Levensvoorwaarden Roemeense zigeuners erbarmelijk

Hoeveel zigeuners wonen er in Roemenië en wat zijn dat voor mensen? Bij een officiële volkstelling tijdens de dictatuur van Ceausesçu durfden maar 227.000 mensen op te geven dat ze "tsigan' waren. Bij de laatste telling, gehouden in januari van dit jaar, waren dat er ongeveer tweehonderdduizend meer. Maar een rapport van de Nederlandse ambassade in Boekarest spreekt van maar liefst drie à vier miljoen mensen, van wie zeventig procent nomadisch zou leven.

Overdrijven is verkeerd, maar het aantal mag ook zeker niet worden onderschat. Zigeunerleiders in Roemenië houden het gewoonlijk op ruim twee miljoen, en als je je ogen in het land de kost geeft, kom je inderdaad op een schatting van tien procent van de bevolking. Het werkt in Roemenië niet bepaald in je voordeel om je zelf als zigeuner te bestempelen, en daarom heeft een deel van dat grote aantal mensen zich volledig aangepast. Ze zijn "geroemeniseerd' zoals ze het zelf noemen. Zij wonen, werken en kleden zich als iedere andere Roemeen, maar zijn net zo goed "echte' zigeuners, al zijn ze met hun tijd meegegaan. Is een niet-orthodoxe jood ook onecht? Veel intellectuele oprichters van de circa twintig zigeunerpartijen komen voort uit de geassimileerde groep.

Er zijn ook nog veel Roemeense zigeuners die de oude beroepen in ere hebben gehouden, zoals de lautari (muzikanten), de rudari (houtbewerkers) en de arginteri (zilversmeden). De meest traditionele gilde-achtige beroepsgroep is die van de "nomazi si caldarari', de nomaden en koperslagers, mensen die leven volgens strenge regels en gebruiken. Zo worden de kinderen al voor hun puberteit uitgehuwelijkt aan iemand uit de eigen groep en daar komt een aanzienlijke bruidsschat aan te pas. De vrouwen zijn herkenbaar aan de prachtige kledij: enkellange rokken in heldere kleuren met smalle, zorgvuldig ingeperste plooitjes. Ze knopen hun hoofddoek achterop het hoofd vast. Maagden dragen het haar in drie vlechten, getrouwde vrouwen hebben er twee, en daarop is in de vorm van gouden munten een deel van de bruidsschat bevestigd.

Deze mensen kennen een strakke sociale hiërarchie.

Zogenoemde bulibasas hebben grote macht en boven alle bulibasas staat een opperbulibasa, op dit moment de heer Ion Cioaba uit Sibiu. Hoewel sommige traditionele zigeuners grote bruine lappententen naast hun huizen hebben neergezet en ook wel 's zomers rondtrekken, zijn ze beslist geen nomaden meer, al dragen ze die betiteling met ere. Ten hoogste vijf procent heeft geen vast adres. Het koperslaan gebeurt nog steeds veel en heeft deze mensen relatief grote welvaart gebracht. Ze zijn ook actief in andere vormen van handel.

Leden van bovenstaande groepen, de volkomen geassimileerden en de streng traditionelen, zul je niet of nauwelijks aantreffen in de asielzoekerscentra in Duitsland. Degenen die hun heil in het rijke Westen zoeken, behoren tot de grote groep mensen die zich wel graag geroemeniseerd noemt, modern, maar dat in feite maar half is. Zij kennen niet de strenge ethiek en de beroepstrots van de koperslagers, maar hebben ook niet de normen en waarden van de verburgerlijkten. Ze hangen overal tussenin, en worden noch door de ene, noch door de andere groep gewaardeerd. Zelfs aan de kledij van de vrouwen is hun tussenpositie af te lezen: ze dragen wel rokken, maar die zijn minder kostbaar en niet langer dan de kuit. Hun schoeisel is over het algemeen slecht en in hun haar prijken geen munten.

Deze mensen waren tijdens de dictatuur seizoenarbeiders op de landbouwcollectieven, maar konden daar na de privatisering van de grond niet meer terecht. Of ze werkten als ongeschoold arbeider in een fabriek, waar ze als eerste uit vlogen nadat na 1989 bleek dat de produktie niet rendabel was. Ze zijn hun inkomen kwijtgeraakt, voelen zich minderwaardig en wantrouwen elkaar. Er zijn voor hen geen oude waarden als houvast maar ook nog geen nieuwe, en daarom heeft de Pinkster en Jehova-zending onder deze mensen de laatste tijd zoveel succes.

Niet alle half-geroemeniseerde zigeuners zijn overigens in de gelegenheid naar Duitsland te gaan; een schrikbarend aantal is veel te arm om te vluchten en heeft alleen geld om de volgende dag te halen. Naar een ander land reizen zouden ze niet durven en niet kunnen, laat staan dat ze in de gelegenheid zijn om een "Menschenschlepper' te betalen die hen helpt de grens over te komen. Het is bijna onvoorstelbaar in welke omstandigheden deze mensen moeten zien te overleven, in krotten vol luizen en vlooien, met brandnetels en brood als enig voedsel en met vodden aan hun lijf.

Rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties (met name de Helsinki Federatie) bevestigen dat het in minder dan een jaar tijd ten minste vierentwintig keer is gebeurd dat Roemeense zigeuners door grote mensenmassa's uit hun wijken werden verdreven. Hun huizen werden met de grond gelijk gemaakt, een paar duizend mensen raakte dakloos.

De Roemeense overheid vervolgt haar zigeuners beslist niet actief. Wel is er sprake van passiviteit, grove verwaarlozing. De mensen die na de uitbarstingen van volkswoede hun huis kwijt waren, zijn niet geholpen, de brandstichters lopen nog steeds vrij rond. Alleen in Kogalniceanu, het plaatsje niet ver van de Zwarte Zee waar in oktober 1990 de eerste grote pogrom plaatsvond, is men begonnen nieuwe woningen te bouwen voor de gedupeerde families. Let wel: pas een jaar later, na tussenkomst van een Duitse zigeunerorganisatie. Met Duits geld. Sommige berichten spreken al van een holocaust. Die benaming is overdreven, maar het is niet te voorspellen hoe de naar Roemenië getransporteerde zigeuners daar zullen worden ontvangen. Gebeurt er helemaal niets? of lossen de mijnwerkers het probleem wel even op?

De politie in Roemenië is in ieder geval nog slechter berekend op rellen dan de Oostduitse. Er is in Roemenië een nog veel groter draagvlak voor racisme dan in Duitsland, de minachting voor zigeuners is enorm. Het moet gezegd worden dat sommigen het daarnaar hebben gemaakt. Vrouwen die zaniken om geld zijn doodgewoon vervelend, mensen die voordringen in de rij wekken ook niemands sympathie op, en het is logisch dat een rijke zwarthandelaar irritaties oproept. Maar het is onaanvaardbaar dat alle anderen daar de dupe van worden. Net als andere mensen hebben zigeuners recht op individualiteit. En ieder heeft zijn eigen verhaal. Je kunt mensen alleen begrijpen en waarderen als ze een gezicht voor je hebben, als je hen kent en iets van hen weet.

Cijfers wijzen uit dat het met de vermeende criminaliteit van de gemiddelde Roemeense zigeuner meevalt: kolonel Neagu, hoofd van politie in het district Brasov, heeft overtuigend becijferd dat "zijn' zigeuners zich weliswaar redelijk vaak schuldig maakten aan vandalisme en kleine diefstalletjes, maar dat ze in de "gewone' criminaliteit ver achter bleven bij hun aandeel in de bevolking.

Het zou prachtig zijn als Duitsland een groot bedrag zou betalen voor een goed doordachte repatriëring van de Roemeense zigeuners, maar het bedrag van dertig miljoen D-mark voor slechts drie opleidingscentra is niets. Er is veel meer scholing nodig, het door de Duitse regering gebezigde woord "omscholing' is te optimistisch. Betere huisvesting moet er komen, de wegen in de zigeunerwijken moeten worden verhard, artsen moeten alle mensen onderzoeken en behandelen, en bovenal moeten de ontwikkelde en idealistische zigeuners die in het land nu al hard bezig zijn hun eigen mensen te helpen, worden gestimuleerd en gesalarieerd.

Roemenië was het laatste land van Europa waar slavernij voorkwam. Nog tot 1864 fungeerden zigeuners daar als lijfeigenen. In 1942-'43 zijn er 36.000 omgekomen bij de deportaties naar Transnistrië, en hoe het karakter van de dictatuur was waar ze in de jongste geschiedenis onder hebben moeten leven is algemeen bekend. De Roemenen hebben overigens in dezelfde mate geleden onder Ceausescu als de zigeuners, en het lijkt er zelfs op dat de dictatuur op de psyche van de gewone, aangepaste Roemenen een grotere invloed heeft gehad. Zij hebben zich meer laten inpakken door angst. De spanningen en de schaamte komen nu pas in alle hevigheid naar buiten.