Landmacht tevreden over advies Commissie-Meijer; Marine en luchtmacht moeten bezuinigen bij "nieuwe' dienstplicht

DEN HAAG, 29 SEPT. De generaals en admiraal zaten gisterochtend wat stilletjes bij de presentatie van het rapport over de dienstplicht. Meteen na het vijftig minuten durende betoog van voorzitter W. Meijer waren ze vertrokken. Voor commentaar leenden ze zich niet. Eind dit jaar zal minister Ter Beek een oordeel vellen over nieuwe, vergaande bezuinigingen bij de krijgsmachtonderdelen en zwijgen zien zij als de beste strategie.

Nu de landmacht in het rapport van de Commissie-Meijer zo duidelijk wordt gespaard, hangt de stormbal hoog bij marine en luchtmacht. Meer fregatten in de mottenballen of in de verkoop, samenwerkingsverbanden voor onderzeedienst en marine-luchtvaart, minder F-16's paraat en een aantal van deze 186 gevechtsvliegtuigen in de verkoop.

Marine en luchtmacht hebben een groot bestand beroepspersoneel en slagen er in ook kortverbanders te interesseren voor de dienst. Voor de landmacht is het handhaven van de dienstplicht een halszaak. Een leger met dienstplichtigen is goedkoop. Jonge, goed opgeleide arbeidskrachten worden gedwongen tijdelijk een baan te vervullen die vaak beneden hun capaciteiten ligt.

Dit voorjaar nog gaf minister Ter Beek aan dat de mobilisabele sterkte van de landmacht fors kon worden verminderd. Voor Nederland was er nauwelijks nog een militaire dreiging. In juni was de vijand in een gesprek van de commissie met Ter Beek weer duidelijker aanwezig. Gesterkt door dat vijandsbeeld kon de commissie haar werk voortzetten. Op hetzelfde moment waarschuwde de vertrekkende bevelhebber van de landstrijdkrachten, luitenant-generaal Wilmink, dat Nederland zijn NAVO- en VN-verplichtingen niet aankon zonder dienstplichtigen.

Hij werd door de Commissie-Meijer op zijn wenken bediend. Bij de leiding van de landmacht bestaat er dus grote tevredenheid. Op een goedkope manier kan de sterkte worden gehandhaafd. Volgens generaal Huyser, oud-chef van de defensiestaf en lid van de commissie, hoeft het bordje "wegens verbouwing gesloten' nu niet te worden uitgehangen. “Het is duidelijk dat er grenzen aan de spankracht zijn. Onzekerheden zijn niet goed voor de slagkracht van je organisatie.”

Op het instituut voor buitenlandse betrekkingen Clingendael houdt professor dr. J. G. Siccama zich al jaren bezig met de militaire krachtsverhoudingen en de strategische behoeften. Hij kan zich niet vinden in de conclusie van het rapport “dat de kans op een grootschalig conflict niet geheel mag worden uitgesloten”. “Natuurlijk niets is uitgesloten op deze wereld. Maar zelfs een strategische uitbraakpoging vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar analogie van Hitler in de jaren dertig betekent geen directe dreiging voor onze nationale grenzen. En ik zie Nederland nog niet bereid om de grenzen van Polen te gaan verdedigen. Dus voor onze territoriale verdediging zijn geen dienstplichtigen nodig”, aldus Siccama.

Naast de bondgenootschappelijke taak voor het leger wordt in het rapport van de Commissie-Meijer veel aandacht besteed aan crisisbeheersing, humanitaire hulp en vredeshandhaving.

Nederland moet volgens de commissie een bijdrage leveren aan de handhaving van de internationale rechtsorde. Tweeduizend dienstplichtigen zouden daarvoor speciaal worden opgeleid en bij indiensttreding moeten instemmen met die taak. De commissie schrijft dat de dienstplichtigen niet zullen worden ingezet voor “zware crisisbeheersingsoperaties”.

Maar wie bepaalt straks in het veld wat zwaar en licht is? De scheidslijn tussen vredeshandhaving en het opleggen van vrede is zeer dun. Bij het begeleiden van voedselkonvooien in Bosnië is het niet ondenkbaar dat patrouilles gegijzeld kunnen worden. Het is de vraag of de dienstplichtigen die bij uitzending weliswaar een beroepssalaris zullen ontvangen ook beroepsmilitairen willen of kunnen vervangen.

Siccama: “Kan je bij crisisbeheersing de militaire situatie wel in de hand kan houden? Wat zullen de gevolgen zijn als bij vredesoperaties dienstplichtigen omkomen? Zijn we daar wel op voorbereid? Weten we bij die operaties tegen wie we moeten vechten? Wordt straks bij het aantreden van dienstplichtigen voor die taken wel voldoende verteld welke gevaren vredesoperaties kunnen inhouden en zal dan het animo groot genoeg blijven? Ik ben van mening dat het ook voor crisisbeheersing veel beter is om beroepsmilitairen of langverbanders in te zetten. Die mannen kan je goed trainen en zij kiezen voor een beroep, waarvan zij weten dat het gevaren in kan houden.”

Ten slotte is Siccama het niet eens met de conclusie van de commissie dat op de arbeidsmarkt niet voldoende laaggeschoolden beschikbaar zijn voor een carrière in het leger. “Het is maar wat je wilt. De arbeidsmarkt is een kwestie van vraag en aanbod. Als je van het leger een aantrekkelijke werkgever maakt en bereid bent daar ook voor te betalen, dan ben ik niet zo somber over het werven van personeel. Maar er moet natuurlijk wel iets tegenover staan. Wil je het allemaal goedkoop houden, dan heb je natuurlijk dienstplichtigen nodig. Ik zie niet dat we een goede bijdrage aan crisisbeheersing leveren met dienstplichtigen die negen maanden opkomen. Die taak is zo ongewis en zo vol gevaar dat je uiterst gemotiveerde en goed opgeleide militairen moet inzetten. Dat is dan je plicht.”