Helmut Kohl kleinkind en evenknie van Adenauer

Helmut Kohl is in zijn leven vaak de jongste, thuis als derde kind en in de politiek als Senkrechtstarter ook. In 1959, 29 jaar oud, wordt hij lid van de landdag in zijn thuisstaat Rijnland-Palts, in '63 fractieleider, in '66 regionaal partijvoorzitter, in '69 valt hem het premierschap toe, in '71 haalt hij met 50 procent de absolute meerderheid, in '75 zelfs 53,9 procent in de deelstaatverkiezingen.

In 1971 verliest hij de strijd om het CDU-voorzitterschap in Bonn van Rainer Barzel. Twee jaar later zal hij Barzel, die tussentijds (in 1972) door de SPD is geklopt in de Bondsdagverkiezingen, toch opvolgen als chef van de CDU. Met Kohl wint de CDU in '76 de verkiezingen van de door Helmut Schmidt aangevoerde SPD maar verliest de formatie doordat Genschers FDP Schmidt trouw blijft. Kohl wordt oppositieleider in Bonn. In 1980 volgt een grote vernedering als niet hij maar de CSU'er Franz-Josef Strauss wordt aangewezen als lijsttrekker en kanselierskandidaat van de christen-democraten.

Na Strauss' nederlaag en diens terugkeer naar Beieren, wacht oppositieleider Kohl in de Bondsdag op de Wende van de FDP, op haar afscheid van Schmidt dus. Dat komt najaar '82, via een "constructieve motie van wantrouwen'. Kohl, die daar als twintiger al op mikte, wordt kanselier, de zesde en jongste, van de Bondsrepubliek. Voorjaar '83 wordt Kohl door de kiezers met 48,8 procent van de stemmen bevestigd. In '87 komt hij uit op 44,3, in '90 - vlak na de Duitse eenwording - op 43,8. In 1994 wil hij weer kandideren, als hij wint kan hij zelfs het record van Konrad Adenauer (14 jaar, 1949-1963) breken. Maar de gestage teruggang van zowel de CDU/CSU als de SPD is intussen, volgens enquetes, zo hevig dat geen van beide waarschijnlijk in 1994 in staat zal zijn om met de ook al kwakkelende FDP een meerderheid te vormen. Rekenaars in Bonn zien daarom over twee jaar een "grote coalitie' en Kohls einde als kanselier.

De “bloeiende landschappen” in Oost-Duitsland, die Helmut Kohl twee jaar geleden beloofde, lijken achter een eindeloos verre horizon verdwenen. De kosten van de Duitse eenwording zijn zó onvoorzien immens dat zij de stemming van de Westduitsers grondig hebben bedorven. Meer nog: zij hebben de eenheidskanselier zijn in 1989/'90 verworven glans ontnomen en bedreigen de economie en de spreekwoordelijke soliditeit van de overheidsfinanciën.

Ja, om het nationale stabiliteitssymbool dat de D-mark is te verdedigen moet de Bundesbank zó op de rente-rem trappen, dat de angstige Europese buren - de sukkelende Britten voorop - de Duitsers verwijten dat zij de financiering van hun eenheid als internationale molensteen nu (ook) om andermans nek hebben gehangen. Waarmee tevens het tweede politieke levensdoel van Kohl - het "onomkeerbaar' maken van de Europese en de Duitse integratie - juist de afgelopen weken grote schade heeft opgelopen.

Angst en onzekerheid leven buiten Duitsland, nu de Europese wereld sinds najaar '89 zo is veranderd. De grote berekenbare en samenbindende vijand in het Oosten is uiteengevallen in een groep riskant-armlastige staten met hevige nationale emoties en/of met kernwapens. De VS trekken aan hun been in Europa en zoeken na de ideologisch-economische overwinning op de Sovjet-Unie ongelukkig naar zichzelf. Dat doen zij temidden van alle uitgestelde zorgen van de jaren tachtig, terwijl de economische dossiers nog steeds winnen aan gewicht en de Europese Gemeenschap zich ontpopt van juniorpartner/vriend tot handelsconcurrent.

Net als voor de Eerste Wereldoorlog werd gezegd zijn er weer “twintig miljoen teveel Duitsers”. De Franse classe politique moet zien te slikken dat Parijs een kleinere vis in een grotere Europese vijver is geworden. Westminster en de Londense City moeten erkennen dat lucratieve windhandel van beurs-yuppies op den duur toch niet kan opwegen tegen economische zwakte en de reële (Duitse) produktie van goederen en diensten. Maar dat kan premier Major moeilijk zo zeggen. En daar staat Herr Kohl, Europeaan bij uitstek toch, dus als symbool van oude Duitse zucht naar dominantie. Nu nog slechts economisch, straks ook politiek? De vraag is in Londen al bijna retorisch.

Angst en onzekerheid heersen echter ook in Duitsland zelf. Ongekende frustratie over en afkeer van "de politiek'. Kohls CDU/CSU lijkt weer eens in paniek, dat het de SPD (en de FDP) niet zoveel beter gaat, is maar een schrale troost. De grote vreugde, bij de Oostduitsers en in de "oude' Bondsrepubliek vooral bij de oudere generaties, over de verrassende Duitse eenwording is omgeslagen in teleurstelling, wanhoop in de vroegere DDR, in woede over de ongedachte en langdurige kosten in het verwende Westen.

Had Kohl niet gezegd dat het met die kosten wel mee zou vallen? Akelige cliché's heersen in de groeiende mentale kloof tussen de "klagerig-luie' Ossi's met hun verkeerde spijkerbroeken en baarden en de "arrogante' Besserwessi's met hun dure auto's, snelle pakken en asociale kapitalistische dadendrang. Een dadendrang bovendien die voorlopig wel veel sanerende kaalslag heeft gebracht, alsook de sombere conclusie dat het in Oost-Europa dus nòg moeilijker wordt, maar niet de bloeiende landschappen die verkiezingswinnaar Kohl in 1990 beloofde.

Niet alleen in economisch en politiek opzicht is de Bondsrepubliek niet meer dat modelkind van gisteren, dat het na zijn eenwording trouwens ook niet kòn blijven.

Nee, het land dat in ruim veertig jaar tamelijk onberispelijk vijf miljoen buitenlanders integreerde, vertoont nu nacht aan nacht beelden van vreemdelingenhaat. De groep der daders is jong, klein, dom, apolitiek, vaak dronken en volgens de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst (nog?) niet echt georganiseerd. Maar de groep der sympathisanten groeit in Oost en West, zoals blijkt uit enquêtes en de afgelopen anderhalf jaar ook uit lokale en regionale verkiezingsuitslagen.

Op 1 oktober is Kohl tien jaar kanselier. De situatie lijkt geschikter voor een afscheid dan voor een jubileumfeest. Want hij mag dan intussen worden erkend als een hoofdrolspeler in de internationale Major League, in eigen land is hij nog steeds - of: opnieuw - de onhandige, blunderende, besluiteloze Taktierer die hij voor 1989 al was. Hier twee geheugensteuntjes: de wandeling die hij 1986 met Ronald Reagan maakte over een kerkhof waar ook SS'ers lagen en zijn zeer rampzalige vergelijking tussen zijn latere vriend Gorbatsjov en Hitlers propagandachef Josef Goebbels.

Kohl is ook terug als voorwerp van grappen, hoofdpersoon in een goed-verkopend boekje als Die hoffentlich allerletzten Kohl-Witze “Keiner hat mich lieb”. En hij is, na een korte onderbreking in '89/'90, als brekebeen en domoor terug voor de media en de (linkse) intelligentsia, die hij extra razend maakt door zich ostentatief weinig van hen aan te trekken. In kleine kring spreekt hij wel, en niet zonder enig recht, over het nationale "groot-papegaaienkoor'.

Bij de Nederlandse toeschouwer dringt de vergelijking zich op met Van Agt, de vroegere Nederlandse christen-democratische premier. Het zijn dezelfde knipogen die Kohl de kiezers achter de kaders geeft, dezelfde “apolitieke” sentimenten die soms geadresseerd worden, dezelfde laconieke afstandelijkheid jegens heersende modes. Wat Kohl met Van Agt deelt is ook een zekere onbeweeglijkheid in kwesties die de eigen "levensopvatting' raken. In Kohls geval: de sociale markteconomie, de Duitse en de Europese eenheid en abortus, de rakettenkwestie aan het begin van de jaren tachtig.

Vaste waarde voor Kohl heeft het "taktieren' tussen de vleugels van zijn partij (de sociale- en de werkgeversvleugel) en van zijn coalitie (de Beierse CSU en de FDP), wat hem vaak het verwijt oplevert dat hij problemen het liefst "uitzit'. Die neiging heeft volgens de historicus Hans Peter Schwarz niet alleen te maken met gebrek aan besluitvaardigheid. Dat hij lang wacht voor hij ingrijpt en positie kiest kan óók te maken hebben met zijn leven als partijchef en met het feit dat hij nog heel goed weet dat hij in oktober 1982 alleen kanselier kon worden dank zij de FDP, die Schmidt toen als kanselier en coalitiepartner ruilde voor Kohl. En, dat kan Kohl zeggen, door zijn eigen partij is hij ook na tien jaar nog niet weggejaagd.

Wat zei de bijna overal en bijna permanent onderschatte kanselier gisteren aan het slot van een vorige maandag afgenomen interview met Welt am Sonntag? “Bij de Bondsdagverkiezingen van 1994 zijn de kiezers aan het woord. Ik ben er zeker van dat wij - de coalitie van CDU/CSU en FDP - succes zullen hebben. We kunnen en zullen slagen. Daarvoor vecht ik. Resignatie - dat komt in mijn woordenboek niet voor.”

Het zijn kenmerkende zinnen van de man die zichzelf beschouwt als politiek kleinkind van de eerste Westduitse kanselier, Konrad Adenauer. Het zijn zinnen die passen bij het taaie leven, met veel vallen en opstaan en vernederingen, van de partijman die de jurist en historicus Helmut Kohl, CDU-voorzitter sinds 1973, allereerst is.

Want, zoveel staat vast, waar zijn koel-intellectuele voorganger Schmidt vaak min of meer "ondanks' zijn SPD de Bondsrepubliek vanuit de kanselarij regeerde, zal Kohl zich nooit ver van zijn partij verwijderen. Dáár, in de CDU, waarvan hij als 17-jarige lid werd, ligt de machtspositie van Helmut Josef Michael Kohl, die op 3 april 1930 in Ludwigshafen-Oggersheim werd geboren (in hetzelfde huis waar hij nog woont) als derde en laatste kind in een rooms-katholiek, burgerlijk-Duits gezin.

Kohls ouders zijn van boerenafkomst, voor Hitlers NSDAP voelden zij niet, laat staan dat zij lid werden. Helmuts oudere broer Walter sneuvelde, 19 jaar oud, in '44 aan de Duits-Nederlandse grens. Vader Kohl werd ondanks een matige schoolopleiding in de Eerste Wereldoorlog luitenant, in de Tweede werd hij als 56-jarige reservist afgekeurd. Zijn bescheiden inkomen als belastingambtenaar maakte in de jaren dertig een familieleven vlak boven de armoedegrens mogelijk. “Ik had een gelukkige jeugd, al was er alleen vlees op zondag”, zou de op dit stuk nog steeds gevoelige Helmut Kohl later schrijven.

Familie en partij, ja de partij als familie, persoonlijke verhoudingen tussen partijvrienden, de som van vele relaties in vele "kleine werelden' waren en zijn altijd belangrijk voor de intuïtieve machtspoliticus Kohl op zijn lange mars door de CDU/CSU naar het kanselierschap. Zoals een minister ooit zei: “Hij weet zelfs precies wat de burgemeester van Hintertupfingen en het Statenlid uit Hinterjettingen zondags graag als ontbijt hebben”.

Wie Kohl volgt, wordt ooit beloond, wie hem lastig valt met plannen voor een koerscorrectie van de CDU of er wie naar de macht grijpt, wordt gestraft. De beide kroonprinsen, Volker Rühe (gewezen secretaris-generaal, nu minister van defensie) en Wolfgang Schäuble (was kanselarij-minister en minister van binnenlandse zaken, nu fractieleider in de Bondsdag) zijn beloond. CDU'ers als de Saksische premier Kurt Biedenkopf (die de partij als secretaris-generaal wilde verbreden en hervormen) en Heiner Geissler (idem) of de deelnemers in een mislukte machtsgreep tegen Kohl in '89 (Bondsdagpresidente Rita Süssmuth, de vroegere deelstaatpremiers Albrecht en Späth) hoeven niet op zijn vergeetachtigheid te rekenen. Integendeel, voor hem zijn persoonlijke relaties ook instrumenteel voor de politiek, iedereen in de CDU vreest Kohls "olifantengeheugen'.

Iets dergelijks geldt ook voor zijn Männerfreundschaften in de internationale politiek. Bijvoorbeeld die met Gorbatsjov, tot wie Kohl na de eerder genoemde Goebbels-uitglijder zomer '89 in een lang nachtelijk gesprek zoveel nader kwam dat hij niet alleen de Duitse eenwording in '89/'90 in elf maanden rond kon krijgen maar nadien, tijdens de Moskouse staatsgreep van augustus 1991, riskant lang aarzelde voor hij erkende dat het roer van Gorbatsjov naar Jeltsin was gegaan.

Kohl zal ook “niet vergeten” dat de Spaanse premier Filipe Gonzales hem najaar '89 te hulp schoot op een EG-top in Straatsburg waar heel gereserveerd (onder andere door de premiers Thatcher, Andreotti en Lubbers) over de mogelijke Duitse eenwording werd gesproken. Zo goed als hij er nog steeds aangedaan over spreekt dat - “toen ik overtuigd was van mijn gelijk maar me toch heel vaak zeer alleen voelde” - de socialist Mitterrand in 1983 naar Bonn kwam om, ondanks bijna burgeroorlogachtig verzet van de SPD en de vredesbeweging, in de Bondsdag te pleiten voor de plaatsing van Pershings-2 en kruisraketten. Oud-kanselier Brandt, voorzitter van de Socialistische Internationale, “zat er met een versteend gezicht bij”, vertelt Kohl vandaag nog in interviews.

Dat de Franse president even later bereid was om met de Duitse kanselier hand-in-hand te gaan staan bij Verdun, waar Kohls vader als militair in de Eerste Wereldoorlog vocht en Mitterrand in de Tweede krijgsgevangene was geworden, heeft die vriendschap verder verdiept. Zo valt te begrijpen dat de kanselier het relatief makkelijk incasseert als Mitterrand ongerust bij Gorbatsjov (in Kiev) op bezoek gaat als de Duitse eenwording zich aftekent. Of zonder enig vooroverleg naar Serajevo gaat. Of om partijpolitieke redenen een riskant en constitutioneel onnodig referendum over de Maastrichtse EG-verdragen afkondigt en dan Kohl tenslotte ook nog vraagt om na een “anti-Duitse” campagne voor de Franse televisie te komen helpen.

Waar staat Kohl tussen die andere vijf kanseliers van de Bondsrepubliek? Dat hij na tien jaar en als eenheidskanselier vóór de collega's Ludwig Erhard (CDU, '63-'66) en Kurt Georg Kiesinger (CDU, '66-'69) komt, is onbetwist. Dat de nu ernstig zieke Nobelprijswinnaar Willy Brandt (SPD, '69-'74), die met Kohl een wederzijdse vriendschap kent, naast zijn "Ost-politik' en zijn beroemde knieval in Warschau een interessanter leven "namens het andere Duitsland' vertegenwoordigt is ook onbetwist. Maar dat maakt hem als kanselier historisch nog niet Kohls gelijke.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor de Hamburgse zwaargewicht Helmut Schmidt, die gezien zijn even kritische als zure recensies van Kohl (“de dilettanten zijn nu aan de macht”) al lijkt te vrezen dat de geschiedenis hem als een "overgangskanselier' tussen Brandts Ostpolitik en Kohls Duitse eenheid zal inboeken. Het is ook hard als de ooievaar je niet alleen in Hamburg in plaats van Washington heeft laten vallen maar dat ook nog op het verkeerde moment blijkt te hebben gedaan. En het is hard als de geschiedenis zo'n pragmatische intellectuele lichtgewicht als Kohl, schutspatroon van de Normalverbraucher, daarna even laat weglopen met de grote prijs.

Is de Hampelmann (stumper) Helmut Kohl dus kleinkind èn evenknie van Konrad Adenauer? Méér dan dat nog, als hem behalve de Duitse eenwording ook de Europese zou gelukken en de Duitsers, van wie Adenauer al zei dat hij ze ook niet graag als buren zou hebben, "definitief' in een veilige haven zouden raken? Kohl als de personifiëring van een soort na-oorlogse Duitse gotspe dus, voor velen althans? Nee, zover is het nog niet, en vermoedelijk komt de kanselier uit Oggersheim ook niet zover. Want voorlopig, na tien jaar, is de paradoxale situatie voor de partijman Helmut Kohl dat zijn binnenlandse basis zó wankelt dat het Grote Aftellen voor hem begonnen lijkt. Dat is jammer voor Europa, waar velen nog steeds miskennen dat Duitse problemen óók Europese problemen zijn, terwijl het een open vraag is wat er in Duitsland komt na de generatie-Kohl. Geraadpleegde boeken: 1) Werner Maser: Helmut Kohl, Der Deutsche Kanzler. 2) Werner Filmer/Heribert Schwan: Helmut Kohl. 3) Sibylle Krause-Burger: Wer uns heute regiert.