Voor een verbod op kernproeven is het nu of nooit; Uitblijven van testverbod is grootste grief van de rest van de wereld

De roep om een verdrag over een totale stop van kernwapenproeven (CTBT) is zo oud als het non-proliferatieverdrag (NPV) van 1970 zelf, of zelfs ouder. Na de totstandkoming van een gedeeltelijk testverbod in 1963 (alle proeven behalve ondergrondse verbiedend) was het aanvankelijk de bedoeling om binnen enkele jaren tot een verdrag te komen over een volledig testverbod. Daarover is, zoals we weten, nimmer overeenstemming bereikt, en als troostprijs functioneert het niet geratificeerde, maar wel gerespecteerde drempelverdrag uit 1973. Dit verdrag verbiedt kernproeven boven de 150 kiloton TNT.

Sinds 1979, het einde van de laatste stuiptrekkingen van besprekingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie was er lange tijd niets te melden op dit gebied. Het vuur werd onder aanvoering van Mexico op de laatste Review-conferentie van het NPV in 1990 weer aangewakkerd, maar met name de Verenigde Staten, met in hun kielzog Engeland en Frankrijk, hielden hun poot stijf. Ze weigerden enige toezegging, ook al werd daardoor de kans op een mooie slotverklaring getorpedeerd.

Standpunten en situaties op nucleair gebied van één of twee jaar geleden lijken echter nu te stammen uit de tijd van het begin van onze jaartelling. Hoe is de stand van zaken eind september 1992? Voor voorstanders van een moratorium en een testverbod van kernproeven een spannende en tegelijk hoopvolle tijd. - De toenmalige Sovjet-Unie heeft begin oktober 1991 voor de tweede keer een moratorium afgekondigd. Dit was al eerder het geval van augustus 1985 tot februari 1987, maar heeft toen niet tot reacties geleid van de andere kernwapenstaten. Het huidige moratorium is door president Jeltsin overgenomen en loopt tot 1 oktober 1992, dus officieel nog maar een tweetal dagen. Jeltsin staat momenteel onder grote druk van militairen, de betrokken industrie en conservatieven om na die datum de proeven te hervatten en een twee- tot viertal proeven zou al zijn voorbereid. Russische deelnemers aan de zojuist in Berlijn gehouden jaarlijkse Pugwashconferentie (internationale organisatie van wetenschappers die zich sinds 1957 beijveren voor beëindiging van de kernwapenwedloop tussen Oost en West) legden er de nadruk op dat steun uit het Westen met adequate maatregelen op dit gebied nodig zijn om Jeltsin de ruimte te geven het moratorium te verlengen. Dit zou zijn politieke positie ten zeerste ten goede komen. - Frankrijk heeft, ingegeven door de politieke verhoudingen binnen het kabinet, voor het eerst toegegeven en op 1 april 1992 een moratorium afgekondigd voor de rest van 1992. De kans op een mogelijke verlenging is nog geheel onduidelijk. - In de VS is president Bush op zich uitgesproken tegenstander van een moratorium, laat staan van een definitieve kernstop. Senaat en Huis van Afgevaardigden steunen hem echter niet langer daarin. Het meest uitgewerkte voorstel kwam van de Senaat. In een amendement bij een nieuwe wetgeving, is met een meerderheid van 68 stemmen een moratorium van negen maanden aangenomen en een volledige kernstop vanaf 1 oktober 1996. De tussenliggende tijd zou moeten worden besteed aan een beperkt aantal van vijftien kernproeven uitsluitend bedoeld om de veiligheid van een aantal typen van kernkoppen uit te testen. Dit standpunt vindt ook begrip bij voorstanders van een totale kernstop. Het Huis van Afgevaardigden heeft zich eerder in een amendement bij een andere wet uitgesproken voor een onmiddellijk moratorium van één jaar.

De grondwet vereist dat nu eerst naar een gemeenschappelijk standpunt wordt gezocht dat daarna in het Congres (Huis en de Senaat) weer in stemming moet komen. Inmiddels is dit gezamelijke standpunt tot stand gekomen en heeft het Huis het amendement van de senaat vrijwel volledig overgenomen en gevoegd bij dezelfde water- en energiewet als de senaat heeft gedaan. Op 24 september 1992 is de wet met amendement aangenomen met een meerderheid van 224 tegen 151 (dat is minder dan een tweederde meerderheid). Er is wel de voorwaarde opgenomen dat ook andere landen na 1 oktober 1996 geen proeven meer zullen uitvoeren.

President Bush is nu in een moeilijk parket geraakt omdat in dezelfde wet een prestigieus wetenschappelijke versnellerproject is opgenomen, waarvan Bush een groot voorstander is. Persberichten van 25 september vermelden dat Bush van plan is het advies van zijn minister van defensie Cheney om zijn veto over de wet plus het amendement uit te spreken niet zal opvolgen en de wet zal ondertekenen. Wanneer hij wordt herkozen als president, wil hij later trachten alsnog wijzigingen aan te brengen die het continueren van de proeven na 1 oktober 1996 mogelijk moeten maken. Door zijn houding gaat Bush de vraag of het Congress zijn veto met een tweederde meerderheid weer teniet zou doen, uit de weg.

De rol van Engeland is in feite niet belangrijk. Het heeft recht op één kernwapenproef per jaar in de Nevadawoestijn, het Amerikaanse testterrein. Het is duidelijk dat het eind van het Amerikaanse testprogramma tevens het eind van de Britse testen inhoudt.

Zoals vaak is het gissen naar de houding van China. Toch is het zeer onwaarschijnlijk dat, mocht het tot een blijvend moratium komen bij de andere landen, China zal achterblijven. Het aantal door China uitgevoerde proeven schommelt tussen de 0 en 2 per jaar en het land schijnt zich wel tevreden te stellen met een minimale afschikkingsmacht van enige honderden kernwapens.

Al bij al verkeert de zaak van een moratorium van kernproeven voor het eerst sinds jaren in een cruciaal stadium. Mocht Jeltsin besluiten per 1 oktober de proeven te hervatten, dan is er een grote kans dat ook het aantal voorstanders van een definitieve kernstop in de VS ineenschrompelt. Of de zaak over enige tijd weer aan de orde komt, zal mede afhangen van wie de verkiezingen in de VS wint en wat het standpunt van Bill Clinton in deze zaak is in het geval dat hij de verkiezingen wint. Van zijn beoogde vice-president, senator Gore, is dat wel bekend. Hij stemde voor het desbetreffende amendement.

Mocht Jeltsin besluiten tot verlenging van zijn moratorium, dan stijgen de kansen dat ook in de VS een meerderheid vasthoudt aan een moratorium en uiteindelijk het staken van de proeven. In dat geval zou over de wederzijdse behoefte om nog een beperkt aantal proeven met het oog op de veiligheid van kernkoppen uit te voeren, overleg gepleegd kunnen worden. De VS heeft voor zich al een aantal van vijftien vastgesteld. President Bush heeft mede moeten kiezen tussen zijn opvatting dat kernproeven van belang blijven en steun aan Jeltsin, die in eigen land in een politiek moeilijk stadium verkeert. Steun aan Jeltsin op dit moment is veel belangrijker. De toekomst zal uitwijzen of de nu voorgestelde opzet 1) een moratorium, 2) een eindige tijd van proeven in verband met veiligheid, 3) een definitieve stop van kernproeven, het wint van Bush' voorkeur om alsnog na 1 oktober 1996 door te gaan met proeven.

Er zat een verfoeilijke dubbele bodem in de situatie. De kernwapenlobby in de VS hoopt van harte dat Jeltsin het moratorium zou beëindigen zodat de kans dat het in de VS "mis' zou gaan geminimaliseerd werd. De lobby in Rusland hoopt dat Bush voet bij stuk zou houden en het zo voor Jeltsin onmogelijk zou maken het Russische moratorium te verlengen. Een ontroerende eensgezindheid van twee eens zo vijandige belangengroepen. De uitkomst is van buitengewoon groot belang voor de ongeschonden verlenging van het NPV in 1995. Het uitblijven van een algeheel testverbod tot nu toe is niet de enige grief van de rest van de wereld, maar wel de grootste. Ik durf te postuleren dat indien in 1995 geen totaal testverbod bereikt of onder handbereik zou zijn (bijvoorbeeld met ingang van 1 oktober 1996), dit het eind van het NPV zou betekenen. De psychologische en politieke weg naar een aanzienlijke toename van het aantal kernwapenstaten in de toekomst ligt dan open.