Tien jaar gevangenis geeist tegen verdachte moordzaak-Bruinsma

AMSTERDAM, 29 SEPT. Officier van justitie mr. P.C. Kortenhorst heeft gisteren voor de rechtbank in Amsterdam tien jaar gevangenisstraf geeist tegen de van moord op Klaas Bruinsma verdachte ex-rechercheur Martin H. De als “top-crimineel” omschreven Bruinsma werd vorig jaar juni voor de Juliana's-bar van het Hilton hotel in Amsterdam gedood.

Hij was een keer in de borst en drie keer door het hoofd geschoten. In de zaak is geen technisch bewijs gevonden in de vorm van vingerafdrukken of kruitsporen. Ook was niemand getuige van de moord. Er zijn geen hulzen gevonden waaruit de politie concludeert dat de dodelijke schoten met een revolver zijn gelost. Het openbaar ministerie achtte de getuigenverklaringen echter voldoende overtuigend om vrijheidsstraf te eisen. Een aantal bezoekers van Juliana's bar heeft Bruinsma gezien in gezelschap van Koos R., Johan V. en Martin H. Tijdens sluitingstijd ging Bruinsma met drie mannen naar buiten. Vervolgens is gezien dat Bruinsma plaats wilde nemen in een taxi. Iemand nodigde hem uit met hem mee te rijden.

Bruinsma verliet de taxi en kort daarop klonken de fatale schoten. Een parkeerwachter heeft verklaard dat hij Koos R. en Johan V. heeft zien weghollen voordat er geschoten werd. Van deze twee mannen zegt de officier van justitie dat zij “belangrijke personen in het milieu” zijn en zich bewegen “op het niveau van Bruinsma”. “Omtrent Martin H. zijn hun verklaringen opvallend blanco”, aldus de officier. Een nieuwe getuigenverklaring die door het OM werd ingebracht was afkomstig van Steve B.

Martin H. zou Steve B. tijdens een bezoek aan twee kennissen in detail hebben verteld over de moord op Bruinsma. De advocaat van de verdachte, mr. J. Boone, wees erop dat Steve B. in een andere zaak samen met Martin H. “moord-verdachte” was en dat B. aan zijn verklaring een aantal voorwaarden had gesteld. Boone wees in zijn pleidooi op de zijns inziens bedenkelijke aard van de gegevens van de Criminele Informatiedienst. Van een getuige kwam een verklaring op naam in het dossier en, buiten zijn medeweten om tevens een anonieme verklaring. In de anonieme verklaring maakte de getuige melding van “de mij bekende ex-politieman”. Desgevraagd zei de getuige ter zitting dat hij Martin H. niet kende. De advocaat vroeg vrijspraak wegens gebrek aan bewijs. Martin H. ontkent Bruinsma te hebben gedood.