Roemenië: de zege van de angst

De angst heeft gewonnen, in Roemenië, de angst voor experimenten, voor radicale hervormingen, voor onzekerheid, voor nog meer werkloosheid, inflatie, woningnood. De verpauperde Roemenen hebben gisteren - als tenminste het Duitse bureau voor opinie-onderzoek Infas er niet radicaal naast zit - bij de parlements- en presidentsverkiezingen gekozen voor veiligheid en bescherming, en dat wilde gisteren zeggen dat ze in meerderheid hun stem liever uitbrachten op president en presidentskandidaat Ion Iliescu en zijn neo-communistische Democratisch Front van Nationale Redding (FDSN) dan op de oppositiekandidaat Emil Constantinescu en diens veertienpartijencoalitie Democratische Conventie (CD). Veiligheid en bescherming, want voor Iliescu en zijn FDSN gaan de hervormingen veel te snel, wordt de invloed van de staat in de economie veel te haastig afgebroken en wordt er veel te weinig aandacht gegeven aan een sociaal netwerk voor de zwaarst getroffen groepen in de samenleving.

Niet bekend

En zo kreeg Ion Iliescu gisteren - volgens Infas - 46 procent van de stemmen en Emil Constantinescu maar 31 procent en kan Ion Iliescu de zege in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 11 oktober nauwelijks nog ontgaan.

In hun angst lijken de Roemenen gisteren een nieuwe hinderpaal te hebben opgeworpen op de weg naar Europa en op de weg naar een werkelijk gedemocratiseerde samenleving. Ion Iliescu vertegenwoordigt niet het communisme; hij is ook niet, zoals Constantinescu zaterdag nog uitriep “bijna even erg als Ceausescu”. Dat is een onzinnige beschuldiging. Maar Ion Iliescu vertegenwoordigt wel iets anders: de communistische mentaliteit, de communistische denkwijze, de communistische benadering. Het is een denkwijze die het collectief nog hoog in het vaandel heeft, en de staat, en het sterke centraal gezag. Erger nog: voor het FDSN geldt hetzelfde. En dat wordt nu de grootste partij in het Roemeense parlement.

In die zin hebben de Roemenen gisteren in hun angst de slechtst denkbare keus gemaakt. Iliescu is twee jaar lang door het Westen met de nek aangekeken, een soort Roemeense Waldheim: hij immers was ooit de tweede man van Ceausescu, hij immers was de man die al vlak na de revolutie van december 1989 naar het beproefde middel van de gemobiliseerde fabrieksarbeiders greep om democratische betogers van de straat te krijgen, die in juni 1990 de mijnwerkers uit de Jiu-vallei te hulp riep, die democratische demonstranten uitmaakte voor golani en die nog onlangs een kritische journalist fysiek te lijf ging.

De keus van gisteren is - tenzij Infas er radicaal naast heeft gezeten - de slechtst denkbare keus, niet alleen omdat Europa Roemenië met wantrouwen zal blijven bezien, maar nog meer omdat Iliescu en zijn FDSN zelfs niet in staat zullen zijn de Roemenen datgene te bieden wat ze van hen verlangen, bescherming en (economische) veiligheid. Niet alleen zijn de hervormingen in de economie onomkeerbaar. Belangrijker nog: hoe zal het FDSN in staat zijn een regering te vormen - een stabiele regering nog wel? De Democratische Conventie wil niets weten van een coalitie met het FDSN; FDSN en CD pàssen ook niet bij elkaar. Ook het Front van Nationale Redding (FSN), de massapartij waaruit in april de neo-communisten stapten om het FDSN te vormen, wil - als we haar verkiezingsbeloften mogen geloven - niets weten van een coalitie met de bondgenoten van vroeger: na de breuk in april is het FDSN de bitterste vijand van het FSN van ex-premier Petre Roman geworden. Resteren als potentiële coalitiepartners van het FDSN de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië, die ook al niets van de neo-communisten moet hebben, de liberalen van ras-opportunist Radu Câmpeanu en de ultra-nationalisten. Of die laatste groeperingen het FDSN aan een parlementaire meerderheid kunnen helpen is op het ogenblik nog sterk te vraag.

Angst is een slechte raadgever. De Roemenen hebben gisteren om bescherming en veiligheid gevraagd. Ze hebben instabiliteit gekregen, een instabiliteit die het land wellicht nog heel lang parten zal blijven spelen. Ze hebben gisteren de kans gekregen voorgoed af te rekenen met de Poltergeist van het communistische verleden. Ze hebben die kans laten lopen. Die Poltergeist waart bijna drie jaar na de val van Ceausescu nog altijd rond.

    • Peter Michielsen