Dramaserie "Iris' hangt er weer zo'n beetje tussenin

Iris, Ned.2, 21.08-22.01u.

Toen in 1987 de film Iris van Mady Saks in première ging, waren de reacties tamelijk genuanceerd van aard. Tja, niet gek, knappe hoofdrol van Monique van de Ven, bekwaam in beeld gebracht, jammer van die al te gechargeerde agrarische nurksheid, als thriller niet helemaal geslaagd, maar toch niet onaardig - het lukte de critici kortom niet om eenduidig de loftrompet te steken of unaniem van een mislukking te spreken. Het hing er zo'n beetje tussenin.

Nu heeft Nouchka van Brakel in opdracht van TROS en BRT onder dezelfde titel een dramaserie gemaakt, wederom met Monique van de Ven als de dierenarts in de hoofdrol en, evenals de film, geschreven door Felix Thijssen. Iris woont en werkt intussen al vier jaar in het dorp. Ze wordt zelfs overgehaald om namens Gemeentebelangen plaats te nemen in de gemeenteraad, waar de “blaaskaak” van de VVD niet alleen haar voornaamste tegenstrever wordt, maar ook haar minnaar. De verhouding is problematisch en speelt zich af tegen de achtergrond van diverse dorpspolitieke kwesties die de subplots vormen voor de zes afleveringen. En dat alles in het door de zon overgoten boerenland, groen als gras - en soms in goudbruine bioscoopreclametinten - gevangen in de camera van Lex Wertwijn.

Monique van de Ven is, net als in de film, volstrekt geloofwaardig. Ze loopt als een stralende jonge vrouw door de drassige weilanden alsof ze in haar leven nooit iets anders heeft gedaan dan dieren in de bek kijken, op de flank tikken of een spuitje geven. Met haar flair en haar filmtalent verleent ze de serie een air van ambachtelijke kwaliteit die in Nederlands drama vaak ontbreekt. Ook van het onnozelste dialoogje weet ze nog de indruk te wekken dat het als volkomen vanzelfsprekend uit de handeling voortkomt. Zolang zij in beeld is, wil ik kijken.

Maar verder? In de twee Iris-afleveringen die ik vooraf kon bekijken, stoorden mij vooral de gekunstelde constructie die af en toe een behoorlijk beroep doet op de goedgelovigheid van de kijker (zou de fractie van Gemeentebelangen de onderhavige kwestie niet al vóór de raadsvergadering hebben doorgesproken?) en de streekromanclichés in de dialogen. “Mijn vader - jouw grootvader - heeft dit bedrijf met z'n blote handen opgebouwd!” roept de hereboer tegen zijn zoon. “Jij bent ook geen katje om zonder handschoenen aan te pakken,” zegt de VVD'er tegen Iris. Vlak geschreven, routineus uit de tekstverwerker gerold.

Nouchka van Brakel heeft nog getracht met een paar ingrepen het vlakke realisme van het scenario naar een hoger niveau te trekken. In splitscreen-beelden laat ze zien hoe de minnaars zich, elk in eigen huis, voorbereiden op hun eerste afspraak. Door de VVD'er met een andere vrouw in een leeg landhuis een tango te laten dansen, probeert ze een sfeer van hitsig geladen geheimzinnigheid te creëren. Het zijn, vind ik, rare stijlbreuken in dat weidse boerenlandschap. Ik merk dat ik net zo min tot een pakkend oordeel kom als de filmcritici destijds.