Wijkagent terug op kosten bedrijfsleven

Diefstal, inbraak, brandstichting en vernielingen kosten ondernemingen in Nederland vier miljard gulden per jaar. De politie heeft onvoldoende geld, middelen en mankracht om adequaat op te treden. Particuliere beveiligingsdiensten, betaald door bedrijven, werken steeds vaker met haar samen.

Gistermiddag tekenden de Stichting Beveiliging Industrieterrein Moerdijk en de Nederlandse Veiligheids Dienst een overeenkomst voor de bewaking van het terrein. De bedrijven ondervinden er veel schade door (georganiseerde) criminaliteit. Transformatoren van 300 ton verdwijnen spoorloos. Tussen 1 januari en 1 september van dit jaar registreerde de rijkspolitie hier 71 delicten. “En er zijn nog nooit daders gepakt”, zegt korpschef J. de Hoogh. Eénmaal per nacht kan hij een politiewagen een surveillancerondje laten rijden op het 1200 hectare grote terrein. Vanaf 1 oktober rijdt hier 's nachts en in de weekeinden een auto van de NVD die de politie alarmeert bij verdachte situaties. De rekening van het beveiligingsbedrijf gaat naar de veertig ondernemers op het terrein die hiervoor ieder drie- tot tienduizend gulden per jaar betalen.

Moerdijk is de vierde lokatie waar een particulier beveiligingsbedrijf onder supervisie van de Haagse stichting Publiek Private Samenwerking in de Veiligheidszorg gestructureerd samenwerkt met de politie. Eerder begon de stichting soortgelijke projecten op de Utrechtse industrieterreinen Kanaleneiland en Lage Weide en het industrieterrein van Vianen. Buiten de stichting om zijn inmiddels ook enkele projecten ontwikkeld, onder meer in Maastricht en Enschede. Publiek private samenwerking in de beveiliging rukt op.

De politie-officieren Th.J. Prenen en D.A. Kotteman richtten op 29 maart 1990 de Stichting Publiek Private Samenwerking in de Veiligheidszorg op. Twee jaar eerder nam het duo op het industrieterrein van Zoeterwoude een eerste proef met samenwerking tussen politie en particuliere bewakers. Achtergrond was de constatering dat hun korps de beveiliging niet alleen aankon, maar dat bedrijven ook niet zelf de verantwoordelijkheid kunnen en mogen nemen voor de beveiliging van openbare terreinen.

Het project mislukte - mede door gebrek aan medewerking van het bedrijfsleven dat niet betrokken was geweest bij de voorbereidingen. "Een goed idee dat slecht werd uitgevoerd', is de meest gehoorde kwalificatie voor dit project. Prenen en Kotteman richtten vervolgens de stichting op met daarin vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven. De doelstelling was publiek private samenwerking in te voeren op de helft van alle Nederlandse industrieterreinen vóór 1996. “Het gaat om zo'n 250 terreinen en we halen het op geen stukken na”, zegt stichtingssecretaris W.A.C. van Oppen nu. “Er zijn twaalf projecten geïnitieerd, waarvan er dus vier operationeel zijn.”

Van Oppen heeft het niet op industrieterreinen waar elk bedrijf een eigen veiligheidsdienst inhuurt. Alles en iedereen werkt daar langs elkaar heen, zegt hij. Verspilling van bewakingscapaciteit is aan de orde van de nacht. Met als gevolg trage reacties op alarmering, mede beïnvloed door veelvuldig loos alarm. Zo rukte de politie in de gemeente Vianen vorig jaar 400 keer uit voor loze meldingen vanaf het industrieterrein.

Nee, dan is een particulier surveillanceteam dat buiten kantooruren permanent aanwezig is en een directe verbinding heeft met de meldkamer van de plaatselijke politie te verkiezen, meent Van Oppen. Lang niet alle bedrijven delen die visie echter. “De belangstelling is geringer dan de omvang van de criminaliteit doet verwachten”, moet hij vaststellen.

Diefstal, inbraak, brandstichting en vernielingen kosten ondernemingen in Nederland vier miljard gulden per jaar, vermeldde een rapport uit 1990, opgesteld in opdracht van de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie van Criminaliteit van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. In het jaar van onderzoek was 42 procent van alle bedrijfsvestigingen ten minste eenmaal - en gemiddeld acht keer - geconfronteerd met criminaliteit. In totaal ging het om negen miljoen incidenten.

Verontrusting over die cijfers leidde drie maanden geleden tot instelling van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing. Het platform moet de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven in de strijd tegen criminaliteit beter structureren. Voorzitter is staatssecretaris Kosto van justitie en vice-voorzitter is VNO-voorzitter Rinnooy Kan.

Bij het Verbond van Nederlandse Ondernemingen is men zich bewust van de noodzaak dat het bedrijfsleven verantwoordelijkheid neemt als het gaat om criminaliteitspreventie. “Dat is aanzienlijk goedkoper dan de overheid telkens maar blikken agenten te laten opentrekken”, aldus een VNO-woordvoerder.

Pag 18: Het industrieterrein als kind van de rekening; "Soms hoop ik op een inbraakje bij een niet-deelnemer. Dat houdt de interesse erin'

De ondernemers op het industrieterrein van Vianen hebben de gedachtengang van het VNO nog niet omarmd. “De wijkagent komt terug, maar op kosten van het bedrijfsleven”, verwoordt J.H.A. Gualthérie van Weezel, adjunct-directeur van ECI en initiatiefnemer van de Stichting Beveiliging Bedrijventerrein Vianen, de gevoelens. “We moeten het project zelf betalen en dan ook nog de bewaking coördineren en leiden. Als het zo doorgaat, hebben we straks een eigen brandweer, een eigen ziekenauto en ten slotte een eigen Leopard-tank om ook nog het leger te vervangen.”

Volgens Gualthérie van Weezel liet de politie zich in het verleden nauwelijks zien op het industrieterrein en gedroegen de criminelen zich steeds driester. Zo werd bij inbraken de elektronische beveiliging van bedrijven buiten werking gesteld door met een metaaldetector de telefoonkabel onder de bestrating te lokaliseren en die met een spa door te spitten. Navolgers deden het radicaler: ze forceerden een kast van de telefoondienst en met een slijptol werden 7000 telefoonkabels doorgesneden.

Sinds 1 april van dit jaar, toen de samenwerking startte tussen de rijkspolitiegroep Vianen en het beveiligingsbedrijf VNV, is het aantal diefstallen en inbraken op het 200 hectare omvattende terrein aanzienlijk gedaald. Van Oppen spreekt van twee delicten per week toen de Rijkspolitie er nog alleen voor stond en nu één per maand. De kosten van de ondersteuning door beveiligingsfirma VNV, 280.000 gulden per jaar, worden gedragen door de 54 ondernemingen (op een totaal van 200) die lid zijn van de Stichting Beveiliging Bedrijventerrein Vianen. In het bestuur van die stichting zijn ook de gemeente Vianen en de Rijkspolitie vertegenwoordigd.

De burgemeester van Vianen, mevrouw D.A.M Koreman, ontkent overigens het nagenoeg ontbreken van politiesurveillance op het terrein. “De politie kwam er en komt er”, verdedigt zij het korps. “Maar dat is nooit voldoende als je bedrijven hebt met voor inbrekers aantrekkelijke goederen, die dat ook nog eens duidelijk op hun gevel vermelden.”

Bij de start van het project waarschuwde zij, als bestuurslid van de stichting, de grote groep ondernemers die niet participeren. “Het beveiligingsbedrijf dat, in onze opdracht, het bedrijventerrein onder de hoede heeft zal niet optreden bij u.”

"Zwartrijders' noemt Gualthérie van Weezel de niet aangesloten bedrijven misprijzend. Toch hebben sommige bedrijven op het Vianense industrieterrein een plausibele verklaring om niet toe te treden tot de beveiligingsstichting. Siemens Nixdorf (computers) bij voorbeeld heeft al sinds jaar en dag een eigen beveiligingsdienst die 24 uur per etmaal in de bedrijfsgebouwen aanwezig is. Van Oppen noemt dit in het algemeen "een belangrijke remmende factor om toe te treden'. Maar ook hij signaleert een mentaliteit van "als jij meedoet dan wordt er ook wel bij mij gekeken'. Die ondernemers, vindt hij, zouden zich hun morele verantwoordelijkheid bewust moeten zijn.

Secretaris J. Broere, tot zijn pensionering beheerder van een ABN-filiaal op het industrieterrein, werft de leden voor de stichting. “Soms hoop ik op een inbraakje bij een niet-deelnemer”, maakt hij een grapje. “Dat houdt de interesse erin.”

Burgemeester Koreman reageert geamuseerd: “Als verantwoordelijke voor de openbare orde mag ik dat niemand toewensen, maar het werkt wel.”

De relatieve afwezigheid van politietoezicht is een belangrijke factor in de grote criminaliteit op industrieterreinen, zegt J.C.M. Jacobs, project manager van de Stichting Publieke en Private Veiligheidszorg Twente die activiteiten ontwikkelt in Enschede, Rijsen, Oldenzaal en Almelo. . “De politie zit in het centrum van de steden en in de woonwijken. Het industrieterrein is het kind van de rekening.”

Het politiekorps van Enschede maakte Jacobs en zijn collega G.J. van den Bergh twee jaar vrij om de stichting op poten te zetten. Hun organisatie is niet geliëerd aan de Stichting Publiek Private Samenwerking in de Veiligheidszorg in Den Haag. “Praktisch gesproken zijn wij verder. In het Westen is er te weinig aandacht geweest voor de wensen van de ondernemers”, zegt Jacobs, refererend aan de mislukking in Zoeterwoude. “Bij ons zijn de ondernemers naar de politie toegekomen. En bij ieder nieuw project onderzoeken we telkens eerst is of er interesse is bij de ondernemers.”

Het Industriepark Enschede-Haven - 250 bedrijfspanden met circa 400 ondernemingen - was het eerste project in Twente. De politiesurveillance beperkte zich er volgens Jacobs in het verleden tot één rondje per nacht “als ze daaraan toekwamen”. Zeshonderd gevallen van criminaliteit werden in 1987 op dat terrein geteld. Toen het aantal toenam tot achthonderd in de eerste helft van 1988, ontwikkelde de politie initiatieven die eind 1990 leidden tot samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.

Het industriepark wordt nu bewaakt door het particuliere beveiligingsbedrijf Nedsafe Security uit Woerden, betaald door de ondernemers en gecontroleerd en bijgestaan door de Enschedese politie. “We zien de bewakingsdienst als de ogen en oren van de politie”, verduidelijkt Jacobs. “Maar niet als de handen. De politie houdt de eindverantwoordelijkheid.” De criminaliteit op Enschede-Haven is afgenomen met zeventig procent sinds het begin van het project. “Als de beveiligers een heterdaadje hebben, moet dat meteen in de krant”, zegt Jacobs. “De ondernemers moeten weten dat het helpt.”

Het project "reductie criminaliteit industriepark Enschede-Haven' is, naast een beveiligingsinitiatief ook een werkgelegenheidszaak. In de zomer van 1989 begon de Enschedese politie met de opleiding van twintig langdurig werklozen voor het basisdiploma beveiligingsbeamte. 's Nachts liep de groep stage op het industriepark. “We selecteerden mensen voor de branche en we maakten in een moeite door de ondernemers warm voor deze vorm van bewaking”, zegt Jacobs. Het beveiligingsbedrijf had zich contractueel verplicht de afgestudeerde groep bewakingsbeambten in dienst te nemen. Nu surveilleren op Enschede-Haven een medewerker van het beveiligingsbedrijf en een stagiaire uit de vervolgcursussen.

De rekening van het beveiligingsbedrijf voor de bedrijven op het terrein in Enschede is, net als in Vianen, 280.000 gulden per jaar. Maar omdat in Enschede 360 bedrijven meedoen tegenover 54 in Vianen, verschillen de kosten voor de individuele ondernemer enorm. In Enschede gaat het afhankelijk van de omvang en de kwetsbaarheid van het bedrijf om bedragen tussen de 711 en 2850 gulden per jaar. In Vianen bewegen die kosten zich tussen tussen 285 en 2850 gulden per maand voor één beveiligingsbeamte in een surveillance-auto.

Het aan het project verbonden werkgelegenheidsplan in Enschede loopt nog steeds. In oktober beginnen twintig werklozen, met behoud van uitkering, aan de zesde cursus. Jacobs en Van den Bergh zeggen nog steeds geen moeite te hebben werk te vinden voor hen die het basisdiploma beveiligingsbeambte halen. Als het niet lukt alle geslaagden onder te brengen binnen het eigen project, liggen er elders mogelijkheden. Zo heeft de politie bij voorbeeld landelijk behoefte aan surveillanten onder het niveau van agent en "daarbij put men ook uit onze mensen'.

De vijfde groep cursisten zit nu vlak voor het examen. Bij hen broeit onvrede over de onbezorgde benadering van project manager Van den Bergh. Op hun verzoek verschijnt hij in een van de laatste lessen van de cursus om de mogelijkheden voor werk toe te lichten. Hij moet dan heel wat wantrouwen wegnemen. Onzekerheid en pessimisme onder de cursisten worden duidelijk ingegeven door de ambitie aan de slag te komen. “Voor iedereen die slaagt, is er een baan”, belooft Van den Bergh. “Ik kan alleen nog niet zeggen waar.”

De groep blijft morren. Zo is bij voorbeeld Hans ten Duits (29) niet echt overtuigd. “Ze houden ons aan het lijntje”, zegt hij. Ten Duits was kort verband vrijwilliger bij de marine. Daarna wilde hij aan de slag als gevangenbewaarder of bij de politie, maar wel in Twente. Toen daar geen vacatures waren, kwam hij ten slotte terecht in deze opleiding. Hij heeft stage gelopen op Enschede-Haven en als stadswacht in het centrum van Almelo. “Op het industrieterrein ben je echt beveiligingsbeambte. In de binnenstad ben je meer een sociaal werker die vooral preventief optreedt. Vooral kinderen en ouderen hebben er dan wat aan. Maar het feit dat je eigenlijk geen bevoegdheden hebt, is frustrerend.”

De beveiligingsbeamte heeft dezelfde opsporingsbevoegdheden als iedere Nederlandse staatsburger. Het is een kernpunt in de argumenten tegen samenwerking tussen politie en particuliere beveiligingsbedrijven. De politie brengt wettelijke bevoegdheden mee en de particuliere beveiliger niet veel meer dan extra mankracht. “De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat politiepersoneel de door ons opgeleide mensen soms te veel ziet als collega's”, zegt Jacobs. “Daardoor laten agenten die beveiligingsmensen soms klusjes doen waarvoor ze niet zijn opgeleid.”

In de dagelijkse praktijk op het industrieterrein wordt niet moeilijk gedaan over de samenwerking. De vrees dat beveiligingsbeambten politieagent gaan spelen, is veeleer te horen onder juristen die vrezen dat de Wet op de Weerkorpsen - die particuliere uniformdragers in toom houdt - tekort zou schieten. “Er is een dringende behoefte aan toezicht op de toezichthouders, met name op de legaliteits- en behoorlijkheidsaspecten van hun bezigheid”, constateerde al in 1989 J.M. Reijntjes, hoogleraar-directeur strafrecht aan de Open Universiteit.

“Het is heel belangrijk dat je de taken goed afbakent”, beseft burgemeester Koreman van Vianen. “Het echte boevenvangen moet geen taak worden van het beveiligingsbedrijf.”