdstad Brasilia, waar hij in het uitgaansleven een reputatie opbouwde, economie studeerde en (een beetje) journalistiek, met het oog op de leiding van het mediaconcern dat zijn familie in Alagoas bezit. Die functie kreeg hij in 1978, om zijn loopbaan langs gepredestineerde lijnen te vervolgen met het burgemeesterschap van Maceio, hoofdstad van Alagoas in 1979, zijn parlementslidmaatschap voor Alagoas in 1982, gevolgd door het gouverneurschap in 1986.

Enkele jaren daarvoor had hij besloten dat zijn ambitie verder reikte dan het vertegenwoordigen van een kleine staat. Aanvankelijk gokte hij mis door zijn geld te zetten op de rechtse zakenman Paulo Salim Maluf, de kandidaat van de militairen voor het interim-presidentschap, die hun nalatenschap aan het regelen waren. Maar de agressieve Maluf dreef een deel van de regeringspartij in handen van de oppositie, die de verkiezingen won en - nadat de aanvankelijke kandidaat Tancredo Nieves was overleden - in 1985 president José Sarney aan het bewind bracht.

Nadat Collor daarop besloten had voortaan Sarney dan maar te steunen, en zijn gouverneurschap in de wacht had gesleept, rook hij een nieuwe kans. Hij profileerde zich met een geruchtmakende campagne tegen de corruptie van de maharadja's. Dat thema was goed gekozen. Collor wist het bovendien te presenteren door slim gebruik te maken van de pers en vooral de televisie, waarbij zijn wilskrachtige uitstraling en zijn geplakte haar evenveel gewicht in de schaal legden als zijn woorden.

Deze man - karatekampioen, jetskiër, coureur, piloot, een echte man kortom - die vooruitlopend op zijn hoge ambt alvast was wezen buurten bij "bevriende staatshoofden' als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, was het Brazilië van de toekomst, zo luidde zijn boodschap eenvoudig. In een land waar politici altijd leden aan morele en ook wel fysieke aderverkalking en waarvan de economie met een gillende inflatie en een torenhoge staatsschuld de grenzen van het mogelijke bereikt leek te hebben, viel dat argument goed: de jeugd en de zakenwereld kochten het massaal. In 1989 won Collor de verkiezingen met een grote meerderheid.

Daarna begon de neergang. De ambitieuze plannen voor een "Nieuw Brazilië' die de inflatie “met één kogel” om zeep zouden moeten brengen, sloegen niet aan. Zijn jonge en weinig subtiele minister van economie, Zelia Cardoso, presenteerde de projecten Collor I en Collor II, waarbij onder meer de spaartegoeden van alle Braziliaanse particulieren en ondernemingen werden bevroren, maar dat kostte hem onmiddellijk zeer veel krediet. Dat liep verder terug, toen duidelijk werd dat veel van zijn ministers niet immuun waren voor de verleidingen van het geld. Steeds weer doken nieuwe schandalen op, die tenslotte eerst zijn (tweede) vrouw Rosane, en tenslotte hemzelf bereikten.

Dat Collor zelf ook iets bereikt heeft, is vooral te danken aan enkele notables, zoals zijn laatste minister van economie, de gerespecteerde diplomaat Moreira, die vooral in het landsbelang werkten en de grillen van de playboy-president maar door de vingers zagen.

Het Braziliaanse regenwoud verdwijnt nog steeds in angstwekkend tempo, maar dankzij het omleiden van overheidssubsidies voor houtvesters is het tempo onomstotelijk afgenomen. Indianen worden nog steeds bedreigd in hun voortbestaan, maar dankzij Collors minister, de in eigen land omstreden, maar internationaal gevierde José Lutzemberger, beschikken de Yanomani nu over een eigen territorium van 94.000 vierkante kilometer, in weerwil van de krachtige tegenstand van militaire zijde, die de Amazone beschouwen als strategische bufferzone. Dezelfde, politiek invloedrijke militairen, die Brazilië van 1964 tot 1985 hebben geregeerd weerstond Collor door een einde te maken aan het (militaire) nucleaire programma.

Dit was overigens niet zonder eigenbelang, want in ruil daarvoor verkreeg hij de steun van de Verenigde Staten, die een wapenwedloop vrezen tussen Brazilië en Argentinië, en die nu hun invloed konden aanwenden bij onderhandelingen met het IMF over een herfinanciering van de staatschuld.

Maar terwijl internationaal zijn reputatie op peil bleef - zoals nog bleek tijdens de succesvolle VN-milieutop dit jaar in Rio - kalfde in eigen land de steun voor Collor voortdurend af. Zijn broer Pedro gaf hem de doodsteek, door zijn onthulling van het corruptieschandaal dat nu zijn ondergang wordt.

    • Hans Steketee