Rauw realisme van Kroetz' Vlees in kuise enscenering

Voorstelling: Vlees van Franz Xaver Kroetz. Spel: Fred van de Schilde en Jes Vriens. Regie: Rob Vriens. Gezien: 25/9 Toneelschuur, Haarlem. Nog te zien t/m 3/10 aldaar.

De titel van de nieuwste Toneelschuurproduktie doet ogenschijnlijk volkomen recht aan het rauwe realisme dat het handelsmerk is van de Beierse schrijver Franz Xaver Kroetz. Vlees, een bewerking van Wer durchs Laub geht uit 1976, is in een slagerij gesitueerd, dus ligt een decor van bloederige lappen vlees aan grote haken nogal voor de hand. In weerwil van de titel komt er aan deze Haarlemse produktie echter vlees noch bloed te pas.

Het enige object dat aan het slagersvak herinnert is een houten hakblok op een knalrood vloerkleed. Aan weerszijden van dat hakblok, recht tegenover het publiek, zitten Martha en Otto, twee doorsneemensen van een jaar of veertig. Martha is de trotse eigenaresse van de slagerij, Otto werkt in een fabriek.

Tekst en handeling zijn aan de eenvoud van het toneelbeeld aangepast. Omdat Martha en Otto nagenoeg aan hun stoelen gekluisterd zijn, werden bij voorbeeld de bedscènes geschrapt. Kroetz's werk gaat voor vunzig door, maar een kuisere voorstelling dan Vlees is nauwelijks denkbaar. De strijd tussen de seksen wordt hier niet tijdens de vleselijke vereniging uitgevochten, maar erna, wanneer de vrouw alweer met 's mans pantoffels klaarstaat. Het gebrek aan actie op het podium maakt het stuk er niet minder boeiend om: een hand die tastend over het hakblok glijdt op zoek naar de hand van de ander - zo'n beeld zegt meer dan genoeg.

Otto's ideaal van de vrije en ongebonden man houdt hem in zijn isolement gevangen, want alle toenaderingspogingen van Martha weert hij angstig af. Kroetz, een gewiekst didacticus, laat hem telkens hardop zeggen wat andere mannen alleen maar denken: "Een man hoeft zich niet altijd uit te kleden, een vrouw wel." "Een vrouw moet er wel een beetje uitzien wil ze opvallen." Je vergeet dat je eigenlijk naar een avondje veredeld vormingstoneel zit te kijken, zo komisch klinken deze oudbakken volkswijsheden uit de mond van Fred van de Schilde, die zich een onversneden Rotterdams accent aanmat.

Ontroerend zijn de dagboekaantekeningen waar Martha, een mooie rol van Jes Vriens, aan het eind van elke scène iets uit voorleest: "Deze foto is van Otto en mij op het Tropenbal. Haakje open. Ter herinnering. Haakje sluiten." In Kroetz' vroege werk liepen de relaties tussen mannen en vrouwen meestal op een bloedbad uit. Echtelieden, vernederd door hun superieuren, gefrustreerd door hun verbale onvermogen, beschoten elkaar als cowboys in een spaghettiwestern. In de tweede helft van de jaren zeventig geeft hij, overeenstemmend met de feministische mode van die tijd, althans de vrouwen in zijn stukken enig krediet: zij proberen hun situatie tenminste onder woorden te brengen.

Ook daarom lijkt het bijna abstracte decor mij een juiste keuze, want nu krijgt de taal de volle aandacht. De taal vormt het enige soms wat rauwe element in deze verder zo subtiele enscenering.