Oosteuropeanen samen aan de tap

Er waren Russen en Oekraieners, Roemenen en Polen en Albanezen, Tsjechen, Kroaten en Slovenen, en Hongaren waren er, vooral veel Hongaren, er was een Hongaarse zangeres en er was een leestafel met Oosteuropese kranten en tijdschriften, van de Pravda en de Izvestija tot de Népszabadság: de Oosteuropeanen in Nederland hebben gisteren in Grand Café De Jaren in de Amsterdamse Nieuwe Doelenstraat hun eigen pied à terre ingericht. Op de laatste zondag van de maand hopen ze hier voortaan bijeen te komen in een "Oost-Europa club', om wat te drinken, om bij te lezen, om elkaar te leren kennen en om bij te praten.

Voor Anna Sándor was het een oude droom die in vervulling ging. De uit Hongarije afkomstige publiciste, directrice van het Business Buro Oost-Europa en al heel lang een soort middelpunt van de in Nederland wonende Hongaren, heeft een jaar lang met het idee rondgelopen de Oosteuropese diaspora in Nederland samen te brengen op een plek die even "hun' plek zou kunnen zijn. Er zijn twintigduizend Oosteuropeanen in Nederland, en velen hebben geen behoefte elkaar te zien, maar er is, zegt ze, wel degelijk een grote groep die dat contact wel wil: Oosteuropeanen die met Nederlanders zijn getrouwd, zakenlieden die hier voor hun werk wonen, studenten met een beurs, journalisten, vluchtelingen - zelfs als ze Nederlander zijn geworden willen ze vaak de band met hun land en met landgenoten of mede-Oosteuropeanen handhaven. Tot dusverre bestond daar geen of nauwelijks gelegenheid voor. De Oost-Europa Club moet in die lacune voorzien.

De belangstelling was gisteren ver boven verwachting: meer dan honderdvijftig Oosteuropeanen kwamen opdagen en de bijzaal in het restaurant bleek in de loop van de avond te klein. Gaandeweg de avond hebben die Oosteuropeanen dan ook stilletjes het hele restaurant geannexeerd.

Het is de bedoeling dat de maandelijkse bijeenkomst tot het eind van dit jaar in De Jaren wordt gehouden en dat men vervolgens naar een definitieve locatie verhuist. Nog een bedoeling: die bijeenkomst moet dan uitgroeien tot - zegt Anna Sándor - “iets meer dan alleen maar een ontmoetingsavond”: “Onder de actieve Oosteuropeanen zijn kunstenaars, musici en theatermensen oververtegenwoordigd. Bovendien: via hen komen uit Oost-Europa voortdurend kunstenaars naar Nederland. Zij kunnen de Oost-Europa Club meer inhoud geven, door tentoonstellingen en muziekavonden te organiseren.”

Het afgelopen jaar heeft Sándor, de motor achter de Oosteuropese gemeenschap in Nederland, lang moeten zoeken voor er een geschikte plek was gevonden voor de Oost-Europa Club. Er blijken nogal wat weerstanden tegen Oost-Europa te bestaan: “Het was moeilijk iets te vinden. Veel restaurants wilden niets weten van Oosteuropeanen. Zeker toen bleek dat we een leestafel wilden. Een leestafel, zeiden ze, nee, wij kunnen zelf niet lezen wat daar ligt, misschien liggen er wel fascistische kranten tussen. Het is merkwaardig, maar dat is kennelijk de uitstraling van Oost-Europa tegenwoordig: fascisme.” Uiteindelijk werd pas dankzij de Rotary Club, die ook financieel bijsprong, een voorlopig onderdak gevonden.

Bang voor ruzies is men bij de nieuwe Oost-Europa Club niet. Het gevaar is niet denkbeeldig dat de soms hoog oplaaiende Oosteuropese geschillen - de Hongaars-Roemeense, de Tsjechisch-Slowaakse, de Hongaars-Slowaakse, de Servisch-Kroatische, de Servisch-Albanese, om er maar een paar te noemen - binnen de Oost-Europa Club kunnen oplaaien wanneer vertegenwoordigers van de diverse volkeren elkaar aan de leestafel of de tap treffen. Sándor zegt geen problemen te verwachten en gisteren was er van onenigheid ook niets te merken. Maar niet iedereen is er gerust op. Qenan Sheji, een uit Macedonië afkomstige Albanees, kunstschilder te Amsterdam: “We moeten een beetje voorzichtig zijn. Natuurlijk kunnen we niemand weren, maar we willen geen vechtpartijen. Vandaar: ik ken genoeg "goede' Serviërs, maar in dit stadium heb ik die nog maar niet uitgenodigd.” Knokken aan de tap, daar zit men nog even niet op te wachten, in die nieuwe Oost-Europa Club.