DRUIVENGELEI

Als warme zomers in Nederland regel gaan worden, dan ga ik me op het aloude beroep van wijnmaker storten.

Twee driejarige ranken in mijn kleine stadstuin leverden dit jaar tientallen kilo's blauwe druiven op. Behalve uitbundige zonneschijn droeg misschien ook mijn amateuristisch tuinieren aan de produktie bij. Vanaf de lente verwijderde ik de groene oogjes - nieuwe, energie verslindende scheuten - in de oksels van takken en bladeren en later knipte ik armetierige druifjes weg uit de trossen om de rest extra groeikansen te geven (het zogenoemde krenten). De oogst was te groot voor wat de fruiteters in mijn omgeving aankunnen. Het vak van wijnmaken beheers ik nog niet, dus werd het inpotten als gelei.

Ik probeerde twee methoden. De sapcentrifuge werkt snel en levert helder druivensap. De passevite is ook prima bruikbaar; het sap is wat troebeler maar de opbrengst hoger dan met de centrifuge. De gelei smaakt in beide gevallen heerlijk.

Voor 4-5 (jam)potten:

1100 gram druiven (geeft ongeveer 3/4 liter sap)

sap van een halve citroen

1 kilo geleisuiker

Pluk en was de druiven. Maal ze in de sapcentrifuge of met de passevite. Maak de potten schoon in een vaatwasser of met heet sodawater, spoel ze met heet water na en zet ze omgekeerd op een schone theedoek. Meet het volume van het sap en gebruik voor driekwart liter het sap van een halve citroen en 1 kilo geleisuiker. Breng het sap met suiker al roerende aan de kook en laat het 7 minuten borrelen. Schep het schuim eraf. Vul de potten, zet ze 10 minuten op hun kop en laat ze afkoelen.

Variatie: Kook een takje tijm of rozemarijn mee. De kruidige gelei kan gegeten worden bij wild.