Roman Armando als theater

Voorstelling: Naar Armando door Fact. Regie: Peter Eversteyn; decor: Catharina Scholten; spel: Peer van den Berg en Henk Zwart. Gezien: 26/9 Lantaren Rotterdam. Aldaar t/m 3/10, daarna elders t/m 21/11.

Het was aanvankelijk de specifieke stijl van Armando, zegt Peter Eversteyn in een toelichting, die hem ertoe inspireerde bij Fact een voorstelling te maken op basis van de roman De straat en het struikgewas. Daar is wel iets bij voor te stellen. Armando schrijft kortaffe zinnen, licht van toon en enigszins afstandelijk. Hij heeft het over zorgelijke voortuintjes, korzelige bossen en landschappen die schuldig zijn - zulke waarnemingen blijven hangen als je ze eenmaal hebt gelezen.

Belangrijker nog voor een regisseur die "iets" met de roman wil doen is het feit dat Armando's observaties steeds korte alinea's beslaan, door witregels van elkaar gescheiden. Een tekstcollage is zodoende snel gemaakt: je plukt her en der wat fragmenten uit het boek en zet ze in een andere volgorde. Eventueel wordt de ik-vorm af en toe vervangen door de hij-vorm, of andersom. Er is nu een nieuwe tekst ontstaan die toch nog heel duidelijk de sporen van het origineel draagt, daarom noem je het resultaat Naar Armando.

Maar dan ben je er nog niet. Een voorstelling maken op basis van een boek, alleen omdat de stijl van de schrijver je zo goed bevalt, dat is wat al te gemakkelijk. Een theatermaker moet een statement doen. Peter Eversteyn weet dat. Toen hij in 1990, ook bij Fact, Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos als uitgangspunt nam voor zijn gelijknamige voorstelling, was dat niet om het verhaal na te spelen, maar om parallellen te trekken tussen het 18de-eeuwse fin de siècle-gevoel en de manier waarop wij nu leven.

Iets dergelijks kon ook met De straat en het struikgewas zag Eversteyn al gauw. Hoewel Armando herinneringen ophaalt aan zijn jeugd vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, mocht dat geen belemmering zijn om een link met de actualiteit te leggen: ook nu wordt er immers oorlog gevoerd in de wereld. Volgens Eversteyn is de Derde Wereldoorlog zelfs allang uitgebroken. Toch was het kennelijk niet zo eenvoudig dit verband op het toneel duidelijk te maken: in het spel van Peer van den Berg en Henk Zwart - beiden afkomstig van mimegroep Suver Nuver - heb ik althans geen verwijzingen naar het heden kunnen ontdekken.

De twee mannen voeren gesprekken over vroeger. Er hangt een sfeer van ouwe jongens krentenbrood - om daar getuige van te zijn is lang niet altijd even leuk, maar soms ook wel. Bij voorbeeld wanneer de meisjes ter sprake komen, of de kledingvoorschriften voor jongens van twaalf die zich niet langer door hun moeder de wet laten voorschrijven. Zo gold voor de broekriem: “Die moest bij voorkeur te lang zijn. Je moest 'm meteen bij de gesp omlaag laten hangen, (...). Hoe langer hoe beter. Dat was stoer.” Henk Zwart en Peer van den Berg maken er een prachtige verkleedact van. En passant geven ze daarmee een beter beeld van de adolescent in Armando's boek dan met hun geforceerd jongensachtige gedrag.