Stadswacht is "stukje zichtbare overheid'

Amsterdam is een van de 24 plaatsen in Nederland waar stadswachten rondlopen. Een proces verbaal opmaken mogen ze niet, toeristen de weg wijzen en stoeptegels controleren wel.

AMSTERDAM, 29 SEPT. “Je voelt je na zoveel jaar weer mens. Een beetje waardering weet je wel, en gezellig met mensen omgaan. Het is gewoon hartstikke gezellig hier... Hé, wat is dat daar met die auto?”

De Amsterdamse stadswachten Mary (40) en John (32) stuiven over de trambaan van de Leidsestraat. Een onregelmatigheid heeft hun oog getroffen. Mary snuffelt om de auto heen, die dwars over de stoep geparkeerd staat. Ze schrijft, en praat in haar portofoon. “Een cameraploeg die opnamen voor de televisie maakt”, meldt ze later. “Maar je houdt dat toch effe in de gaten.”

Sinds januari 1990 lopen er door de hoofdstad mannen en vrouwen in blauwe uniformen met het woordje "stadswacht' erop geborduurd. Ze hebben niet meer bevoegdheden dan een gewone burger. Hun enige wapen is een portofoon waarmee ze de politie of andere diensten kunnen waarschuwen.

De stadswacht is een werkverschaffingsproject voor mensen die minimaal drie jaar werkloos zijn (twee jaar voor allochtonen). Het idee ontstond in Dordrecht en werd al snel overgenomen door Amsterdam. Meer veiligheid voor de burgers op straat, en werklozen kunnen iets nuttigs doen: met die redenering lanceerde de toenmalige wethouder Van der Vlis het plan.

Op meer dan 24 plaatsen in het land lopen inmiddels stadswachten rond. Amsterdam heeft met 160 het grootste stadswachtenpark. Volgens directeur N. van Eijk is het een doorslaand succes: “In het begin was de politie niet erg happig. Nu loopt de samenwerking gesmeerd.” Ook de Amsterdamse burgers beginnen aan de stadswacht te wennen. “Eerst hadden ze iets van: bemoei je met je eigen. Nu komen ze op ons af”, zegt Van Eijk tevreden. “We zijn een stukje zichtbare overheid als het ware.” Volgend jaar hoopt Van Eijk in totaal 250 stadswachten in dienst te hebben.

Deze ontwikkeling staat lijnrecht tegenover de keuze die de stad Rotterdam heeft gemaakt. Daar zijn sinds een paar maanden een twintigtal zogeheten politie-surveillanten aangesteld. Dit zijn mensen met een toezichthoudende taak, in dienst van de politie. Anders dan stadswachten beschikken zij wel over een opsporingsbevoegdheid: “Wij willen mensen die een proces verbaal op kunnen maken, mensen die een paar handboeien om kunnen doen”, verklaart een woordvoerder van de Rotterdamse politie. “Mensen moeten wel iets kunnen uitrichten. Je moet ze niet voor joker laten rondlopen.”

De Amsterdamse stadswachten Mary en John vinden hun gebrek aan bevoegdheden geen enkel probleem. Vrolijk vertellen ze hoe ze toeristen de weg wijzen, bijhouden of er paaltjes kapot zijn, straatstenen en stoeptegels controleren. “En dat geven we dan door aan de betroffen diensten”. Ze vertellen hoe eens een "dikke pooier-Mercedes' bij het Rembrandtplein verkeerd geparkeerd stond en "die kerel' hun "een klap voor de kop' wilde geven. “Nou, toen heb ik via mijn portofoon de politie geroepen: ze waren er binnen drie minuten en die vent kreeg een boete. Dat is dan toch wel een overwinning, hoor.”

Niet het opsporen van misdaad of de "kick van het uniform' lijkt de glans van het Amsterdamse stadswachterschap uit te maken, meer een VVV-gericht "omgaan met mensen'. “Toen ik aan drie van die lekkere Amerikaanse taarten de weg naar het casino uitlegde, omhelsden ze me. Dat is toch hartstikke leuk”, vertelt een van Mary's collega's in de kantine van het kantoor aan de Kerkstraat, waar de ploegen na hun rondes bijeenkomen voor koffie. “Ik had nooit gedacht dat ik ooit in een uniform zou rondlopen”, vertelt een oudere man, terwijl hij met roze wangen aanschuift aan tafel. Vroeger had hij een bedrijf in het buitenland, maar dat is failliet gegaan. Deze baan heeft hem “psychisch weer helemaal naar Jan geholpen”.

In hoog tempo benen ze door de straten. “Ik wil nooit meer iets anders”, zegt John. Het werk is hem aanvankelijk wel door de sociale dienst in de schoenen geschoven. Net als alle andere stadswachten verdient hij het minimumloon. Hij komt er prima mee uit, vindt hij. Om voor een paar centen meer de hele dag op kantoor te zitten...Als stadswacht bemoei je je overal mee. Zorgen dat opstoppingen "soepel verlopen', bij diefstal achter iemand aanrennen - maar niet aanraken, want dat mag niet. “Kijk uit, anders rolt die junk in het water”, waarschuwt Mary als John een auto op de gracht helpt bij het wegrijden van zijn parkeerplaats.

“Mevrouw, kunt u mij vertellen of ik deze cursus moet volgen?”, vraagt een keurig geklede man op het Leidseplein. Hij komt uit Egypte en wil informatie over een computercursus. Toevallig heeft Mary in het verleden ook eens een computercursus gevolgd. “Don't give up”, moedigt ze hem aan als de man vertelt dat hij een baan als accountant wil maar voor zijn Nederlandse taallessen is gezakt. “Eigenlijk doe ik niet zoveel anders dan ik altijd al deed”, zegt Mary. Ze was “altijd al een type” dat zich graag “tegen de dingen aan bemoeide”. Ze pakt het nu alleen anders aan. “Zonder kwaad worden. Want dat leer je hier wel af”.

"Wij zijn rationeel. Jij bent emotioneel. Wij hebben geen emoties', staat er met grote letters op het bord in de klas met aankomende stadswachten. IJverig schrijven ze in hun schriften: "Geen strijd aangaan'. De lessen maken onderdeel uit van de zevenweekse opleiding. In het kleine Hollywood van de Amsterdamse politieschool maken intussen twee acteurs zich op om een hooglopende burenruzie te spelen. De set is een steeg met een paar kartonnen voordeuren. De inzet van de ruzie is een aantal foutgeparkeerde vuilniszakken. Een videocamera brengt het tafereel rechtstreeks in de klas ernaast. “Het gaat om een stukje conflictbeheersing”, instrueert een begeleider de nieuwe stadswachten Rashid en Ben, die het rollenspel moeten gaan spelen.

Dan gaat de camera aan. De buurvrouw kijft, de buurman schreeuwt. Rashid en Ben doen hun best. “Wat doet u hier eigenlijk?”, brult de buurvrouw. “We zijn stadswachten”, zegt Ben plechtig. “We lossen problemen op. We houden er niet van als burgers elkaar in de haren vliegen. We zien dat u emotie bent en wij moeten dat zien op te lossen.”

    • Marjon van Royen