Vroeger

Als de alledaagse werkelijkheid tegenvalt, val je met grote souplesse terug op de aangename dingen in het verleden. Zo kijk ik elke maandag in de krant hoe DEVJO heeft gespeeld. Dat gaat heel aardig, dank u. Twee maal kort achter elkaar gepromoveerd en nu weer behoorlijk bezig in de tweede klasse van de KNVB zaterdagcompetitie. Het is een voetbalclub uit Voorburg, waar ik in een helaas grijs geworden verleden jaren lang heb gespeeld. Ik had een flink schot in het linkerbeen, maar was rechts een onderontwikkeld gebied. Verder praatte ik veel in het veld, want ik wilde de bal zuiver en veelvuldig aangespeeld krijgen en wees mijn medespelers onophoudelijk op die wenselijkheid.

Twee dingen deugden mijns inziens niet bij DEVJO. De naam was in een moment van verstandsverbijstering gekozen, want het betekende Door en Voor Jongeren Opgericht, hetgeen in principe alle veteranen de woestijn injoeg. Wij trokken ons daar overigens weinig van aan en werden met zo'n team vol licht-kalende of grijzende ouderen nog kampioen ook. Het tweede punt dat fout zat, waren de toenmalige acties van de voorzitter, een boekhandelaar aan wie geen psychologische kwaliteiten te ontdekken vielen en die na een verloren match op hoge poten de kleedkamer betrad met de misplaatste vraag, hoe dat nou had kunnen gebeuren. Hij werd dan door ons bij kop en kont gepakt en buiten de deur gezet - dat vergoedde grotendeels de smart van het verlies.

Ik wil tot en met de dag van vandaag ook altijd weten hoe TONEGIDO, Wilhelmus en Terlaak hebben gespeeld, want die clubs lagen op loopafstand van mijn ouderlijk huis. Terlaak bestaat, meen ik, niet meer, maar die andere twee verenigingen zijn, om het in rederijkerstaal te zeggen "in liefde bloeiende'. Het aardige van TONEGIDO is, dat Kees Jansma daarin heeft gevoetbald en dat Charl Corver er voorzitter is geweest. Beide clubs doen het lang niet slecht en spelen hoofdklasse op zondag, maar mijn oudste herinneringen gaan toch uit naar Terlaak.

Geld heb ik die club nooit bezorgd, want om de wedstrijden van het eerste elftal te volgen hoefde je slechts over een slootje te springen en onder een doek van jute door te kruipen. Ik kende alle spelers bij hun voornaam. Arie Bakker (die "Aai' werd genoemd), terwijl de schotvaardige midvoor Kees van der Harst mijn lievelingsacteur was. Vermoedelijk pleitte dat niet voor mijn karakter, want hij was een rauwe knaap, die zijn tegenstanders niet spaarde en na het missen van een geheide scoringskans letterlijk in het zand beet.

Terlaak speelde afwisselend in de derde en vierde klasse KNVB. Het was halverwege de jaren dertig, toen men koploper UVS uit Leiden op bezoek kreeg. Na de verdiende en onthutsende 0-1 nederlaag moest de familieraad der Kuiphoffen met spoed bijeen geroepen worden, want met mij was dagenlang niets te beginnen. Het was de tijd waarin ik "de AFC'ers' van J.B. Schuil het schitterendste boek van de hele wereld vond. Het verschil met Terlaak was overigens, dat de AFC'ers zo'n wedstrijd om de titel gegarandeerd wonnen, al stonden ze halverwege, wegens de vereiste hoogspanning, met 0-3 achter.

Terlaak heeft mij ooit als 12-jarige nog eens als grensrechter geprobeerd, maar dat liep op een mislukking uit. Ik nam mijn functie bloedserieus en was strikt rechtvaardig waar het de inworpen betrof, maar toen Terlaak scoorde, sprong ik een meter in de lucht en dat bracht de scheidsrechter ertoe mij te vervangen, waarna ik eerloos huiswaarts keerde. Toch was het een mooie tijd. Of het nu werkelijk zulke zorgeloze jaren waren, durf ik niet te beweren. Tenslotte kon een volledig mislukte repetitie wiskunde deze puber in een peilloze afgrond doen storten, maar een enkel nostalgisch woord van een tijdgenoot haalt mij tegenwoordig over de positieve streep.

    • Herman Kuiphof