Voor moord op meisjes 20 jaar en tbs

BREDA, 28 SEPT. De rechtbank in Breda heeft vanmorgen overeenkomstig de eis van officier van justitie, mr. E. Kiepe, de 33-jarige L. de B. uit Woensdrecht veroordeeld tot twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging. De rechtbank vond moord en verkrachting van de Belgische meisjes van veertien en zeventien jaar bewezen.

De B. pleegde de moorden op 30 december vorig jaar en 26 april van dit jaar. Ook maakte de man zich schuldig aan verkrachting van een 12-jarig meisje en vier pogingen tot verkrachting.

Niet bewezen is volgens de rechtbank dat de man zijn pleegdochter zou hebben verkracht, maar wel is er volgens de rechtbank in haar geval sprake van buitenechtelijke gemeenschap met een meisje van beneden de 16 jaar.

Advocaat J. Brits bracht twee weken geleden naar voren dat er bij de moorden geen sprake was van voorbedachten rade, maar dat verweer werd door de rechtbank verworpen. Volgens de Bredase rechtbank vonden de moorden niet in een opwelling plaats, “al zou” - volgens het vonnis - “het oorspronkelijk niet in de bedoeling hebben gelegen de meisjes om het leven te brengen”. Toch is dat plan wel vlak na de verkrachtingen beraamd.

In die tijd zijn er volgens de rechtbank mogelijkheden geweest om terug te komen op het plan de kinderen te doden. Zo sprak De B. voor de moord nog geruime tijd met de meisjes en werd een van hen in de kofferbak opgesloten terwijl de Woensdrechtenaar een kuil ging delven. Hij begroef de meisjes in de bossen bij Putte, vlakbij zijn woonplaats Woensdrecht.

Net als tijdens de rechtszitting toonde De B. zich bij het horen van de uitspraak emotieloos. De rechtbank kwam tot de zware straf door de uitzonderlijke ernst van de misdrijven, het grote aantal feiten en de kans op herhaling.

De zwaarste straf in Nederland, levenslang, werd niet opgelegd omdat de Bredase rechtbank - net als het OM - rekening hield met de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van De B.