Labour sluit de gelederen achter Europeaan Smith

BLACKPOOL, 29 SEPT. Het Britse Labour rijst vandaag in de badplaats Blackpool op als de partij voor Europa. John Smith, de slimme Schotse advocaat met de uilebril, zal in zijn eerste grote toespraak als leider, vanmiddag, naar verwacht de vloer aanvegen met de Europese beginselen van zijn opponent John Major.

Smith kan dat doen, want hij zit op rozen. Gisteren verkozen de Labour-afgevaardigden om over hun eigen schaduw heen te springen en zich niet te verliezen in onderling gekrakeel over Europese integratie en de weg daar naar toe. Het congres volgde de leider: geen referendum. "Maastricht' en wat daar verder mee te doen, blijft daarmee het probleem van de Conservatieven.

Terwijl Norman Lamont, de minister van financiën, in het overleg met zijn collega's in Brussel voor nieuwe open doelen voor zijn opponenten zorgde, ontpopte de Labour Party zich in Blackpool beheerst tot een gematigde, sociaal-democratische partij van Europese beginselvastheid. Vakbondsbaas na vakbondsbaas hield het congres voor, dat alleen in Europa, verenigd volgens de in Maastricht afgesproken beginselen, een betere economische en sociale toekomst voor de werknemer ligt. “Onze campagne moet niet tegen het Verdrag van Maastricht gaan, maar tegen de uitzondering die Major voor Groot-Brittannië heeft bedongen op het punt van het sociaal handvest”, hield Gerald Kaufman, tot de afgelopen verkiezingen Labours schaduw-minister van buitenlandse zaken, zijn gehoor voor.

Toen kwam de grand old man van uiterst links, Tony Benn, de zaak van het referendum bepleiten. “Als de partij voor de verkiezing van zijn leider "één man één stem' bepleit, wat zal zij dat dan tegenhouden als het over de toekomst van een heel land gaat?” Het congres gaf hem een stormachtig applaus, maar stak direct daarna diezelfde warm geklapte handen in overweldigende meerderheid omhoog om tegen Benns voorstel te stemmen. John Smith en zijn plaatsvervangend leider, Margaret Beckett, haalden opgelucht adem.

Toen peperde het congres ultra-links de nederlaag nog verder in: Tony Benn hield zijn plaats in het partijbestuur net vast, maar zijn maat op de linkervleugel, Dennis Skinner, werd gewipt, evenals Bryan Gould, de man die dit weekeinde ontslag nam uit Smiths schaduwkabinet, omdat dit naar zijn smaak een te pro-Europese koers vaart. In plaats daarvan zag Smith nu zijn medestanders Gordon Brown en Tony Blair in het partijbestuur benoemd, samen met Neil Kinnock, de vorige partijleider, die een bestuurspost hogelijk ambieerde. Hij kreeg de meeste stemmen van alle kandidaten.

In de wandelgangen van het congres ging het debat vooral over de vraag of Labour zich met zijn pro-Europese koers wel naar behoren kwijt van zijn taak: oppositie voeren tegen de regering. Er is een stroming die er voor pleit dat Labour John Major en de zijnen op de knieën dient te dwingen door samen met de Liberale Democraten en een minderheid van anti-Europese Conservatieven op een referendum aan te sturen. Maar partijstrategen zeggen te geloven dat de kiezers het Labour nooit zouden vergeven, wanneer het nu weer van zijn pro-Europese koers afwijkt. De taktiek is dus: Labour is pro-Europa, onthoudt zich van stemming over het Verdrag van Maastricht omdat dat niet ver genoeg gaat zonder de sociale paragraaf en laat verder vooral niet het achterste van zijn tong zien om de Conservatieven geen wind in de zeilen te geven voor hun congres, volgende week in Brighton.

De grote thema's van Smiths toespraak, vanmiddag, werden gisteren al aangedragen in de debatten over de economie en over Europa - met opzet aan het begin van het congres gelanceerd. De woorden "verraad' en "verspilling' en "stuurloos' doken keer na keer op. Die thema's werden het markantst samengevat in een toespraak van Robin Cook, de schaduw-minister van handel en industrie, die de zaal een warm gevoel van herkenning bezorgde door te zeggen: “Ik zou willen dat de stemmen (van de verkiezingen van 9 april jongstleden) opnieuw geteld konden worden”, om vervolgens de niet nagekomen beloften van de Conservatieven over “de groene sprieten van economisch herstel” een voor een over de hekel te halen. Bedrijven met grote namen als Rolls Royce, Ford en British Aerospace, ontslaan hun personeel, de regering geeft in een dag één miljard pond uit in een vergeefse poging om speculatie op het pond te stoppen, het aantal werklozen groeit met de dag tot bijna drie miljoen aan het eind van het jaar.

Gordon Brown, schaduw van de ongelukkige minister Lamont, noemde John Major “een vacuüm in het hart van de Britse regering” en verweet hem gebrek aan leiderschap in Europa en leiderschap thuis. Brown verweet Major bovendien wanbegrip voor “een nieuwe economie die gegrond moet zijn op een nieuw internationalisme en niet op een isolationisme”.

Dergelijke aanvallen op de opponent drijven de verschillende facties in een politieke partij als geen ander middel opeen. Dat gebeurde ook gisteren. Een analyse van de vraag waarom Labour desondanks weer de verkiezingen had verloren, raakte daardoor - als ongetwijfeld door de Congresleiding beoogd - ondergesneeuwd. Slechts één spreekster verwees zijdelings naar het feit dat Smiths alternatieve begroting de middenklasse in april jongstleden zo'n angst voor hoge belastingen heeft aangejaagd, dat zij toch maar afzagen van hun voornemen op Labour te stemmen. Dat wordt vandaag Smiths taak: de idealen die er onder het bredere electoraat bestaan in herinnering te roepen en hun praktische uitvoering aannemelijk te maken. Dat zegt ook de slogan op het sobere congrespodium: “Een agenda voor verandering”.