Droomduiding

Wat een vreemde droom. Er was een reeks moorden waarbij de mafia betrokken was en een messenwerper op een toneel, die net deed of zijn slachtoffers niet echt waren. Ik moest het complot oplossen, anders zou ik zelf slachtoffer worden. Door regen en onweer ging ik naar een kerkje op een berg, alleen om even te bidden, maar tegelijk had ik een vaag idee dat ik daar iets te weten zou komen. De kerk was binnen omgebouwd tot een basketbalhal en de mafialeiders zaten in kleine skyboxjes en keken naar de wedstrijd. Hier zou van rustig bidden weinig komen. Ik barstte in snikken uit en dacht: zo iemand ben je blijkbaar, die demonstratief gaat huilen als hij niet kan bidden. Ik zag dat de priester en de mafiabazen elkaar goed kenden en ik besefte dat dat belangrijk was voor de oplossing. Hoe het verder ging weet ik niet meer.

Wel wel, ik wist niet dat ik het in me had. Bidden, dat heb ik mijn hele leven nog niet gedaan. Moest ik mijn droom zo interpreteren dat ik eigenlijk een diep verborgen religieus verlangen had, dat ik in het wakend leven onderdrukte, of stond het allemaal voor iets anders? En zoals een jongen die voor het eerst droomt van een seksuele variant waarvan hij meende dat die niet in zijn repertoire zat, wakker wordt en schrikt en denkt: zou ik echt zo zijn?, zo ook hield ik even rekening met de mogelijkheid dat ik iemand anders was dan ik altijd had gedacht. Dat ik iemand was die eigenlijk wilde bidden.

Je kan er moeilijk aan ontkomen, het idee dat de beelden die je 's nachts ziet een diepe betekenis moeten hebben. Vroeger, zo stel ik me voor, kon de droominterpretatie nog wat zorgelozer zijn. In de tijd dat dromen gezien werden als inblazingen van buiten. Goede en slechte geesten konden je van alles influisteren. Het was misschien verstandig om er naar te luisteren, want een gewaarschuwd mens is weerbaar in een gevaarlijke wereld, maar de stemmen waren toch relatief onschuldig, omdat ze van buiten kwamen. Ze konden misschien het lot van een mens voorspellen, maar niet zijn persoonlijkheid openbaren. Zo kunnen we er nu niet meer over denken. Onze dromen bedenken we zelf en we voelen er ons verantwoordelijk voor.

Volgens Descartes zat het menselijk bewustzijn in de pijnappelklier. Een soort meesterbrein binnen het brein, waar alle informatie die de hersenen aanleveren verzameld wordt en centraal verwerkt tot opdrachten die het lichaam in beweging zetten. Freud had ook zo'n mannetje van binnen bedacht, de censor die onwelkome inlichtingen niet tot het bewustzijn toelaat en alleen 's nachts af en toe zijn waakzaamheid laat verslappen. Het is moeilijk te geloven in dat mannetje in het centrale hoofdkwartier, die alle informatie op zijn relevantie toetst. Het is ook moeilijk om je los te maken van dat beeld. Bijna iedereen gelooft, als het om zichzelf gaat, nog een beetje in Freud.

De oudere opvatting, dat dromen van buiten komen, kan niet serieus meer worden genomen, maar in zekere zin lijkt die opvatting me toch meer in overeenstemming met moderne inzichten over de werking van het brein. De chaotische ruis van stemmen die naar verkiezing al of niet serieus genomen kunnen worden. Zo is het waarschijnlijk in werkelijkheid ook. Chaotische verwerking van indrukken in de hersenen. Sommige indrukken banen zich een blijvend pad in het brein, waardoor latere ervaringen die er op lijken een makkelijke doortocht hebben. Andere verdwijnen zonder een spoor achter te laten. De grens tussen bewustzijn en onbewuste is vaag en van de meeste ervaringen kan helemaal niet zinvol gezegd worden dat ze bewust of onbewust zijn. Een centrale regelaar bestaat niet. Wat overheerst is het toeval, slechts licht gestuurd.

In mijn droom had een hele theorieklont tijdelijk bezit van me genomen. Het bidden, met een vaag idee dat het de oplossing van een raadsel zou geven. Later het complot tussen priester en crimineel grootkapitaal, waardoor voor waarachtige devotie geen plaats meer was. Was ik het zelf, die dit allemaal gedacht had? De ouden zouden zeggen dat het stemmen van buiten waren. Descartes en Freud zouden mij er voor aansprakelijk stellen en er een zeker belang aan hechten. Een modern hersenonderzoeker zou denken aan een toevallige bewustzijnsflard die komt en gaat, zoals zovele. Alleen doordat ik er nu over schrijf, wordt hij versterkt en krijgt hij een zekere permanentie.

Ik kon wel bedenken hoe ik er aan gekomen was. De vorige dag had ik een toeristische rondvaart gemaakt door de haven van Rotterdam. Zo mooi was het licht op het stille water en het decor van kranen en containers, dat ik me had overgegeven aan overpeinzingen over het religieuze. Ik dacht aan de alchemisten, die op grond van een misverstand goud trachtten te maken van onedele metalen. Maar, zo lezen we altijd, daar ging het de alchemisten eigenlijk niet om. In feite werkten ze aan de vervolmaking van de eigen ziel, en de experimenten met de aardse chemie waren daarvoor een noodzakelijke omweg. Het goud, als het al gevonden zou worden, was een afvalprodukt van een geestelijke training, en zou kunnen worden weggegooid. Zo bekeek ik even de activiteiten in de haven als een moderne vorm van een materialistische religie. Het lossen en laden was de omweg, een moderne godsdienstoefening. Straks zouden miljoenen sinaasappelen en meloenen op de bordjes van de Westeuropese consument worden gestort, maar daar ging het niet om, dat waren maar afvalprodukten.

En tegelijk zag ik die prachtige haven als een beeld van mijn hersenen. Het was eigenlijk een verzameling van verschillende havens, die wel met elkaar verbonden waren, maar waarin de activiteiten nauwelijks waren gecoördineerd. Aan de kant stonden nog de opvallende gebouwen van beroemde oude firma's, die allang failliet waren gegaan. Er voeren heel kleine bootjes rond van de algemene havendienst. Die bootjes vertegenwoordigden de centrale autoriteit, maar ze zouden door de grote schepen gemakkelijk overvaren kunnen worden zonder dat iemand het merkte. Mijn tochtje had niet alleen de grondstoffen gegeven voor mijn droom, maar het had ook mijn overpeinzingen gestuurd toen ik nadacht over de betekenis die ik er aan moest geven. Alles klopte nu. Ook de gedroomde mafialeiders kon ik thuisbrengen. Dat waren natuurlijk de havenbaronnen geweest van de club De Maas, waar ik langs was gekomen voordat ik op de boot stapte. Het symbool van het centrale havengezag, dat ik in mijn brein niet toe wil laten.