AWV-voorzitter dr. J.P. Munting wacht op "echte offers' voor werkgelegenheid; Werkgevers niet onder indruk van loonmatiging

HAARLEM, 29 SEPT. “Wie meer banen wil, moet offers brengen. Met de 4,5 procent loonsverhoging van de vakbeweging wordt nog geen enkel offer gebracht. Dat kan dus niet tot meer werkgelegenheid leiden.” Voorzitter dr.J.P. Munting van de Algemene werkgeversvereniging AWV is in het geheel niet onder de indruk van de bereidheid tot loonmatiging van de vakbeweging.

“Dit jaar geven we gemiddeld 4,3 procent loonsverhoging. Dat is veel als je kijkt naar de prijsindex, die nu op 3,75 procent uitkomt. Dat zouden we dus volgend jaar moeten corrigeren”, aldus Munting. Hij verwijst met graagte naar minister De Vries (sociale zaken) die onlangs becijferde dat een loonsverhoging van 3 procent volgend jaar voldoende zal zijn voor koopkrachtbehoud.

De AWV is de grootste industriële werkgeversclub voor belangenbehartiging op sociaal-economisch terrein. Ze is aangesloten bij de werkgeversorganisatie VNO. De AWV staat onder meer ondernemers en branche-organisaties bij in het overleg over collectieve arbeidsvoorwaarden en is op die manier betrokken bij circa 300 van de ruim 900 CAO's in dit land.

Bij het merendeel van die CAO's is de Industriebond FNV de voornaamste onderhandelingspartner van de AWV. Vandaar dat "Haarlem' onmiddellijk alarm sloeg toen de bond vorige week een loonsverhoging van 4,5 procent koos als “richtsnoer” voor het komende CAO-overleg. Dat leidt, aldus de AWV, tot “een onaanvaardbare loonkostenstijging van 7 à 10 procent, die de Nederlandse economie op dit moment absoluut niet kan dragen”.

Munting maakt ter toelichting de volgende becijfering. Bij 4,5 procent loonsverhoging moet gemiddeld 2 procent worden opgeteld voor incidentele loonsverhogingen doordat werknemers in een hogere beloningschaal worden ingedeeld of promotie maken. En daar komt volgens hem dan gemiddeld nog zo'n 2 à 4 procent bovenop voor pensioenen en "goede doelen', zoals banenplannen voor allochtonen, scholing, kinderopvang en andere zaken uit het CAO-overleg. “Voor je het weet zit je boven de 8 procent loonkostenstijging en dat kunnen we ons eenvoudigweg niet veroorloven.”

Waardering heeft Munting voor “de onderliggende analyse” van de FNV-bond. Dat de bond is afgestapt van een uniforme looneis voor de hele industrie, begroet hij met instemming: “Meer loondifferentiatie is heel positief”. En dat de bond een soepeler omgang met de stijging van de arbeidsproductiviteit - en dus de veronderstelde "loonruimte' voor verbetering van arbeidsvoorwaarden - aankondigt, ervaart hij als een verademing.

Maar dat is allemaal niet genoeg en getuige het "richtsnoer' van 4,5 procent loonsverhoging vreest de AWV-voorzitter dat het “woorden zonder daden” zijn. Zeker, de arbeidsparticipatie in Nederland moet omhoog, zoals de vakbeweging bepleit, want dan kunnen immers ook de lasten voor de werkgevers omlaag. “Dat perspectief spreekt aan, als men maar beseft dat de kosten van extra banen moeten opwegen tegen de baten. Het kan niet zo zijn, dat werkgevers te horen krijgen: "Gij zult meer banen kweken', want zo werkt dat niet. Uiteindelijk zal de markt het moeten doen en dat lukt alleen door de loonkostenontwikkeling in de hand te houden.”

Hoogste tijd derhalve, aldus Munting, de oplopende trend in de stijging van de loonkosten - 3,6 procent in 1990, 5 procent in 1991 en dit jaar waarschijnlijk nog iets méér - volgend jaar om te buigen. Een "centrale aanbeveling' van de overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers heeft hij daarvoor niet nodig. “We moeten het toch in het decentrale overleg zelf klaren.”

Heeft hij kritiek op de loonvoorstellen van de vakbeweging, ook het kabinet moet het bij de AWV-voorman ontgelden. Hij doelt dan met name op de WAO-zaak. De werkgevers zinnen nu op een tegenoffensief. Munting: “De malus-regeling die onlangs van kracht werd, heeft hele onbillijke kanten. Werkgevers worden gestraft als het misgaat met werknemers die privé grote risico's nemen, bij voorbeeld tijdens wintersport, zweefvliegen of parachute-springen. Er komen steeds meer absurde gevallen aan het licht. Neem degene die arbeidsongeschikt wordt door een verkeersongeluk door eigen schuld in het weekeinde. Daar hoort zijn werkgever toch geen boete voor te krijgen”.