Roemenië wil controle op naleving embargo Joegoslavië; "Drie miljard dollar schade door embargo'

BOEKAREST, 29 SEPT. “Roemenië is niet pro-Servisch. Misschien zeggen ze dat wel in Zagreb, en misschien zien ze het zelfs zo, maar het is niet waar: we zijn evenwichtig, we trekken niemand voor en we hebben met alle republieken van het vroegere Joegoslavië goede betrekkingen”, zegt de man met de krullen en de fluwelen ogen in een kamertje in het Roemeense ministerie van buitenlandse zaken.

Zijn naam is ons niet meegedeeld. Zijn functie ook niet. Het Roemeense ministerie van buitenlandse zaken, zo zegt menigeen in Boekarest, is weliswaar verhuisd naar een groot vierkant gebouw in de lommerrijke wijk Dorobanti, maar is verder in vergelijking met vroeger niet wezenlijk veranderd. Het is volgens die boze tongen nog steeds een bolwerk van diplomaten uit de jaren tachtig, waar jongeren nauwelijks aan de bak komen, geleid door Adrian Nastase, sinds kort lid van het Democratische Front van Nationale Redding, dat tot de verkiezingen van zondag, toen het zowaar Roemenië's grootste partij werd, wel spottend het Democratische Front van Iliescu's Redding werd genoemd. Dat hier dus oude tradities blijven voortbestaan, gesprekspartners die anoniem willen blijven ook al geven ze braaf het regeringsstandpunt weer en die zich laten vergezellen door een verder voornamelijk zwijgende collega, verbaast niet werkelijk.

Roemenië, zegt de man met de krullen, bevindt zich in een heel nare positie: aan de ene kant is er de oorlog in Joegoslavië, aan de andere kant is er het conflict in Moldavië. “We zijn er niet al te gelukkig mee.” De oorlog in Moldavië is voor de Roemenen emotioneel moeilijk te accepteren, daar wordt immers Roemeens bloed vergoten. En die in Joegoslavië kost de Roemenen veel geld, want het embargo tegen de uit Servië en Montenegro bijt Roemenië behoorlijk.

Het afgelopen jaar heeft Roemenië, net als de EG, nog heel lang vastgehouden aan het voortbestaan van de oude Joegoslavische federatie. Lang speelde in Boekarest de angst voor besmetting: als de Slovenen en de Kroaten zich van Joegoslavië konden afscheiden, zouden de Hongaren in Transsylvanië ook wel eens op een dergelijk idee kunnen komen.

Het wordt door de man met de krullen heftig tegengesproken. “Dat is niet waar. We hebben de EG gevolgd, net als iedereen. We hebben Kroatië en Slovenië erkend vier dagen nadat de EG dat had gedaan en minister Nastase is direct na de Londense vredesconferentie naar Zagreb en Ljubljana gegaan om de documenten terzake te tekenen.”

Roemenië, zegt hij, houdt zich stil: “We willen alles nalaten wat escalerend kan werken en alles doen om de oorlog ten einde te brengen. We zijn constructief. We gaan op basis van gelijkheid om met alle republieken, ook Kroatië en Slovenië, ook Servië en Montenegro. Als ze in Zagreb iets anders zeggen, ligt dat aan de psychologische barrière, ze wllen daar graag dat we partij kiezen.”

De man met de krullen zegt dat de schade die Roemenië economisch lijdt als gevolg van het VN-embargo tegen Joegoslavië, langzamerhand de kant uitgaat van die welke werd toegebracht door de Golfoorlog en het embargo tegen Irak. “Joegoslavië was een heel belangrijke handelspartner van ons. Tot nu toe hebben we voor 550 miljoen dollar schade door het wegvallen van de handelsbanden, plus een indirecte schade die wordt geraamd op 2,5 miljard dollar.” Twee grote economische samenwerkingsprojecten, een op het gebied van de chemische industrie en een op het gebied van de verwerking van landbouwprodukten, zijn volledig stilgelegd en enkele tienduizenden Roemenen zijn als gevolg van het embargo werkloos geworden.

Ten tijde van de Golfcrisis boekte Roemenië een totale schade van drie miljard dollar. Het heeft nog geprobeerd daar bij de VN compensatie voor te vragen, maar dat heeft niets opgeleverd. De man met de krullen is zich ervan bewust dat een nieuw verzoek om compensatie evenmin iets zal uithalen, al zal er wel een dergelijk verzoek worden ingediend.

Roemenië is, met Griekenland en Rusland, de afgelopen maanden herhaaldelijk genoemd als een van de landen, van waaruit het embargo tegen Joegoslavië wordt geschonden. De man met de krullen ontkent het ten stelligste: Roemenië heeft zich strikt aan de regels gehouden, en om dat te bewijzen heeft het de internationale gemeenschap gevraagd waarnemers te sturen. “We willen elke verdenking voorkomen. Laat die waarnemers komen. Het zal moeilijk worden alles te controleren, alle grensposten, havens, alle pijpleidingen, maar laat ze komen”, zegt hij.

En vooral, zo voegt hij eraan toe, laat de Veiligheidsraad eens een beslissing nemen over de vraag of de Roemenen gerechtigd zijn op de Donau schepen aan te houden en hun lading te controleren.

Diezelfde avond toont de Roemeense televisie op welke wijze sommige Roemeense burgers de contacten met Joegoslavië in stand houden: ze toont een enorme hoeveeldheid goederen, die in beslag zijn genomen van smokkelaars op het buurland: lange, lange rijen blikken motorolie, kanisters met benzine, dozen met sloffen sigaretten en pakken toiletpapier. Timisoara mag Roemenië's heldenstad zijn, het is inmiddels ook een gewilde uitvalsbasis voor iedereen, Roemenen en Joegoslaven, die een centje wil bijverdienen aan de door het embargo veroorzaakte schaarsten in Joegoslavië.