De zorgsector krijgt van Simons "gewoon' een budget toebedeeld

DEN HAAG, 30 SEPT. Staatssecretaris Simons schat de uitgaven voor de volksgezondheid stelselmatig te laag, klinkt het elk jaar verwijtend bij de verschijning van het Financieel Overzicht Zorg, de begroting voor de zorgsector. Maandag werd het FOZ voor 1993 gepresenteerd en opnieuw kreeg de bewindsman er van langs.

Ziekenhuizen en verzekeraars, zowel ziekenfondsen als particuliere maatschappijen, beschuldigen de staatssecretaris ervan dat hij bij het opstellen van het FOZ van politiek wenselijke ontwikkelingen uitgaat. Het ministerie erkent dat laatste volmondig. “Het stuk geeft aan hoe de koek verdeeld moet worden”, aldus een woordvoerster van het departement. De ramingen zijn dus onder meer financiële doelstellingen. Het FOZ geeft aan hoeveel geld er in de verschillende onder delen van de zorgsector te besteden is en is als zodanig te vergelijken met een begroting van de andere ministeries.

Vorig jaar, 1991, is 1,1 miljard gulden meer uitgegeven dan geraamd, zo blijkt uit het FOZ. Van die overschrijding moet in 1993 door verschillende sectoren (ziekenhuizen, specialisten, apothekers, tandartsen) en door verhoging van eigen bijdragen 615 miljoen gulden worden opgebracht. De gezondheidszorg kostte vorig jaar 52,5 miljard, geraamd was 51,4 miljard. Simons merkt op dat de meeste sectoren van de gezondheidszorg - goed voor ongeveer 60 procent van de uitgaven - net op of onder het geraamde niveau uitkwamen.

Het eerste Financieel Overzicht Gezondheidszorg verscheen in september 1977 als uitvloeisel van het initiatief van staatssecretaris Hendriks om op zijn departement van volksgezondheid een overzicht te maken van de kosten van de gezondheidszorg. Tot die tijd konden bewindslieden van volksgezondheid niet veel meer doen dan periodiek de ziektekostenpremies aanpassen aan de gedane uitgaven in de gezondheidszorg. Daarbij waren zij dan afhankelijk van (soms tegenstrijdige) gegevens van derden, waaronder het Centraal Planbureau.

Nu, 15 jaar later, is het FOZ in feite gewoon een begroting voor de zorgsector waarbij de verschillende sectoren afzonderlijk worden beoordeeld. Per sector wordt een budget toegekend. Als de werkelijke uitgaven boven de schattingen uitkomen is er net zoals bij de overheid sprake van een overschrijding. En bijna op dezelfde manier als bij de rijksbegroting moet in het FOZ de sector waar het budget wordt overschreden in principe voor compensatie zorgen.

Dat in het FOZ wordt gesproken over overschrijdingen geeft volgens de belangengroepen die worden getroffen door de compenserende kortingsmaatregelen een vertekend beeld van de situatie. Deze overschrijdingen worden volgens hen immers veroorzaakt door ramingen waarvan men van tevoren had kunnen weten dat ze te rooskleurig waren. Dat is maar ten dele waar, en waar dat gebeurt doet het ministerie dit dus met opzet om zo, als uitkomst van het gevoerde beleid, te bereiken dat de uitgaven omlaag gaan of minder snel stijgen.

Het feit dat Simons de kostenontwikkeling in de zorgsector volgens de particuliere ziekteverzekeraars verenigd in het KLOZ “systematisch te laag raamt”, gaat volgens hen gepaard met “alle gevolgen en onterechte beschuldigingen over het niet beheersen van de kosten van dien”. Ze verwijten Simons dat hij geen of onvoldoende rekening houdt met onder meer de bevolkingstoename en de vergrijzing, de ontwikkeling van de loonkosten in de instellingen in de gezondheidzorg en de toename van het aantal hulpverleners. Kortom volgens hen moet er geld bij.

Het FOZ biedt ondanks die kritiek al jaren wel degelijk een redelijke schatting van wat het komende jaar in de gezondheidszorg wordt uitgegeven. Dit neemt niet weg dat een aantal van die schattingen heel globaal is. Zo houdt Simons bijvoorbeeld rekening met een stijging van de particuliere premies in 1993 van 5 procent. De verzekeraars lieten na de presentatie van het FOZ al weten dat die vrijwel zeker hoger zal uitvallen.

Hoe omstreden de schattingen in het FOZ ook zijn, de werkelijke uitgaven in de volksgezondheid leidden ertoe dat Nederland al jaren lang een vrijwel gelijk blijvend aandeel van het Bruto Nationaal Produkt aan gezondheidszorg besteedt (zowel in 1980 als in 1991 9,8 procent). Van een explosieve kostengroei in de gezondheidszorg is dan geen sprake, zeggen verzekeraars en ziekenhuizen. Dat is hooguit in enkele sectoren het geval, zoals bij de medische specialisten.

De specialisten maakten eind 1989 afspraken met de overheid over de bedragen die aan specialistische hulp zouden worden uitgegeven. Zij stemden in met een budget van 2,1 miljard gulden per jaar, het bedrag dat in 1989 door patiënten aan specialistische hulp werd geconsumeerd. Alles wat tot en met 1992 meer aan specialistische hulp wordt uitgegeven, zou steeds in het daaropvolgende jaar door de specialisten worden gecompenseerd. In 1993 moet volgens die afspraak door de specialisten 384 miljoen gulden worden terugbetaald, in de vorm van lagere tarieven.

Kostenbeheersing is volgens het ministerie van WVC een hol begrip als bedragen die uitkomen boven de ramingen niet door de verantwoordelijke beroepsgroepen terugbetaald hoeven te worden. “De vraag naar zorg is oneindig, we moeten ergens een streep trekken”, aldus een woordvoerster. Voor volgend jaar ligt die bij ruim 56 miljard gulden.

    • Ward op den Brouw