België stap verder op weg naar een federale staat

BRUSSEL, 30 SEPT. Er waarde de afgelopen maanden een Tsjechoslowaakse geest door België. Een geest van separatisme, van afscheiding. Luid en duidelijk was dat het geval op de laatste zondag van augustus, bij de IJzerbedevaart in Diksmuide, de jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gevallenen in de Eerste Wereldoorlog. “Laten we scheiden. Scheiden met onderlinge toestemming”, zo sprak voorzitter Lionel Vandenberghe van het IJzerbedevaartcomité tot zijn “Waalse vrienden”, terwijl hij de regen en wind van die dag trotseerde.

Precies een maand later is die geest weer terug in de fles, dank zij premier Jean-Luc Dehaene, de politieke evenwichtskunstenaar, het "Brabantse tekpaard' dat dit voorjaar een "noodkabinet' samenstelde van Vlaamse en Waalse christen-democraten en socialisten om België van de ondergang te redden. In de nacht van maandag op dinsdag bereikte Dehaene overeenstemming binnen zijn regering over wat voorlopig de laatste fase is van de omvorming van België van een unitaire staat tot een federale staat.

Vlaanderen en Wallonië worden definitief zelfstandig, maar ze blijven, met een apart gewest Brussel, wel samenwonen in een federaal huis dat België heet.

“In de race tussen separatisten en federalisten hebben de federalisten gewonnen”, stelde gisteren de gezaghebbende Waalse christen-democraat Gérard Deprez (PSC) opgelucht vast op de persconferentie waar de premier en de voorzitters van de vier regeringspartijen het “eerbare” compromis presenteerden.

Natuurlijk, om tot overeenstemming te geraken, moest nog wel een spitsvondigheid worden bedacht voor het probleem José Happart uit Voeren. Deze Franstalige activist wil in Vlaanderen blijven wonen en tegelijkertijd bestuurder zijn in Wallonië. Dat is een eis die de oprechte, en dus per definitie wantrouwige Vlaming met grote afschuw vervult.

Maar voor de CVP-politicus Dehaene - die twee jaar geleden van nabij meemaakte hoe zijn voorganger Martens de koning van België voor enkele uren “onbekwaam van te regeren” verklaarde teneinde abortuswetgeving tot stand te brengen - was het uiteindelijk geen onoverkomelijke opgave om een typisch Belgische kunstgreep te bedenken.

Happart mag "adviserend' parlementslid worden in Wallonië, zonder stemrecht, maar dan moet hij zijn wethouderschap in Voeren opgeven. Happart mag voortaan doen wat hij wil, maar als communautair activist moet hij kiezen tussen Voeren (Vlaanderen) en Wallonië. “Hé, Jean-Luc, uit welke gekrulde geest komt die constructie?”, schoot gisteren na afloop van de persconferentie een redacteur van een gerenommeerd Belgisch dagblad de premier aan.

Gekunsteld of niet, met het bereikte akkoord is Dehaene er in ieder geval in geslaagd, tegen vele voorspellingen in, om het voortbestaan van zijn regering voorlopig te redden. Die prestatie doet bepaald geen afbreuk aan zijn reputatie van meester-ritselaar. “Met een luid en langdurig applaus”, zo nam het partijbestuur van de CVP kennis van het bereikte resultaat, aldus Herman van Rompuy, voorzitter van de CVP.

Pag.5: Cruciale fase staatshervorming gereed

Maar wat meer is: door het akkoord zal de 51-jarige Dehaene de Belgische geschiedenisboekjes ingaan als de man die een cruciale fase in de staatshervorming van het land heeft afgerond. Voortaan zal het ook in de Belgische grondwet verankerd staan, als eerste lid: “België is een federale Staat”.

Om dat te bereiken zijn de afgelopen decennia verschillende geslaagde en mislukte pogingen tot staatshervorming ondernomen in België. Na de Vlaamse "ontvoogdingsacties' in de jaren vijftig werd in 1962 de taalgrens vastgesteld. In 1980 werd de eerste fase van de hervorming voltooid met de opdeling van België in Vlaamse en Waalse (grondgebonden) gewesten en in (persoonsgebonden) taalgemeenschappen. In 1988, een jaar nadat het kabinet-Martens was gevallen over de positie van (toen nog) burgemeester Happart in Voeren, werd overeenstemming bereikt over de zogenoemde tweede fase van de staatshervorming. Die hield een uitbreiding van de bevoegdheden en financiële middelen van de gewesten en gemeenschappen in.

Nu is dan, althans binnen het kabinet, de derde fase afgerond, “een fundamentele stap in de omvorming van België”, aldus SP-voorzitter Frank Vandebroucke.

Alle punten waarover overeenstemming is bereikt, zijn in feite nog slechts voorstellen: ze kunnen pas worden omgezet in wetgeving indien een meerderheid van twee derden in het parlement ze steunt. Het kabinet-Dehaene beschikt niet over die gekwalificeerde meerderheid. Daarvoor heeft het de steun nodig van de Groenen en de Vlaamse Volksunie.

Op de hulp van de andere oppositiepartijen hoeft de Dehaene niet te rekenen. De liberale PVV voorspelt dat de Belgische “boedelscheiding” zal leiden tot een financiële catastrofe omdat niets wordt gedaan aan het saneren van de overheidsuitgaven. Het extreem rechtse Vlaams Blok meent dat de Vlaamse belangen opnieuw ondergeschikt worden gemaakt aan het voortbestaan van België. En de partij ROSSEM vat het 31 pagina's omvattende akkoord gemakshalve maar samen als “een klungelwerkstukje”.

Juist om zich te verzekeren van voldoende parlementaire steun, betrok premier Dehaene na zijn aantreden de Groenen en de Volksunie bij de onderhandelingen over de staatshervorming, die hij goot in de vorm van een Dialoog der Gemeenschappen onder leiding van twee onafhankelijke voorzitters.

Afgelopen juli werd die Dialoog afgebroken zonder eindresultaat, hoewel op de meeste punten toen al overeenstemming was bereikt. Opvallend was toen al de vriendelijkheid waarmee de deelnemers aan de dialoog elkaar na afloop bejegenden. Dehaene moet toen al hebben geproefd dat er succes te behalen viel, indien hij maar even zou wachten tot met name aan Waalse/Franstalige zijde - waarbij de tegenstelling tussen Wallonië en de Franstalige gemeenschap in Brussel een rol speelt - meer duidelijkheid zou bestaan over de uiteindelijke inzet in de onderhandelingen.

Die duidelijkheid is nu gekomen. Ondanks bijvoorbeeld het kunstmatige van de constructie die is toegesneden op de persoon Happart. Wat Happart ook gaat doen, aan het zogenoemde "territorialiteits-beginsel' van de Vlamingen kan niet meer worden getornd, niet in Voeren en niet in de Vlaamse randgemeenten rond Brussel waar veel Franstaligen wonen.

Dat "territorialiteits-beginsel' houdt simpelweg in dat mensen alleen kunnen kiezen of verkozen worden in het gebied waar ze ook daadwerkelijk wonen. Daartegenover staat het Franstalige "droit des gens': iedere burger heeft het recht om te kiezen of verkozen te worden waarvoor hij wil.

Oud-voorzitter Hugo Schiltz van de Volksunie heeft in een gesprek met De Morgen ooit treffend verwoord waarom de Vlamingen met hun herinnering aan de Franstalige overheersing in België, zo bevreesd zijn voor dat laatste principe: “De Franstaligen gaan uit van een "droit des gens' maar zetten dat om in een "droit du sol' zodra ze ergens in de meerderheid zijn.”

Het verschil van mening over dit praktische maar ook heel principiële punt stond afgelopen zomer een succesvolle afsluiting van de Dialoog der Gemeenschappen in de weg. Gisteren zei voorzitter Philippe Busquin van de socialistische PS, de grootste partij in Wallonië, dat het "territorialiteits-beginsel' ook voor hem niet anders dan een “logisch” uitgangspunt is in een federale staat.

Busquin zei dan ook “zeer tevreden” te zijn over de afloop van de onderhandelingen. Natuurlijk zijn niet alle punten binnengehaald, dat kan ook niet als je echt wilt onderhandelen, maar de belangrijkste doelstellingen zijn bereikt, aldus de PS-voorzitter.

En de Voerense wethouder Happart? Die stemde gisterochtend in het partijbestuur van de PS blanco. Als federalist en als fervent aanhanger van "Wallonie, région d'Europe' staat hij helemaal achter het hervormingsplan van Dehaene. Maar dat hij nu is beknot in zijn mogelijkheden om in Voeren actie te ondernemen, is een minpunt. Vandaar die blanco stem.