Familie slachtoffers vliegramp naar Nepal

AMSTERDAM, 30 SEPT. Slechts een klein deel van de familieleden van de veertien Nederlanders die maandag omkwamen bij de vliegramp met een Pakistaanse Airbus in Nepal maakt gebruik van het aanbod van de luchtvaartmaatschappij Pakistan International Airlines (PIA) om naar Nepal te vliegen. Vanmiddag zijn elf familieleden vertrokken naar de Nepalese hoofdstad Kathmandu.

Ze zullen daar in een hotel verblijven en worden volgens een woordvoerder van het Amsterdamse kantoor van PIA begeleid door een opvangteam van de Pakistaanse en de Nepalese regering. Het grootste deel van de familie wacht liever in Nederland tot de lichamen zijn geborgen en kunnen worden overgevlogen. De familieleden van alle Nederlandse slachtoffers hebben te kennen gegeven dat ze hun doden in Nederland willen begraven.

Het bergen van de 167 slachtoffers verloopt volgens PIA uiterst moeizaam, door de slechte weersomstandigheden en de plaats waar de Airbus A 300 van PIA is neergestort. Het wrak ligt op een berghelling in een naaldbos op 2.195 meter hoogte. Reddingswerkers moeten uren met brancards over modderpaden lopen voordat ze bij de weg zijn.

Samen met de familieleden van de slachtoffers zijn vanmiddag ook twee experts van het Rampen Identificatie Team van de Rijkspolitie vertrokken. De lokale autoriteiten hebben niet om hun hulp gevraagd, maar volgens een woordvoerder van het team zijn ze welkom. Een van de twee experts is specialist in het identificeren van lichamen.

Uitsluitsel over de oorzaak van de ramp valt pas te geven als het team van Airbus, Pakistaanse en Nepalese onderzoekers samen met deskundigen van de internationale organisatie voor burgerluchtvaart ICAO, de gegevens uit de zogenaamde zwarte doos hebben geanalyseerd waarin alle vluchtgegevens worden opgeslagen.