Corruptie (1)

Als oud-hoofdambtenaar van het ministerie van financiën heb ik de door H.A. van Wijnen in zijn column "De corruptie van de geest' geschetste ontwikkeling van nabij meegemaakt (NRC Handelsblad, 19 september).

Die ontwikkeling is niet gegaan in een richting die mij bij de aanvang van mijn loopbaan als de juiste was ingeprent. Daarom ben ik blij dat Van Wijnen nog eens het karakter van mijn vroegere minister M.H.J. Hofstra heeft belicht. Recentelijk mocht ik hem nog eens van nabij meemaken op een receptie, waar hij weigerde anders dan de andere wachtenden behandeld te worden.

In dit verband wil ik ook nog eens het gedrag van oud-premier mr. J. de Quay memoren. De familie De Quay had indertijd een ambtswoning aan de Waalsdorperlaan in Den Haag, het Catshuis was toen nog niet als zodanig in gebruik. Gedurende het weekend gingen de heer en mevrouw De Quay naar hun woning in N. Brabant, per trein. Ik heb hen enkele malen in de trein van Utrecht naar Den Haag getroffen. In Den Haag liepen wij dan naar de bushalte van lijn 5, die ons naar de Waalsdorperweg bracht (ik woonde er toen vlak bij op de Van Alkemadelaan). Op zondagavond was de bus meestal erg vol. Hij zorgde ervoor dat zijn vrouw kwam te zitten, terwijl hij dan staande met mij verder het gesprek voerde. Zelfs heb ik het een keer meegemaakt dat hij voor een oude dame ging staan, die zich geloof ik niet bewust was wie die vriendelijke heer was die haar een zitplaats aanbood.

Dit privé-gedrag van De Quay, dat weer in mijn herinnering terugkwam toen ik het artikel las, is mij altijd bijgebleven als een treffend voorbeeld van politiek fatsoen.