Positief sentiment op de markten met sterke valuta

ROTTERDAM, 28 SEPT. In financieel-economisch Nederland wordt soms de vraag gesteld in hoeverre het wenselijk is dat het monetaire beleid in ons land in eerste instantie gericht is op een strikte koppeling van de gulden aan de Duitse mark. Voor De Nederlandsche Bank, in de optiek van sommigen niet meer dan een "filiaal van de Bundesbank', is het echter altijd een conditio sine qua non geweest: het anti-inflatie gerichte beleid van Duitsland en het onder alle omstandigheden waarborgen van de hardheid van mark en gulden vormen op lange termijn de beste garantie voor het bereiken van lagere renteniveau's. De gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben in ieder geval aangetoond dat landen met zwakke fundamentals en/of een weinig vertrouwingwekkend economisch beleid dit op den duur moeten bekopen met een forse risicopremie in hun rentes, daar waar de rentemarkten van de landen met een sterke valuta een ongekende daling hebben laten zien. Dit gold met name de guldensmarkt: de rente in ons land, gemeten aan het rendement op de 10-jaars benchmark, is gedurende afgelopen maand met meer dan een half procentpunt gedaald, tot afgelopen vrijdag 7,8%. Voor de particulier heeft deze rentedaling inmiddels al geleid tot een forse verlaging van de hypotheekrentetarieven.

Op de geldmarkt kwam de rentedaling nog sterker tot uitdrukking: het driemaands aibortarief daalde met één procentpunt. Het was vooral de ijzersterke positie van de gulden die hierbij een rol speelde: tegenover de mark bijvoorbeeld bereikte de gulden het hoogste niveau in jaren, hetgeen De Nederlandsche Bank eind vorige week opnieuw in staat stelde het speciale beleningstarief te verlagen. Per saldo is dit tarief in enkele weken tijd van 9,7 naar 9,0 procent verlaagd. Ook kon twee weken terug de Nederlandse centrale bank onafhankelijk van de Bundesbank het disconto verlagen. Het geldmarktverruimende effect van de vele valuta-interventies hebben ook invloed gehad op de daling van de korte rentes. De precieze omvang hiervan valt overigens niet te achterhalen. In dit verband zij vermeld de resultaten van een onderzoek van de centrale bank: de netto-omzet op de Nederlandse valutamarkt bedraagt gemiddeld $ 20 miljard per dag.

Vorige week waren de renteveranderingen minder groot dan de week ervoor: de slag om de Franse frank, eigenlijk om het voortbestaan van het EMS, en tegenvallende geldgroeicijfers in Duitsland zorgden voor een pas op de plaats. Niettemin overheerst op de rentemarkt een positief sentiment: de indruk bestaat dat met de recente discontoverlaging in Duitsland, ook al was deze ingegeven door valutaire onrust, de rente het hoogtepunt is gepasseerd. Op de achtergrond speelt mee dat nu ook de politiek en monetaire autoriteiten openlijk op een Europa van twee snelheden lijken aan te sturen.

Internationale obligatiemarkten

Met de gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben zich in de Europese obligatiemarkten belangrijke veranderingen voorgedaan. De afgelopen week, de week na het referendum, zijn vrijwel alle Europese rentes gestegen. Nog veel belangrijker is het dat op een aantal punten de markten veranderingen hebben ondergaan die nog langere tijd hun invloed zullen uitoefenen.

In het Verenigd Koninkrijk is de yieldcurve voor het eerst in 4 jaar weer normaal. Als de yieldcurve "normaal' wordt genoemd, betekent dit dat de korte rente lager is dan de lange rente. Door de verlaging van de "base rate', mogelijk gemaakt door de vertrek van het pond uit het EMS, in de korte rente belangrijk gedaald. Aan de andere kant is de lange rente gestegen. Een zwakkere munteenheid en een lagere rente wakkeren de economie, en dus de inflatie aan. Een positieve factor voor de Britse obligatiemarkt is dat door de valuta-interventies van de afgelopen week de financieringsbehoefte van de overheid belangrijk is afgenomen. Eerst werd middels een emissie van een DMark-lening 10 mrd mark binnengehaald, waarna deze werden verkocht voor ponden. De ponden worden nu gebruikt om het financieringstekort op te vullen.

Ook op "het continent' zijn de gevolgen merkbaar. Om speculaties tegen te gaan werd Spanje gedwongen weer restricties op het kapitaalverkeer in te voeren. De kapitaalmarkten waardeerden dit met een stijging van de lange rente van 50 basispunten in één week. Verder zouden de afgelopen weken het begin van het einde kunnen blijken te betekenen van de markt in ECU-obligaties. Het is op dit moment zo onzeker wat de ECU in de toekomst voor een munt gaat zijn dat er weinig animo bestaat dergelijke obligaties aan te kopen. De politieke ontwikkelingen van de komende tijd zullen de toekomst van deze markt bepalen.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.