Braziliaanse democratie

FERNANDO COLLOR DE MELLO, in 1989 president van Brazilië geworden na een campagne tegen de corruptie bij de Braziliaanse overheid, is gisteren geschorst nadat hij zelf in het middelpunt van een corruptieschandaal was komen te staan.

Behalve een ironische speling in de tropische politiek, is dat ook bemoedigend. Dat hoge Braziliaanse politici verdacht worden van corruptie is niets nieuws. Dat die verdenkingen ditmaal niet zonder gevolg blijven, betekent dat de Braziliaanse democratie na decennia van militaire dictatuur en halfslachtige burgerregeringen blijkbaar levenskracht genoeg bezit om de president uit zijn macht te ontzetten, wanneer daartoe gegronde redenen bestaan. Ook al speelt bij de "impeachment'-procedure ongetwijfeld mee dat vijanden van Collor uit de gevestigde politieke klasse hun kans hebben gegrepen om de jonge, arrogante playboy met megalomane karaktertrekken aan de kant te zetten.

Collor wordt ervan beschuldigd te hebben toegestaan dat naaste medewerkers in zijn naam jarenlang smeergeld hebben opgestreken. Sommigen beweren dat Collor de spin in het web is geweest, zijn slinkende groep medestanders houdt vol dat hij is misbruikt door slechte vrienden. Zeker is dat Collor, afkomstig uit een vermogende familie, hiervan niet armer is geworden. Zijn aandeel in de winst wordt conservatief op ruim zes miljoen dollar geschat en de aanwijzingen dat zijn betrokkenheid veel groter is stapelen zich op. Als deze beschuldigingen in de komende processen bewezen worden, heeft Collor het begrip corruptie zelfs voor Braziiaanse begrippen een nieuwe betekenis gegeven.

TOT NU TOE HEEFT het volk over hem geoordeeld, op grond van soms sensationele personthullingen en een voorlopig rapport van een parlementaire onderzoekscommissie. De afgelopen maanden zijn honderdduizenden, veelal jonge Brazilianen in oorlogsbeschildering de straat opgegaan om zijn aftreden te eisen. Dat Collor schuldig was, stond voor hen bij voorbaat vast. De parlementsleden die gisteren Collors impeachment bedongen, hebben goed geluisterd naar de stem van het volk en zich niet - of wellicht ook - laten afkopen met geld dat de president de afgelopen weken buitengewoon kwistig uit de failliete overheidskas rondstrooide.

“Fernando zal nooit aftreden, maar blijven vechten”, zei Collors broer en kwade genius Pedro dezer dagen. Voor vechten is de tijd aangebroken, want Collors verweer heeft tot nog toe slechts bestaan uit ontkenningen en pogingen om de oppositie in te palmen met politieke gunsten. De geschorste president zal zich nu moeten verantwoorden in hoorzittingen in de Senaat en voor het Hooggerechtshof. Deze twee instanties hebben onder de Braziliaanse grondwet het laatste oordeel over het aanblijven van de president, en zo hoort het in een rechtsstaat.

Zelfs in het geval dat Collor de beschuldigingen aan zijn eigen adres zou weten te weerleggen blijft het zeer de vraag of hij terugkeert als president. Na de slepende rechtsgang zal hij politiek elk gezag verloren hebben en nog slechts kunnen regeren aan de leiband van een oppermachtig, grillig parlement. Voor de meer dan middelmatige eigendunk van Collor is dat waarschijnlijk te veel gevraagd en zijn formele aftreden valt dan ook te verwachten.

DE EERSTE democratisch gekozen president van Brazilië in 29 jaar zal in dat geval de geschiedenis ingaan als een contactgestoorde politicus die past in een lange traditie van bizarre Braziliaanse presidenten. Getulio Vargas pleegde in 1954 zelfmoord, in 1961 trad Janio Quadros plotseling af, in 1967 verdween generaal Costa e Silva als president van het toneel. Maar in die vergelijking zit iets tegenstrijdigs. Collor heeft in het begin van zijn ambtsperiode serieus getracht Brazilië te verlossen van zijn imago van Derde-Wereldland, onder meer door het aanstellen van vakbekwame ministers en door liberalisatie van de logge economie. Het eerste economische plan van zijn regering liep weliswaar op een fiasco uit, maar onder de huidige minister van financiën, Marcilio Marques Moreira, heeft Brazilië eindelijk de relaties met zijn schuldeisers genormaliseerd en uitzicht gekregen op vermindering van zijn enorme buitenlandse schuld.

Bij meer dan één gelegenheid heeft Collor de pressie van het leger weerstaan, onder meer door een einde te maken aan het Braziliaanse kernwapenprogramma. Tijdens de recente milieutop in Rio heeft hij aangetoond dat het hem ernst is met het natuurbehoud in Brazilië. En ten slotte is Collor zelf, als gekozen president, voor een deel de creatie van het vrijmoedige systeem dat hem nu ten val brengt.