Gemeente Leeuwarden mag gymnasium nog niet laten fuseren

LEEUWARDEN, 29 SEPT. De president van de rechtbank in Leeuwarden heeft gisteren de gemeenteraad in kort geding verboden een definitief besluit te nemen over de toekomst van het Stedelijk Gymnasium.

Volgens de rechter moet er, voordat het gymnasium opgaat in een scholengemeenschap voor LBO, MAVO, HAVO en VWO, eerst duidelijkheid komen over de lessentabel van het gymnasium. De medezeggenschapsraad van het gymnasium is daarmee door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Het kort geding was een laatste poging van ouders, leraren en leerlingen om het gymnasium als zelfstandige onderwijsinstelling te behouden. Mei vorig jaar stemde de raad in principe in met het opgaan van het Stedelijk Gymnasium in een brede scholengemeenschap.

Daarmee zou de school (470 leerlingen, opgericht in 1879) het eerste gymnasium van het land worden dat met het oog op de basisvorming deel van een brede scholengemeenschap zou uitmaken. Wel zou de school drie jaar lang een "status aparte' krijgen (tot 1996). In die periode zou het gymnasium nog zelfstandig blijven, daarna zou de school in onderwijskundig opzicht deel uit moeten gaan maken van de scholengemeenschap.

Ouders, verenigd in de oudervereniging, leraren en leerlingen van het Stedelijk Gymnasium plegen al vier jaar verzet tegen de dreigende opheffing van hun school.

In 1988 bezetten leerlingen de school, vorig jaar hielden ouders hun kinderen uit protest een week thuis. Het gymnasium vreest dat er door de fusie minder uren voor de klassieke talen zullen vrijkomen.

De president van de rechtbank bepaalde gisteren dat er voor de periode na 1996 een aparte lessentabel voor het gymnasium moet komen, waarin een verdeling van de lesuren per vak wordt aangegeven.

Het college van B en W beraadt zich vandaag op de situatie. Volgens het hoofd van de afdeling welzijn, J. Knottnerus, zijn er drie mogelijkheden. De gemeente kan tegen het vonnis in hoger beroep gaan, een lessentabel maken of de fusie doorzetten zonder het gymnasium. Algemeen wordt dit laatste als politiek gezichtsverlies beschouwd.