Beleefdheden

Gisteren kwam hier zijdelings een adellijke dame ter sprake. Haar man had uitgelegd hoe je moest rijden. Ze hadden een kasteeltje in de Achterhoek, een bezitting van bescheiden omvang, maar onmiskenbaar een bezitting. De bomen die er groeiden waren hun bomen, de vogels die er vlogen hun vogels.

Op het erf stond een Japannertje, hun auto. Toen ik mijn ruim bemeten Peugeot ernaast zette voelde ik me al proleet. En toen had ik die mensen nog niet eens gezien.

Mevrouw vertelde een netelig en tragisch verhaal over de oorlog, dat wil zeggen: een verhaal was het hoe je het ook wendt of keert voor mij, voor haar was het herinnering, ingevreten werkelijkheid. Natuurlijk, dat wrong een beetje.

Wat hierover in de krant verscheen kon ze billijken. Maar het boek dat ik er uiteindelijk van maakte niet! Ze schreef een briefje. Geen onvertogen woord, maar ijzig, ijzig. Wat me vooral fascineerde: het ontbreken van elke beleefdheid. Er stond geen aanhef boven, en tot besluit geen "hoogachtend' maar kortweg "jammer!'. Een heel onbehoorlijk briefje, toch op één of andere manier superieur, zonder twijfel van adel.

Dit, besefte ik, was een hogere vorm van hoe het hoort. Van goede manieren heb je pas verstand als je weet wanneer je ze kunt laten varen.