KRUISRIDDER VAN HET TENNISIDEAAL

Ze keken zaterdagmiddag met samengeknepen tenen naar het dubbelspel. Daarin zou het streven op een plaats in de wereldgroep van de Davis Cup tegen Uruguay wel eens kunnen stuklopen. Toen dat gevaar werd afgewend sloeg de stemming wel erg radicaal om. Het Nederlandse tennis stelt zich ten doel de Davis Cup te winnen. Nu ja, Amsterdam heeft ook ooit gedacht de Olympische Spelen van 1992 te kunnen organiseren.

In het buitenland wordt er helemaal niet zo schamper over gedaan, zei Ruurd de Boer, de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond. Daar had men Nederland dit jaar al kansrijk geacht voor een plaats in de halve finale van de Davis Cup. Hij was vorige week nog in de Dominicaanse Republiek bij het jaarlijkse congres van de International Tennis Federation en had daar die sfeer weer geproefd. Uitschakeling door het nietige Uruguay zou dan ook een flinke streep door de rekening zijn geweest. Dan hadden alle draaiboeken voor de komende vijf jaar in de prullebak gegooid kunnen worden. Vanaf nu worden de mouwen opgestroopt. Nederland, teruggekeerd bij de laatste zestien van de wereld, zet de aanval in op de top.

Het klinkt vooralsnog ronduit belachelijk, al heeft Zwitserland - in januari te sterk voor Nederland - dit weekeinde laten zien dat je niet over een groot aantal louter toppers moet beschikken om de finale van dat evenement te halen. Wel gemotiveerde spelers die de Davis Cup serieus nemen en niet als een hinderlijke onderbreking beschouwen van de met miljoenen gedoteerde toernooien. Positief in dat opzicht is dat Richard Krajicek zich afgelopen weekeinde opwierp als de leider, die bereid is verantwoordelijkheid te nemen als daartoe aanleiding is.

Hij heeft het vermogen om tegen de meeste tegenstanders de twee enkelspelen op zijn naam te schrijven, maar na hem hem zijn er te veel onberekenbare factoren. Paul Haarhuis, een serieuze professional die zelden verliest van spelers die lager op de ranglijst staan dan hij, liet vrijdag het winstscenario al herschrijven door te verliezen van Marcelo Filippini. Geen wonder dat bondscoach Stanley Franker aarzelde met het kiezen van het dubbel Haarhuis-Koevermans. “Ik heb nog nooit zo moeilijk op mijn stoel gezeten als bij dat dubbelspel”, moest hij zondag toegeven. Bepaald geen bewijs van een onwrikbaar vertrouwen. Dank zij Koevermans, die Haarhuis uit het dal trok, kwam het nog goed.

Voor Franker had het psychologische effect dat passeren van Haarhuis zou hebben betekend zwaar gewogen. Volkomen onverwacht deed Krajicek de bondscoach de handreiking om hem samen met Michiel Schapers te laten spelen. “Ik voelde me goed, had geen last van mijn schouder of van vermoeidheid en wilde Franker laten weten dat ik beschikbaar was”, zei de Hagenaar. Maar de bondscoach durfde Haarhuis niet te laten vallen. Bij een nederlaag van de gelegenheidscombinatie Krajicek/Schapers had hij Haarhuis nodig om in de laatste enkelspelpartij de overwinning veilig te stellen en de vernedering te worden gepasseerd zou dan wel eens funest kunnen blijken te zijn. Want Haarhuis was kwestbaar dit weekeinde. Na het verlies en zijn matige bijdrage aan het dubbelspel, waarin hij pas laat op gang kwam, moest hij gisteren nog een zet inleveren aan invaller Caldarelli, nummer 570 op de wereldranglijst.

Franker, die dit weekeinde het contract tekende dat hem nog vijf jaar aan de tennisbond bindt, realiseert zich dan ook dat het grote doel met dit gezelschap onhaalbaar is. “De Davis Cup winnen kun je alleen wanneer je één speler in de top tien, één bij de eerste twintig hebt en een dubbel bij de beste tien”. Krajicek moet dus nog verbeteren, Jan Siemerink een enorme sprong maken. Om dat doel te bereiken krijgt het toptennis in Nederland een zelfstandige status binnen de bond. Buiten de bijdrage van de KNLTB (1,3 miljoen gulden) kan het toptennis zelf op zoek naar sponsorgelden, waarmee de begeleiding van de topspelers kan worden verbeterd. Franker denkt jaarlijks twee miljoen nodig te hebben. Wat hij geldschieters kan bieden is niet volledig duidelijk, al suggereerde De Boer dat de naam van het Davis-Cupteam in de aanbieding is. Maar dat treedt slechts een paar keer per jaar op, zonder de garantie dat alle topspelers beschikbaar zijn. Want hoeveel belang ze ook zeggen te hechten aan de Davis Cup, in geval van twijfel krijgt de eigen loopbaan voorrang.

Toch is het opmerkelijk hoe Nederlands beste speler van dit moment, Richard Krajicek, zich ineens als een kruisridder voor het Davis Cupideaal ontwikkelt. Hij leek zo bezig met zijn eigen carrière, voorzichtig te zijn met zijn kwetsbare lichaam dat er een onverschilligheid sprak uit zijn houding voor het landenteam. En ook na zijn eerste echte Davis-Cupoptreden bagatelliseerde hij die bijzondere sfeer die er tijdens dit soort matches zou bestaan. Hij ging de baan op om zijn partij te winnen. Een prettige bijkomstigheid was dat hij voor eigen publiek goed had gepresteerd en dat enthousiasme was ook wel lekker, al stoorde het lawaai hem tijdens de pauzes als hij even wilde nadenken. En hij had zich eraan geërgerd dat een deel van het publiek niet opstond tijdens het spelen van het volkslied. Ook op de perstribune waren mensen blijven zitten. “Erg onbeschoft.”

Of het een snaakse verwijzing was naar een interview met Stanley Franker, die daarin had gezegd kippevel te krijgen bij het horen van het Wilhelmus, of werkelijk een acute aanval van nationalisme? Dat bleef verborgen achter de koele ogen van Krajicek. Wel zeker is dat hij de spil wil zijn waar de plannenmakerij van de bond de komende jaren om draait. Gisteren zorgde hij voor een eindelijk bijna uitverkocht Houtrust Sport voor het winnende punt in zijn partij tegen Marcelo Filippini. Na twee moeizame eerste sets - 7-5, 7-6 (6-3) - won hij de derde gemakkelijk met 6-3. Filippini had zijn respect afgedwongen door het hem erg lastig te maken en niet zomaar te capituleren. De Nederlander was er niet door in paniek geraakt en bleef ook ijzingwekkend kalm toen het matchpoint moeizaam tot stand kwam.

Dat hij in zijn spel nog moet groeien om tot de wereldtop door te dringen is duidelijk. Martin Simek, de voormalige coach van Michiel Schapers en idolaat van Krajicek, zei in een vraaggesprek dat die technische ontwikkeling nu snel moet gaan om de twijfel aan eigen capaciteiten voor te zijn. Die twijfel heeft Krajicek nog niet. Zijn omgeving zorgt ervoor dat hij er niet door gegrepen wordt. Soms lijkt het er op of hij niet alleen kan, voor elk probleem een begeleider heeft, maar Krajicek liet gisteren wel merken dat die visie een onjuist beeld van de werkelijkheid geeft. Trainer Rohan Goetzke zat weliswaar op de tribune, maar hij had nog niet met hem gesproken. Of hij haptonoom Ted Troost (afgereisd naar Milaan om Ruud Gullit bij te staan) niet had gemist? “Ja, vannacht, toen ik naar de wc moest. Toen was er niemand om mijn reet af te vegen.”