De lompheid

Wou naar Mook, maar verkouden, koortsig. Dus thuis. Dus een stukje uit voorraad, het magazijn van dwangvoorstellingen, het rek met blunders.

Ik was bij mensen met een huis in Het Gooi. Ze waren heel vriendelijk. Welgesteld en vriendelijk, lastige combinatie.

In het begin draaide het gesprek om een vriendin van hen, de adellijke dame die ons met elkaar in contact had gebracht. Ze beijverden zich mijn beeld van deze dame, dat overigens helemaal niet slecht was, op te poetsen. Welgesteld, vriendelijk en nog loyaal ook.

Daarna vertelde de man zonder ophef over de oorlog.

Tussen de middag zouden we in de keuken een boterhammetje eten. Ik ging op de mij toegedachte plaats zitten en nam de tijd voor inspectie van het bestek. O jee, zei de vrouw geschrokken. Ze was het botermesje vergeten.

De lompheid! Ik ben beslist niet met vork en mes grootgebracht. Van botermesjes heb ik zeker de helft van mijn leven geen flauw benul gehad. En dat was precies de reden: ik bekeek het bestek zo zorgvuldig om geen fouten te maken!

Er zijn ergere blunders geweest en mijn neiging tot schaamte is behoorlijk getaand. Ik bedoel, ik ben al een eind in de veertig. Maar daarom juist, ooit zou je van dit soort dingen verlost willen zijn.