De wedergeboorte van Bug⊘ynes

Drie jaar geleden leek het einde der dagen voor het vissersdorpje Bug⊘ynes in het uiterste noorden van Noorwegen aangebroken. De vis, waar het hele bestaan in het plaatsje aan de Barentsz Zee al zo'n 150 jaar om had gedraaid, liet de mensen in de steek. Met lede ogen moesten de Bug⊘ynessers bovendien aanzien hoe Noorse vissers uit zuidelijker streken een deel van de steeds schaarser wordende buit voor hun neus wegkaapten. Tot overmaat van ramp werden hun visgronden ook nog eens belaagd door een langdurige invasie van zeehonden die zich te goed deden aan de resterende vis.

Machteloos moesten de ruim 300 inwoners van Bug⊘ynes, wier voorouders in de vorige eeuw uit Finland naar de Barentsz Zee waren getrokken, toezien hoe hun toch al niet overdadige inkomsten opdroogden. De boten keerden dikwijls halfleeg terug of bleven aan de kade liggen, de plaatselijke visfabriek bleef verstoken van voldoende aanvoer. Tegen 1989 zat de helft van de beroepsbevolking zonder werk en veel jongeren keerden met pijn in het hart hun geboorteplaats de rug toe om elders hun heil te zoeken. Vergeefs klopten de bezorgde vissers enkele malen om hulp aan bij de regering in Oslo.

“We zaten toen met een kwellend dilemma”, vertelt Elsa Ingilae Haldorsen. “We wilden in geen geval dat onze hechte gemeenschap verder uit elkaar zou vallen. Daarom besloten we als we dan toch niet samen konden blijven in Bug⊘ynes ook maar met zijn allen tegelijk te vertrekken.” Op voorstel van een vindingrijke inwoner nam het dorp in augustus 1989 de opmerkelijke stap om zichzelf via een advertentie in een landelijke Noorse krant te koop aan te bieden.

De reacties bleven niet uit: vanuit Canada en Finland kwamen er aanbiedingen aan de dorpelingen om zich daar te vestigen. Plotseling ook doken er Noorse en zelfs buitenlandse journalisten op om te peilen wat de bewoners van het vriendelijke dorpje met zijn vrolijk geel en rood geschilderde houten huizen bezielde om als een soort omgekeerde lemmingen hun vertrouwde kustplaatsje te verlaten.

Het wanhoopsgebaar van Bug⊘ynes vormde echter niet het begin van een nieuw bestaan op vreemde bodem, maar van een wonderbaarlijke wederopstanding van hun eigen dorp. “Toen we er over nadachten”, zegt Elsa Haldorsen, “beseften we dat we de buitenwereld eigenlijk heel wat te bieden hadden. Niet alleen leveren we voortreffelijke zalm en andere vissoorten, we hebben hier ook prachtige natuur. Door de plotselinge aandacht van de buitenwereld voor onze zaak kregen we ook nieuw zelfvertrouwen.”

In een mum van tijd werden er niet minder dan 26 initiatieven genomen voor onderneminkjes. De een besloot een uitgeversbedrijf op te zetten, een ander een nieuw visfabriekje. Ook Elsa, die voorheen als onderwijzeres aan de plaatselijke school had gewerkt, liet zich niet onbetuigd. Zij besloot zich op toeristen te richten. Voor haar huis, dat fraai is gelegen aan een strandje bij een inham van de Barentsz Zee, liet ze enkele zomerhuisjes bouwen en naar goed Fins gebruik een sauna. Ook richtte ze elders in het dorp een bescheiden toeristencentrum in. In totaal trekt het dorp nu zo'n duizend toeristen per jaar.

Ook de natuur hielp Bug⊘ynes plotseling een handje. De zeehondenplaag hield op en de visopbrengst werd groter. “Het gaat weer een stuk beter in ons bedrijf”, zegt Jarle Abrahamsen, directeur van de Arctic Products visfabriek. De massale werkloosheid in het dorp verdween als sneeuw voor de zon. Iedereen heeft weer werk en het dorp trekt nu zelfs weer nieuwe mensen aan, al vergt het enig aanpassingsvermogen om zich met de nog steeds in meerderheid Finssprekende bevolking te verstaan.

Veel ouderen hopen nu dat na deze miraculeuze wending in het lot van hun dorp hun weggetrokken kinderen op het oude nest terugkeren. Staande in haar woning onder een lange portrettengalerij van verscheidene generaties voorouders en haar kinderen en kleinkinderen mijmert Elsa: “Dat zou heerlijk zijn, als mijn kinderen weer naar het dorp zouden terugkeren.”