Vasthouden aan onhoudbaar gebleken Maastricht is lijdensweg

Vasthoudendheid is niet altijd een teken van staatsmanschap. Staatsmanschap kan zich in periodes van grote verwarring kenmerken door een scherp inzicht in wat niet kan. Wat gisteren nog leek te kunnen, kan vandaag niet meer wegens een drastische verandering van omstandigheden.

Dit is zeker het geval met "Maastricht'. In december 1991 was het nog net met kunst en vliegwerk mogelijk om het eens te worden over een onduidelijke, gecompliceerde tekst. Dat gold bovendien alleen nog maar voor de toen in Maastricht aanwezige politici, niet voor het politieke thuisfront. Of men het in Maastricht toen werkelijk eens was, daaraan kon op datzelfde moment al ernstig worden getwijfeld. Niemand kon zich echter veroorloven buiten de boot te vallen, of de boot te laten stranden. De gehele vertoning had immers plaats onder het motto nu of nooit.

Nu zijn we bijna een jaar verder. Grote delen van de bevolking van verschillende lidstaten zijn in opstand gekomen. Wat nog belangrijker is: de harde politieke werkelijkheid heeft bij herhaling overduidelijk gedemonstreerd dat Maastricht de twaalf dwingt over een brede sloot te springen met polsstokken die qua lengte sterk verschillen. Dat is in het afgelopen jaar bij het oefenen steeds weer gebleken: menige partner kwam met een luide plons middenin de sloot terecht, anderen kwamen amper met de hakken over de sloot en haalden natte voeten. Keer op keer werd duidelijk dat het gezelschap onderling in springkracht te zeer verschilt: te weinig gemeenschappelijkheid vertoont.

De EG staat nu voor een keuze waarbij de toekomst van de gehele Gemeenschap in het geding is: òf redden wat er nog te redden is, òf doorgaan met dat veel te ambitieuze Maastrichtprogramma, met het zeer grote risico dat daarvan na veel onderling gehakketak weinig en met minder dan twaalf partners wordt gerealiseerd. Bovendien neemt men dan nog een ander risico op de koop toe waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn: een "backlash' onder de bevolking in diverse landen die om verschillende redenen in "Maastricht' een bedreiging zien. In plaats van nationalistische sentimenten te temmen, zou een voortgezet Maastricht-gedram dat soort sentimenten van de weeromstuit nog onbeheersbaarder maken: Maastricht wordt - ook in Duitsland - steeds meer het concentratiepunt van anti-Europa sentimenten.

De Maastricht-ontwerpers komen er nu achter - zij hadden het eerder kunnen weten - dat de Europese gezindheid in hun landen toch niet zo groot is als zij dachten. Maastricht is nu voor velen identiek geworden met forceren, van boven opleggen tegen heug en meug, dwang. Het streven om vóór de verbreding van de Gemeenschap tot verdieping te komen, mag in theorie redelijk hebben geschenen, in de praktijk had de oostenwind die sinds 1989 over Europa waait, de dossiers in Maastricht al lang door elkaar gegooid. Het gezelschap dat in Maastricht bijeenzat, dacht te kunnen handelen, alsof men nog in de Westeuropese luwte van de Koude Oorlog zat.

“Als er geen Maastricht-verdrag is, zou dat betekenen dat wij in Europa in een toestand van een zich voortslepende malaise verkeren”, zei de EG- ambassadeur Van Agt onlangs in Washington. Dat is slechts de halve waarheid. Door te lang vast te houden aan iets waarvan nu toch overduidelijk de onhaalbaarheid is aangetoond, laat men door die fixatie de kans lopen datgene te redden wat nog te redden is. Een voortgaan met Maastricht met vijf lidstaten, zou een geringe ramp zijn en minder malaise en trauma's opleveren, dan een voortzetting van de lijdensweg met alle twaalf, waarvan niet alleen de helft niet alleen nu niet mee kan komen, maar ook in de verder liggende toekomst deze marsroute economisch en politiek niet aan kan. Moeten die niet-meekomers toch gedwongen worden in te gaan in een avontuur dat ver boven hun vermogen ligt? Het begrip "twee snelheden' heeft iets zeer bedrieglijks in dit verband, omdat het suggereert dat de niet-meekomers alleen wat vertraging hebben, maar er tenslotte wel zullen komen. Dat laatste is volstrekt twijfelachtig. Dan nog daargelaten die onderdelen van Maastricht die nu boven het vermogen en de politieke wil van alle lidstaten liggen, zoals een gemeenschappelijke buitenlandse beleid.

Dit weekend bereikten ons berichten die niet met elkaar te rijmen zijn. Op een bijeenkomst in Brussel van christendemocratische leiders - Kohl en Lubbers waren daar - werd nog uit alle macht vastgehouden aan het onwezenlijke Maastricht-programma, hoezeer ook het gezelschap al uit elkaar is gefladderd. Tegelijkertijd bereiken ons geruchten dat er wel degelijk serieus gesproken wordt over een mini-Europa van vijf lidstaten: Duitsland, Frankrijk en de Benelux. Het zal trouwens nog moeilijk genoeg worden om die op één lijn te krijgen. Wat zal trouwens de positie van Nederland zijn binnen zo'n kerngroep?

Er zijn ook aanwijzingen dat afgelopen week de bondskanselier de Franse president in Parijs is gaan bezoeken om een geheime afspraak te maken over wat een terugvalpositie genoemd zou kunnen worden: een soort "Rückversicherung' voor het geval dat het echt misgaat met Maastricht. In ieder geval willen ze proberen de cruciale Frans-Duitse relatie niet mee te laten sleuren in de dreigende schipbreuk.

De schade zou wel eens ernstiger kunnen worden, naarmate men langer voor de gaanderij blijft vasthouden aan de Maastricht vertoning. Daarom liefst nu keren! Het is allerminst een schande voor de politieke leiders om te moeten zeggen: “We hebben een grote sprong voorwaarts gewaagd in Maastricht. Het zat er niet in. Nu gaan we met een monetair kerngezelschap verder dat er zich veel aan gelegen zal laten liggen om de afstand met de leden buiten de kern zo klein mogelijk te houden. En die ene binnenmarkt bereikt te hebben blijft een prestatie van formaat”.

We konden minister Kok dit weekend horen roepen dat zo'n mini-Europa zou leiden tot separatisme en isolationisme. Welke klappen moeten er nog vallen, voordat ook onze minister eindelijk inziet dat Maastricht met de dag verder van de werkelijke verhoudingen is komen af te liggen, kortom onwezenlijker is geworden?

Eén woord nog over het Europa-debat afgelopen week in de Tweede Kamer. Dat debat leek in onwezenlijkheid sterk op Maastricht. Regeringspartijen en oppositie hadden elkaar op dit punt weinig te verwijten. Hoelang blijft Den Haag nog buiten de werkelijkheid staan? Vasthoudendheid is niet onder alle omstandigheden een kenmerk van politieke wijsheid.