Filippijnse communisten wijzen eigen legaliteit af

UTRECHT, 28 SEPT. De Filippijnse communistische partij zal niet gebruik maken van het aanbod dat president Fidel Ramos vorige week deed om legaal te worden en zal doorgaan met de “revolutionaire strijd”. Dat heeft het Nationaal Democratisch Front (NDF), een overkoepelend orgaan van Filippijnse “proletarische en nationaal-democratische organisaties” waar de CPP deel van uit maakt, gisteren in een verklaring vanuit het hoofdkwartier in Utrecht laten weten.

“Het intrekken van Wet 1700 (waarin de communistische partij 35 jaar geleden werd verboden) is van weinig waarde. Het zal niet, herhaal niet, betekenen dat leden van de CPP en van andere NDF-organisaties de revolutionaire strijd opgeven en bovengronds zullen werken”, zo laat het NDF in zijn communiqué weten. De tekst is geschreven door NDF-leider Manuel Romero, die in de Filippijnen een ondergronds bestaan leidt. De tweede man van de beweging, ex-priester Luis Jalandoni, woont in Utrecht, evenals de oprichter van de CPP, José Maria Sison.

Volgens Romero verwachtten de “paladijnen van het Ramos-bewind” dat de communisten zouden “dansen van vreugde” wegens hun legalisatie, maar hij ziet de stap als een truc en de door Ramos beoogde "vrije markt van ideeën' als een farce. “De legalisatie is bedoeld om de kracht van onze beweging af te zwakken en om het regime Ramos in staat te stellen op psychologisch vlak de oorlog te winnen, iets wat hem niet lukt op het slagveld”, aldus Romero.

De NDF-leider rept verder van “de bloeddorstigheid en het sadisme van religieuze fanatiekelingen” in het Filippijnse leger. “Ze hebben flesjes met olie om hun nek ,en ze zeggen dat die gaat "koken' wanneer een "communist' in de buurt komt. Ze onthoofden ter plekke een ieder die "communist' is.”